Weet wat je waard bent (2)

1991-11-08
  • Jaargang 35
  • nummer 23
Het moederschap, levensroeping of bijbaan?
In de Heilige Schrift is het moederschap een levenstaak waar God Almachtig je in zijn vrijmacht en onnaspeurlijke wijsheid wel of niet toe roépt. Maar tegenwoordig lijken velen het als een bijbaan te beschouwen, zoiets als de névenwerkzaamheden van een vrouw. Soms zelfs als een rem op haar zelfontplooiing. Volgens de materialistische kijk op de waarde van het leven word je pas echt waardevol wanneer je in het zogenaamde arbeidsproces bent opgenomen en betaald werk verricht. Een pientere meid is daarop voorbereid, zodat ze straks volkomen zelfstandig en onafhankelijk van haar man en als zijn gelijke kan leven.
Overigens komt men hier in Amerika al op terug. Het percentage 'werkende' moeders met een volledige baan buitenshuis is daar volgens de laatste berichten (Zwolse Courant, 9 augustus 1991) aan het dalen, terwijl dat van vrouwen die ernaar verlangen weer 'full time' moeder te zijn, stijgt. Een trend die men ook bij ons verwacht.
Een volledige baan naast het moederschap blijkt voor veel vrouwen te zwaar. Ze worden geplaagd door schuldgevoelens en faalangst.
Intussen gaat er vanuit de moderne samenleving nog steeds een krachtige verleiding uit om voor materieel gewin huis en kinderen naar het tweede plan te schuiven. Onderschat daarbij de grote invloed van de reclame niet. Zij prikkelt dagelijks massa's mensen om 'alles' te willen hebben en suggereert dat een banksaldo belangrijker is dan kinderen opvoeden. Ford en Toyota hebben er overigens ook alle belang bij dat moeder gaat werken, want daardoor raken zij wellicht een tweede autootje aan haar kwijt.
In dit alles proeven we de geest van de onbloedige revolutie die de laatste decennia de ideeën van vrouwen over huwelijk en gezin omkeert. Radicale feministen zouden de Goddelijke orde voor de roeping van de vrouw liefst tot de grond toe afbreken. Hun streven is gericht op een 'geslachtsloze' maatschappij van geheel verwisselbare 'man-vrouwen' en 'vrouw-mannen' (de zogenaamde androgyne mens). Sommigen willen zelfs het Onze Vader veranderen in: Onze Vader-Moeder.
Dit is duidelijk een complete cultuurrevolutie.
Een omwenteling van heel ons huiselijke, kerkelijke en maatschappelijke leven.
Tegen die nog steeds aanzwellende revolutiestorm moet u optornen als u er voor kiest kinderen te krijgen en een 'thuis' te scheppen, in plaats van een carrière op te bouwen.
Moeders-zonder-betaalde-baan, wordt u daar ook wel eens mismoedig van?
Waarom blijft u trouw aan een verdwijnend ideaal? Wat houdt u thuis, terwijl links en rechts buurvrouwen naar hun werk gaan? Is het niet dit dat wij uit Gods Woord een ander waardesysteem putten? Mag ik u dat dan tot uw bemoediging nog eens voorhouden?
En u laten zien van hoeveel waarde u thuis bent, niet alleen voor man en kinderen, maar ook voor kerk en samenleving.

