Voor de kinderen
1991-11-08
Fiets gestolen - Jaargang 35
- nummer 23
Matthijs heeft een nieuwe fiets gekregen voor zijn verjaardag. Het was eerst de fiets van een Amerikaanse jongen, maar die had ook voor zijn verjaardag een fiets gekregen en nu konden wij zijn oude kopen. Wat een bof, want kinderfietsen zijn hier niet te koop in de winkels. Dick knapte de fiets helemaal op en zei "Daar kun je een hele tijd plezier van hebben. Dit is een stevige fiets". En Matthijs zei heel weinig (maar die zegt altijd weinig als hij heel erg blij is), en hij reed meteen weg op zijn nieuwe fiets en elke dag na schooltijd ging hij fietsen. Hij zeurde nooit meer als we een eind moesten rijden. "Deze fiets gaat heerlijk,"
zei hij dan, "ik ben blij dat ik niet meer op die oude kleine hoef, daar trap je je een ongeluk".
Op een dag rijdt hij naar zijn vriendje toe, niet zover hier vandaan. Het vriendje is niet thuis. Er staat wel een koopman voor de deur. "Hallo," zegt die, "zoek je je vriendje?" Matthijs knikt. "Die is er niet, ze zijn net allemaal met de auto vertrokken," zegt de man vriendelijk. "Ik wacht ook op hem want misschien wil hij nog een kameleon van me kopen." "Hebt u kameleons?"
vraagt Matthijs. "Ja, maar niet . hier," zegt de man, "die zou ik dan gaan zoeken. Weet je wat, ik kan er wel een voor jou zoeken." "Maar ik heb geen geld," antwoordt Matthijs.
"Geeft niet je krijgt hem zo." Dat is aardig. "Kom maar mee," zegt de man, "ik weet waar ze zitten." Ze gaan samen op pad. Jullie weten toch nog wel wat een kameleon is hè. Zo'n diertje dat van kleur kan veranderen en vliegen eet. De man zoekt en zoekt.
"Ze zitten er niet," zegt hij treurig.
"Weet je wat, ik heb een idee. Er zitten er zeker een paar bij mijn huis maar dat is te ver, geef me je fiets dan rij ik erheen en haal er een paar. Wacht hier maar op me." Matthijs weet niet wat hij moet doen. Hij kijkt om zich heen. Ze staan samen in een hele stille straat. De man pakt de fiets al vast. Matthijs laat hem maar 105. Hij kijkt naar de man die wegrijdt op zijn fiets. Het is een gek gezicht, een grote man op zijn kinderfiets. Matthijs wacht een tijdje, en nog een tijdje, dan hoort hij de klok van het klooster. Twaalf uur, hij moet naar huis. Stilletjes komt hij binnen, en zachtjes vertelt hij wat er is gebeurd. "Wat!!!" Mamma springt op van bij de tafel. "Heb je je fiets weggegeven aan een vreemde meneer?"
"Hij is de vriend van Frederik,"
zegt Matthijs zacht, maar hij voelt wel dat er iets niet klopt. Iedereen gaat zoeken. Frederik is ook weer thuis maar die heeft geen vriend die hem kameleonnen verkoopt. Het was gelogen.
De fiets is weg en de fiets blijft weg en Matthijs gaat lopen. Hij wil niet meer op zijn oude fiets. "Dat is een rotfiets," zegt hij. De volgende dag weet heel de school wat er gebeurd is.
Ze zeggen tegen Matthijs dat hij dom is om zijn fiets weg te geven, maar Matthijs haalt zijn schouders op. "Ik kon toch niet weten dat ik die man niet kon vertrouwen!" Hij heeft gelijk. Ik zeg hem dat ik eigenlijk wel blij ben dat hij de fiets heeft gegeven, anders had de man hem misschien met geweid genomen. "Maar je moet maar nooit weer met iemand meelopen die je niet kent. Vervelend hè dat je altijd op moet passen omdat er mensen zijn die niet te vertrouwen zijn." Is dat bij jullie ook zo? Moeten jullie ook oppassen voor dieven?