Persschouw
1991-11-08
Meeleven of nieuwsgierigheid?- Jaargang 35
- nummer 23
Onlangs vertelde een kinderloze mevrouw dat zij het zo moeilijk vond dat er vanuit haar omgeving steeds weer bedekte vragen werden gesteld over het uitblijven van kinderen. Zij had het gevoel dat men probeerde haar een antwoord te ontlokken en dat men vooral wilde weten of zij bewust geen kinderen wilde of dat zij ze niet kón krijgen. Als zij eens wat extra aandacht besteedde aan een kind uit de buurt, voelde zij gewoon hoe op dat moment de conclusie werd getrokken: "Zie je wel, zij doet toch wel aardig tegen kinderen, dus zal zij ze wel niet kunnen krijgen."
Heeft een echtpaar daarentegen de kinderloosheid enigszins verwerkt en heeft men ook de moed opgevat dit aan de omgeving mee te delen, dan gebeurt het nog al eens dat men vervolgens wil weten "aan wie het ligt".
Narekenen
Blijkbaar hebben mensen de neiging elkaars gangen na te rekenen. Duurt het bijvoorbeeld even voordat een pas getrouwd stel in verwachting is, dan is de conclusie dat ze zeker eerst samen nog even wilden blijven werken, al gauw getrokken. Is de vrouw daarentegen al heel gauw in verwachting, dan wordt er weer gerekend of het toch niet een gedwongen huwelijk was.
Krijgt een echtpaar veel kinderen, dan zullen zij het wel laten komen zoals het komt. Krijgt een echtpaar weinig kinderen, dan is het wel duidelijk dat zij het allemaal "keurig regelen". Is een moeder van bijvoorbeeld drie zoons of drie dochters weer in verwachting, dan willen zij zeker nog graag een kindje van het andere geslacht.
Ouders die een ernstig gehandicapt kindje hebben, zullen vroeg of laat vaak voor de keuze komen te staan om het kind al dan niet op te laten nemen in een tehuis. Die beslissing is voor ouders erg moeilijk. Zij hebben het gevoel tekort te schieten tegenover hun kind, omdat zij de verzorging zelf niet meer aan kunnen. Is het dan niet vaak zo dat hun verdriet verzwaard wordt door het al dan niet terechte gevoel dat de buitenwacht nu wel zal denken dat men van het kind af wil?
Geldt dat ook niet voor gezinnen waar een gezinslid in coma ligt? Dat kan jaren duren. Het is heel belangrijk dat voor de overige gezinsleden alles zo goed en normaal mogelijk door gaat.
Dat gewoon de verjaardagen worden gevierd en dat het gezin ook op vakantie gaat. Alleen zo is de situatie vol te houden. Maar men durft die gewone dingen vaak niet te doen uit vrees voor het commentaar van de omgeving .
Dubbel verdriet
Mensen hebben dan naast hun verdriet ook nog het verdriet van dat negatieve commentaar te dragen. Van tevoren overdenkt men dan al hoe op alle mogelijke vragen te antwoorden.
Ze hebben het gevoel in de gesprekken constant op hun hoede te moeten zijn voor allerlei direkte en indirekte vragen.
Eerlijkheidshalve dient te worden gezegd dat het soms ook aan de betrokkene zelf kan liggen. Dan worden eigen onlust- en schuldgevoelens en eigen ambivalentie op anderen geprojecteerd om dan vervolgens boos te worden op die anderen. Op die manier kan op zichzelf gerichte agressie omgebogen worden naar de omgeving.
En boos zijn op een ander is toch makkelijker dan boos zijn op jezelf. Dat geldt te meer als de omgeving zich weinig taktvol opstelt.
Het heeft er ook mee te maken dat je je bij groot verdriet zo ontzettend machteloos kunt voelen, omdat je er nu eenmaal helemaal niets aan kunt veranderen en dat eigenlijk wel zo ontzettend graag zou willen. Het gaat immers meestal om heel existentieel verdriet. Verdriet wat nota bene aan andere mensen volledig voorbij schijnt te gaan, omdat zij er zelf niet mee te maken hebben en dus ook niet beseffen hoe erg het is.
Belangstelling
Aan de ene kant verwacht iemand in zijn of haar moeilijke situatie hartelijk meeleven, maar aan de andere kant verfoeit men terecht nieuwsgierigheid.
De grens hiertussen is niet altijd eenvoudig te trekken. Want waar houdt oprecht meeleven op en gaat deze over in nieuwsgierigheid? Die grens kan heel subtiel liggen. Er is zeker een bepaalde fijnbesnaardheid voor nodig om dat steeds weer op de juiste manier aan te voelen. Zo maak je het wel eens mee dat iemand je in een vertrouwelijk gesprek in bedekte termen een aantal pikante details vertelt. Zelf zou je daar dan best wel wat meer concreets over willen weten. Wanneer je dan zou willen doorvragen om zoals je tenminste eerlijk bent tegenover jezelf - eigen nieuwsgierigheid te bevredigen, mag je dat toch niet doen.
Het moeilijKe is dat men toch meeleven verwacht van de omgeving. Het kinderloze echtpaar vindt dat "de mensen" er geen idee van hebben hoe erg en verdrietig die kinderloosheid wel niet is. Ouders van een gehandicapt kindje vinden dat de buitenwereld veel te weinig begrijpt, hoe zwaar dit is. De weduwe vindt dat de omgeving veel te weinig naar weduwen omkijkt.
Ondertussen beseft de kinderloze vrouw ook niet wat het is om een gehandicapt kindje te hebben en de ouders van het gehandicapte kindje beseffen niet wat het is om weduwe of weduwnaar te zijn enzovoorts. Heeft zo niet ieder mens een groter of kleiner kruis te dragen? Duidelijk is in elk geval dat deze problematiek erg gecompliceerd ligt. Een mens heeft warm meeleven echt nodig in moeilijke tijden.
Dat draagt hem en ondersteunt hem. Dat geeft hem moed om verder te gaan. Dit ligt echter zo teer dat het omgekeerde effect optreedt, wanneer men het gevoel krijgt dat het meeleven doortrokken is van nieuwsgierigheid en sensatiezucht.
Bij het lezen van dit artikel, dat wij knipten uit 'KOERS' - reformatorisch opinieblad -, moesten wij denken aan Spreuken 14:10: "Het hart kent zijn eigen droefheid, en in zijn vreugde kan een vreemde zich niet mengen".
Toch worden we door de Here geroepen tot kommunikatie met de medemens.
Z’o alleen kan de naastenliefde worden gekonkretiseerd. Daarvoor is veel wijsheid van boven nodig. Die wijsheid wil God ons geven in de weg van ons gelovig gebed (zie Jacobus 1:5).
Enschede, O. Mooiweer