De hand die de wieg laat schommelen. bestuurt de wereld!
Laten we dan eerst eens letten op de koningin-moeders in Israël. Is het u wel eens opgevallen dat de Bijbel bij de koningen van Israël heel vaak vermeldt: ..Zijn moeder heette ...... Dat deed de geschiedschrijver natuurlijk omdat het voor de regering van een vorst van enorm belang was door welke vrouw hij was opgevoed. Sommigen van die koningin-moeders hebben daardoor geslachtenlange zégen verspreid, terwijl anderen voor vorst en volk een vloek waren. Want mannen mogen de macht bezitten, God gaf vrouwen vaak invloed. En die is meestal sterker dan macht. Je kunt daarom gerust zeggen dat de geschiedenis van Israël grotendeels bepaald werd door de invloed die de vrouwen en moeders van de koningen op hen uitoefenden.
Zo stond achter de goddeloze koning Ahazia een goddeloze moeder (zelf een dochter van Izebel), 2 Kon. 8:26.
Maar achter de vrome koning Hizkia stond zijn vrome moeder Abi, 2 Kon. 18:2, Jes. 7:14. Zoals je achter koning David Sámuël moet zien en achter Samuël diens moeder Hanna. De door haar onderwezen Samuël werd later de geestelijke vader van David. God alleen weet wat een invloed deze vrome vrouw via haar zoon Samuël heeft uitgeoefend op de psalmendichter David en via David op de spreukendichter Salomo en via deze drie mannen op de kerk van alle eeuwen.
Waarmee ik maar zeggen wilde wat een diepe, verreikende invloed moeders kunnen uitoefenen. Ook al ben je dan geen koningin-moeder. Daar kan geen enkele andere invloed tegenop.
Wie weet wat een invloed God u nog zal verlenen op uw kinderen en kleinkinderen?
Misschien zelfs nog lang nadat u uw ogen al voorgoed gesloten hebt. De wijze Salomo wist het wel.
Vandaar dat hij in zijn Spreuken meer dan eens zei: ..Mijn zoon, vergeet de onderwijzing van uw moeder niet", Spr. 1:8, 6:20.
Wat leert een mens al niet van zijn moeder? En wie zal haar waarde schetsen voor de maatschappij? ..Opruimen dat speelgoed! Je handen wassen!"
Hoevaak moeten moeders van kleine kinderen dat niet zeggen? Dat lijkt misschien onbelangrijk werk.
Maar pas op, daarmee werken ze aan de vorming van de toekomstige timmerlui, metselaars, leraren, dokters, dominees, verpleegsters en politici!
Zoals de kinderen nu zijn, wordt morgen de maatschappij. Vandaar dat aardige gezegde: ..De hand die de wieg laat schommelen, bestuurt de wereld!"

Moeders. de belangrijkste dominees
Maar wij denken natuurlijk vooral aan haar onderwijs over God en de Here Jezus. Dat is bijbels gesproken wel allereerst vaders werk, maar die is nu eenmaal weinig thuis, zodat de christelijke opvoeding bij ons grotendeels op moeder neerkomt. Moeders zijn de eerste en misschien ook wel de belangrijkste dominees in ons leven.
Ze begint haar werk al wanneer de kleinen nog in de kinderstoel zitten.
Dan geeft ze hun onder het bijbellezen al te verstaan dat ze stil moeten zijn.
..Ssst!" gebaart ze en daarmee brengt ze de kleine het abc van het geloof bij: Eerbied voor God en zijn Woord! Wat later leert ze hem zijn handjes te vouwen en zegt ze hem zijn eerste gebedje voor: ..HERE, zegen deze spijze...
Ik ga slapen, ik ben moe.." De eerste lessen in het bidden krijgen de meeste kinderen van hun moeder.
Maar worden die lessen dan ook vervolgd?
Leert u hen als ze groter worden álles aan de HERE voor te leggen?
Als ze zes zijn Hem te vertellen wat het leven van een kind van zes vervult; en als ze tien zijn dingen uit het leven van een kind van tien. Zo leert u ze bij al hun doen en laten met Hem rekening te houden, Spr. 3:6. Houd die vertrouwelijke omgang van moeder en kind met onze hemelse Vader toch alstublieft met alle kracht vast.
U wilt toch zeker niets liever dan dat ze levenslang elke dag hun hart voor hun hemelse Vader zullen uitstorten?
Dat moeten ze dan wel van u leren!
Bidt u wel eens met uw dochter van dertien of zoon van vijftien als ze tobben met hun schoolwerk? Je hebt vaders die dat niet durven, maar doet u het dan! Leer ze al jong de gewoonste dingen aan de HERE voor te leggen.
Bid b.V. aan tafel dat ze straks kalm mogen zijn als ze voor een schoolonderzoek zitten. Zo leert u ze spelenderwijs dat de HERE bij ons hele leven betrokken is.
Ook hierbij geldt: Jong geleerd, oud gedaan! Als u uw kinderen die openhartigheid en kinderlijke vrijmoedigheid tegenover onze hemelse Vader reeds als peuters en kleuters leert, kunt u als ze twintig zijn zonder dat ze ervan opkijken hun kamertje binnenstappen en hun handen nog eens als vanouds in de uwe leggen om samen met hen te bidden als ze verdriet hebben om een verkering die uitraakte, een baan die ze niet kregen, een examen waarvoor ze zakten. Alleen aan die vertrouwelijkheid moet je niet pas gaan werken als ze al achttien zijn.
Hetzelfde geldt van het bijbellezen en samen zingen. Hoe kun je vertrouwelijk met God spreken als je Hem niet kent? En hoe kun je Hem leren kennen als de Bijbel dicht blijft? En hoe samen zingen als je nooit over Hem spreekt?
En hoe lezen, spreken en zingen als er geen tijd voor gemaakt en geen rust voor geschapen wordt? En wie vervult daarbij al weer de sleutelrol? Moeder!
Daar komt je vakmanschap als huisvrouw weer om de hoek kijken! Ziet u hoe belangrijk dit ook vanuit dit gezichtspunt is? Als u zorgt dat het eten in de regel op tijd op tafel staat, schept u ruimte voor de bijbellezing en gelegenheid · om samen even over het gelezene na te praten. Maar bent u om de haverklap te laat, dan staat er misschien wel tarwebrood op tafel, maar wordt het brood des levens niet geproefd en daarvan vermagert geloof.
Kortom, de sfeer voor de leer! Daar zult û allereerst voor moeten zorgen.
De christelijke sfeer als onmisbaar klimaat voor de christelijke leer. De geest van liefde, orde en rust, die zo'n prachtige basis vormt voor wat het àllerbelangrijkste is: dat we de HERE standvàstig dienen. U hoeft daar als ouders heus niet over te préken, want kinderogen zien haarscherp of u trouw met de HERE leeft of alleen maar als het u uitkomt. Juist die christelijke sfeer is van zo'n onmetelijk belang voor de christelijke leer. Gezegend de gezinnen waar moeders in deze zenuwslopende tijd deze sfeer weten te scheppen en zich voor het behoud daarvan zeven dagen per week vierentwintig uur per dag inzetten!

Christelijke opvoeding in een post-christelijk Nederland
Aan wat ik u zoëven voorhield hebt u al een reusachtige taak, maar daar hebt u er als jonge moeders in deze tijd nog een bij gekregen. Jullie eigen ouders gingen vroeger waarschijnlijk naar een goede christelijke school en in hun vrije tijd naar de christelijke zang-, muziek- of gymnastiekvereniging.
Maar nu groeit de jeugd op in een post-christelijk Nederland. Dat maakt de taak van jonge moeders nu veel zwaarder. Jullie moeten die steun van een christelijke omgeving bij de opvoeding veelal missen. Zo zullen jullie kinderen de parate bijbelkennis, die je vroeger van de christelijke school meekreeg, nu thuis moeten opdoen.
Daardoor is die huiselijke bijbellezing nog veel belangrijker geworden dan vroeger. Daar moet je als moeders voor véchten. Geef je kinderen zo gauw ze goed lezen kunnen allemaal een eigen bijbel voor zich en laat hen om beurten lezen. Dat stimuleert. Als je dat trouw 's morgens en 's avonds doet, kun je als gezin in twee, drie jaar de hele Bijbel doorlezen! Laat hen daarbij ook onderstrepen. Kinderen leren graag met hun handen. Laat hen b.v. de zaligsprekingen eens vijf keer achter elkaar lezen, dan leren ze die haast vanzelf uit het hoofd. Doe dat eens een paar dagen achter elkaar.
Als je dapper en eenvoudig je kinderen voorgaat in de dienst van de Here en je daarvoor helemaal inzet, zodat je eenvoudig niet kunt denken aan een betaalde (bij)baan, dan vragen je buren je misschien wel eens: "Werk (!) jij niet?", maar dan moet' je maar bij jezelf denken: Ik doe werk van eeuwigheidswaarde.
Ja, zo doe je thuis in alle stilte ook nog heel veel voor de kerk. Je bent immers vrouwelijke predikant in de 'basisgemeente' bij uitstek: het christelijke gezin, dat kerkje in de 'kerk. U denkt toch niet dat een ouderling meer invloed uitoefent dan een christenmoeder?
Als je trouw naar-de kerk gaat, ook al heb je een beetje hoofdpijn; als je er op let dat je kinderen hun catechisatiewerk leren; als je met liefde over de gemeente en met respect over de voorgangers spreekt; als je geen kritiek spuit voor kleine potjes met grote oren en bovenal groot en klein met woord en daad voorgaat in de dienst van de Here, dan ben jij van onschatbare waarde voor Gods gemeente!

Als de kinderen de deur uit zijn
Maar kleine kinderen worden groot en gaan op zekere dag de deur uit. Wat een zegen wanneer je dan als man en vrouw nog een aantal jaren samen mag doorbrengen.
Wat kun je ook dan nog van grote waarde zijn voor je omgeving en voor Gods koninkrijk. Je hebt meer tijd vrij dan toen je nog in de kleine kinderen zat en kunt daardoor ook goede dingen doen waar u vroeger niet aan toekwam. Je kunt dan nog zoveel mensen een beetje blijdschap bereiden.
Wat zullen jonge ouders b.v blij zijn als je eens een lange avond bij hen komt oppassen, zodat ze eens samen uit kunnen. Je kunt een straaltje licht laten schijnen in gebroken gezinnen door daar eens binnen te lopen. Of door een hoogbejaarde op een autoritje te tracteren. Schrijf eens een brief of bel een weduwe of verlatene eens op. Bid God of Hij u uw gaven wil laten zien en de ruimte waar u ze kunt ontplooien.
U kunt nog zoveel goeds doen in deze levensfase.

Weduwe
Tot ook daaraan een eind komt en u óf zelf de 'weg van alle vlees' moet gaan of als weduwe achterblijft. Weet u dat je volgens Gods Woord zelfs dan nog zoveel waard kunt zijn voor Christus' gemeente?
De apostel schreef daarover aan zijn geestelijke zoon Titus: "Oude vrouwen (moeten) eveneens priesterlijk (zijn) in haar optreden, niet kwaadsprekend 0, in het goede onderrichtende (SV: "leraressen van het goede"), Titus 2:3. En aan Timotheüs schreef hij: "Een ware weduwe dan, die alleen staat, heeft haar hoop op God gevestigd en volhardt in haar smekingen en gebeden, dag en nacht", 1 Tim. 5:5.
Ach, zij denken soms dat niemand hen nu nog nodig heeft, maar niets is minder waar. Wat hebben kinderen en kleinkinderen, ja de hele gemeente, zelfs land en volk dringender nodig dan voorbidsters? En wie zijn daartoe beter in de gelegenheid dan oude vrouwen, die alle tijd hebben om te bidden? En wie kan uw kleinkinderen beter vertellen wat de HERE in uw leven en in dat van uw ouders en grootouders gedaan heeft dan u? Bejaarde zusters, vertel uw kleinkinderen toch hoe hun voorgeslacht de HERE gediend heeft. Vertel hun de kerkgeschiedenis van uw jeugd, dat zal hen historisch kerkbesef bijbrengen.
Nee, die laatste levensfase is allerminst waardeloos. Hoe komt u erbij?
De apostel noemde u: Leraressen van het goede, Tit. 2:3 SV. Neem als je zelf nog jong bent eens de tijd om naar wijze oudere vrouwen te luisteren. Die zijn beproefd in het geloof en kunnen je de werkelijk waardevolle dingen in het leven laten zien. Dat kan je rust geven in een maatschappij die van alles en nog wat van je vraagt - behalve nederig in je Goddelijke roeping te blijven.

Nog eenmaal: Weet wat je waard bent!
Nu ga ik eindigen. Ik heb geprobeerd u een hart onder de riem te steken, vooral met het oog op de moderne ideeën over vrouw-zijn en de maatschappelijke omwenteling die we beleven.
Ik begon met de vraag of u ook wel eens aan uzelf twijfelt. Je kunt je soms immers zo verschrikkelijk onbelangrijk vinden. Ik hoop dat ik u wat mocht helpen om zulke minderwaardigheidsgevoelens met Gods Woord de baas te blijven.
Nee, ik heb niet beweerd dat vrouwen moeder zijn een voortdurend feest is. Ik heb gezwegen over de velerlei moeite en strijd die uw roeping meebrerigt.
Ik heb u willen wijzen op de grote waarde van uw vaak gekleineerde werk. Nee, die zie je lang niet altijd meteen. Soms zelfs niet eens bij je leven. Hanna heeft ook niet geweten dat zij via haar zoon Samuël de koningen David en Salomo zou beïnvloeden.
Wij zijn maar kort van duur en overzien maar weinig.
Maar houd één ding goed vast. Als het u niet gaat om wereldse schatten, maar als u uit bent op wat Petrus noemde "de verborgen mens uws harten" en "de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige en stille geest", dan verzekert de Heilige Schrift u dat zo'n vrouw "kostbaar is in het oog van God", 1 Petr. 3:3v. Hieruit kom je aan de weet wat je waard bent, want hier staat het zwart op wit: stille, onopvallende vrouwen levens, maar kostbaar in de ogen van God. En wat is u meer waard dan bij God in de gunst te staan?
Reken maar dat de Here Jezus straks tegen ontelbare verpleegkundigen, kleuterleidsters, huismoeders, vormingswerksters, bejaardenhulpen, weduwen en welke christinnen al niet meer zal zeggen: "Uitstekend, goede en trouwe dienares! Over weinig was je trouw, over veel zal ik je aanstellen.
Ga binnen, in de vreugde van je Heer"
(naar Matth. 25:21, WV).

Aanbevolen literatuur
Dr. J. v. Bruggen, Emancipatie en Bijbel.
Kommentaar uit 1 Korinte 11. Uitg. Ton Bolland, Amsterdam, 4e dr. 1979. ISBN 90 70057 31 X Larry Christenson, Het christelijk gezin. Een handboek voor een gelukkig en stabiel gezinsleven.
Uitg. Gideon, Hoornaar, , 19,50 Martie Dieperink, God roept de vrouw. Over de plaats en de taak van de christenvrouw.
Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen. ISBN 90-297-
0960 Martie Dieperink, Vrouwen op zoek naar God.
Wat is er gaande in de feministische theologie?
2e druk 1988, Uitg. J.N. Voorhoeve, Den Haag. ISBN 90-297-0844-1 Debra Evans, Hart & huis. Een pleidooi voor terugkeer naar het traditionele moederschap.
1990, Uitg. H. Medema, Vaassen. ISBN 90 6353 1753 Dr. G. Hunteman, De onpersoonlijke mens.
Gedachten over de geestelijke crisis van deze tijd: De omverwerping van waarden. Leven zonder gezag en God. Het feminisme. Uitg. De Vuurbaak, Groningen, 1983. ISBN 90 6015 529 7 A. Janse, Eva's dochteren. Oudtestamentische opvattingen over de plaats der vrouw in de wereldgeschiedenis. Uitg. Kok, Kampen.
Toos Rosies, Je bent goud waard. Vrouw zijn en God dienen. Uitg. Gideon, Hoornaar, 1987.
ISBN 90 6067 407 3

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief