Opnieuw Bulgarije
1991-11-22
Gebouwen- Jaargang 35
- nummer 24
Niets lijkt de veranderingen in Bulgarije treffender aan te geven dan de lotgevallen van het mausoleum van Giorgy Dimitrov, de Bulgaarse tegenvoeter van Lenin. Toen wij met ons gezin tien jaar geleden voor het eerst in de Bulgaarse hoofdstad Sofia waren, lag Dimitrov daar nog in alle staatsie opgebaard. Het mausoleum van de communistische Vader des Vaderlands werd bewaakt door militairen in fraai wit uniform. Een behoorlijk lange rij mensen stond te wachten op toegang tot dit 'heiligdom', dat - om een en ander wat in perspektief te zetten - maar tweemaal in de week een paar uur open was.
Vorig jaar zomer bleek de erewacht verdwenen; Dimitrov viel niet meer te bezichtigen. Zoals ik vorig jaar al in 'Opbouw' schreef, lag op het plein pal vóór het mausoleum bewust en provocerend een grote hoop prullaria uit de veertig jaar communistische overheersing.
Het was boeiend om het afgelopen jaar in Sofia te zijn! Nu, weer ruim een jaar later, zoekt men een andere bestemming voor Dimitrovs voorlaatste rustplaats. (De man is inmiddels in stilte herbegraven.) Het laatste voorstel in dezen is om er een coffeeshop van te maken! Of dat voorstel het nu wel of niet haalt, het is op zich een opmerkelijk gegeven ...
Hoe dan ook, het gebouw staat er tegenwoordig troosteloos bij en zit inmiddels onder de graffiti. Vanwege het hier gangbare Cyrillische schrift kan ik niet alles even snel lezen als ik wens, zodat een deel van de opschriften me ontgaat. Toch lees ik spreuken als: 'Punk is not dead', 'Cocaine is a monster', de namen van popsterren en -groepen als Exodus, Alice Cooper, the Scorpions, Guns 'n roses en andere coryfeeën. De popmuziek is het meest nadrukkelijk aanwezig, maar ook de politiek wordt aandacht gegund: 'Loekanov (inmiddels een voormalige premier) made in USSR'; in een soort rebusvorm wordt de communistische rode ster gelijk gesteld met het hakenkruis. Een Spaans-sprekend iemand heeft toegevoegd: 'EI Communismo non pasara!' (Dat is een verwijzing naar een communistische slogan in de Spaanse burgeroorlog.) Minder fraai Engels is de grote spreuk 'Fuck off Russians'. Het is het soort betreurenswaardige Engels dat je van derderangs Amerikaanse films leert, vrees ik. Temidden van dit alles zie ik, heel lief, een klein berichtje 'I love Spas'.
Dat moet een aardige jongen zijn dat zijn liefje dat temidden van die letterlijk duizenden aandacht-trekkende manifesten heeft neergeschreven.
Veel van de spreuken zijn met kleurpotlood geschreven. Gezegend het land waar de spuitbus nog niet is geïmporteerd. Ik loop de trap op naar de ere-galerij, die vroeger voor de partijtop was gereserveerd. Er liggen brokstukken van kapotgeslagen flessen in de hoek. Wat jongetjes van een jaar of tien lopen hard achter elkaar aan over de toch wat smalle marmeren balustrade. Ik vind 't wat eng: bij een misstap smak je toch gauw zo'n vier meter naar beneden op het plaveisel.
Het gaat goed.
Een veel vriendelijker schouwspel in het parkje waar de kunstenaars en handelaars hun produkten aanprijzen.
Ik heb het steeds het gezelligste plekje van de stad gevonden, zoals ook in Praag en Moskou de kunstmarkt op Karelsbrug en Arbat de leukste plekjes zijn. Zoals gebr.uikelijk ook hier weinig kunst en veel kitsch. Weinig artistieke copieën van ikonen, veel landschappen en veel aquarellen; eindeloze series oude medailles (waar die toch steeds vandaan komen, in heel Oost-Europa ...), onderdelen van de oude klederdracht van Bulgaarse vrouwen, veel horloges, enzovoort. Het is er druk, vooral bij kraampjes met sieraden.
Ik zit wel een uur lang naar voorbij lopende mensen te kijken, altijd weer een eindeloos boeiend schouwspel.
Het valt me op dat nagenoeg alle jongeren in spijkerboek lopen; het materiaal van de kleding van menigeen mag, naar onze maatstaven, van iets mindere kwaliteit zijn, het valt op dat de Bulgaarse vrouwen wellicht (nog) meer aandacht aan hun uiterlijk geven dan bij ons het geval is. Veel kunstleren kleren, veel hoge laarzen, lange rokken, tot over de knie. (Waar je als man-alleen in het buitenland al niet op Iet!) De sfeer is ontspannen en genoeglijk. Het leven lijkt nog niet zo kwaad in Sofia.
Gesprekken
Dat dat voor een deel schijn is blijkt uit gesprekken die ik in een week tijd zeer vele heb. Die gesprekken gaan veelal vrij gemakkelijk. Het hele Bulgaarse volk, op de ouderen na, wil in deze tijd Engels leren! Veel jongeren spreken het tenminste draaglijk. Ana, een eerstejaars studente Economie in Sofia, is een van de mensen die ik uitvoerig spreek, zo'n vier uur lang. Ze rekent me voor hoe het met de Bulgaarse economie gesteld is: "Op 1 februari 1991werden de vaste prijzen voor levensmiddelen losgelaten. 'De communistische overheid had ze al die jaren kunstmatig laag gehouden. Van de ene op de andere dag gingen de prijzen voor allerlei voedsel en de eerste levensbehoeften met duizend procent omhoog! De prijs voor brood was 40 stopinki, minder dan een halve leva dus. Nu is de prijs voor een brood 3,9 leva. Karnemelk was 0,23 leva en nu 2,70 leva. Gewone melk ging van 0,30 naar 2,80 leva. Laarzen waren 300 leva, nu kosten ze 1500leva."
Het verhaal is duidelijk. "Waar moeten de mensen het geld vandaan halen? Er is geen honger en er is ook voldoende voedsel. Maar de mensen teren feitelijk in op alles wat maar een beetje 'luxe' mag heten."
De prijs voor een buskaartje is elf keer zo veel geworden. "En het werkloosheidspercentage bedraagt nu zeker 11%. Dat is voor ons natuurlijk ook iets onbekends; de staat garandeerde ons werk, ongeacht hoeveel je presteerde, trouwens. Nu valt die garantie weg. Als je werkloos wordt, gaat je salaris nog een half jaar door. En dan stopt alles. Dan moet je 't zelf maar uitzoeken; dan ben je afhankelijk van ondersteuning door familie of vrienden."
Wat dat in de praktijk inhoudt hoor ik van Janet, mijn vaste begeleidster. Ze heeft elektrotechniek gestudeerd en vervolgens het diploma van mijnbouwkundig ingenieur gehaald. Ze is dus hoogopgeleid en heeft een aantal jaren praktijk-ervaring. Maar binnenkort raakt ze werkloos; de mijn gaat dicht.
Voor zichzelf vindt ze het niet zo'n ramp. "Twee jaar geleden ben ik tot geloof gekomen en werk ik nog maar voor een deel van mijn tijd op ons instituut; de rest van mijn tijd werk ik voor aRA-International" (een voornamelijk uit Duitsland gesteund hulpverleningsfonds).
Ze hoopt binnenkort werk te vinden als leidster in een kindertehuis.
"Eigenlijk werk ik ook veel liever met mensen dan met dingen; ik vind de verandering dus prima, voor mijzelf." Wie haar salaris moet gaan betalen? Dat weet ze nog niet. In elk geval zal het niet de staat zijn. Er zijn zeker zo'n 150kinderhuizen in het land, hoor ik. De staat draagt zorg voor al die huizen, maar er is nergens geld voor. "Er is maar één leidster op 30 kinderen", voegt ze eraan toe.
"Geld voor een extra leidster is er niet." Ze hoopt het benodigde salaris bij elkaar te kunnen krijgen, om toch te helpen. Ik hoor nog een verhaal dat me deze week bezig gehouden heeft, méér dan enig ander verhaal. "Veel kinderen komen nooit buiten, want ze hebben geen schoenen!" Bij navraag blijkt dat de staat voor elk kind een bepaald bedrag per jaar vaststelt. Nu de prijzen zo astronomisch zijn gestegen, wordt het bedrag dat voor de totale verzorging van ieder kind nodig is, geheel uitgegeven aan voedsel. De aanschaf van kleding en vooral schoenen valt nu buiten het budget. "Maar schoenen zijn ook zo verschrikkelijk duur geworden!" Als ik vraag hoe duur dan wel, luidt het antwoord: vijf dollar ...
Dus een paar schoenen van zo'n tien gulden is voor de Bulgaren in een aantal gevallen absoluut onbetaalbaar.
En dus blijven kinderen binnen, de hele dag, de hele week, een groot deel van het jaar ...
Achter de vrij opgewekte gevel is de stemming in het land dus gedrukt. "Er is in mijn hele land niet een die zich afvraagt hoe het hier over tien jaar zal zijn. Ieder heeft maar één vraag: Hoe kom ik hier zo snel mogelijk weg?", zegt Ana beslist. En ze vervolgt: "Vandaag stond er een berichtje in de krant dat het afgelopen jaar 300.000 mensen het land verlaten hebben. En dat op nog geen tien miljoen Bulgaren! En het zijn de best opgeleiden, 'the brains of the nation'. Ze gaan weg om in het Westen te werken, in een hoedanigheid die ver onder hun opleidingsniveau ligt, maar ze gaan wel weg."
Ik zie een evident zwakzinnige rondlopen in het restaurant, waar we wat zitten te drinken. Hij spreekt wat mensen aan, maar doet verder niets dat de aandacht trekt. Ana: "Volgens mij zien we steeds meer geestelijk gestoorden op straat. De tehuizen hebben geen geld. De mensen die wel gestoord zijn, maar verder ongevaarlijk, worden vaak letterlijk op straat gezet. Pas zag ik op het postkantoor een vrouw staan praten tegen een onzichtbaar iemand.
Dat deprimeert. Juist als ook verder de mensen onder zoveel druk staan."
Gedachten
Hoe moet het verder met Bulgarije?
Ana zegt, nogal heftig: "Wij voelen ons door het buitenland in de steek gelaten!
Jullie in het Westen zoeken handelskontakten en die vind je in Polen, Hongarije of Tsjechoslowakije; dat zijn de grotere, economisch sterkere landen.
Of jullie lezen over de ellende in Roemenië en Albanië en dat wekt jullie deernis op. Die landen willen jullie graag hetpen. Maar wij horen niet bij de rijkere landen en niet bij de meest miserabele. Wij zijn niet uitgemergeld; wij hebben feitelijk, intellektueel, heel wat in huis. Maar aan Bulgarije denkt helemaal niemand." Zou dat waar zijn?
Als je op dat spoor verder gaat, komen er nog meer verhalen los. "De wijze waarop de hulpgoederen soms verstuurd worden! Uit Nederland kwam een grote zending poedermelk. Die werd aangevoerd in een truck, die rondreed op het plein bij de Alexander Newvski Kathedraal. En weet je wat er gebeurde? De pakken werden gewoon uit die rondrijdende truck gesmeten! Wie doet dat nou? De mensen konden de melk goed gebruiken, maar denk je dat we als bedelaars allemaal op de grond duiken om het op te rapen? We hebben ook onze trots ... En een deel van de zending kon je kort daarop voor een hoog bedrag kopen op de zwarte markt. .."
Als ik daarover met anderen spreek, wordt dit soort verhalen van alle kanten bevestigd. Je wordt er wee van!
Ondoelmatige distributie van een deel van de Westerse hulpgoederen. Corruptie bij een (stellig maar heel klein deel van) de Bulgaren. Hulp, die dus niet aankomt waar die echt nodig is.
Wat daaraan te doen? Het enige antwoord, dat ik zou kunnen bedenken is: stuur hulp via een echt betrouwbare hulpverlenings-organisatie, een christelijke.
En die zijn er! Ik heb tenminste twee adressen, gegarandeerd betrouwbaar.
Geloof
Want het voorafgaande is natuurlijk maar een deel van het hele verhaal.
Wie kan zo'n verhaal trouwens schrijven?
Het andere verhaal is dat-er in Bulgarije, geestelijk gezien, erg veel gebeurt! Ik mocht een lezing houden voor de jeugdvereniging voor de Baptistengemeente, de enige in Sofia. Na afloop praatte ik met een stel jonge mensen, een stuk of acht, die allemaal behoorlijk Engels spraken. Een van hen zei dat ze alle acht nog niet langer dan drie maanden tot geloof in Christus waren gekomen. En zij waren niet de enigen! In een andere bijeenkomst waar ik sprak, van een zeer gematigde Pinkstergemeente, zag ik dat mensen naar voren kwamen om te verklaren dat ze vanaf nu Christus wilden volgen.
Dat soort dingen gebeurde daar wekelijks meerdere malen. "Drie jaar geleden waren er vijf Protestantse gemeenten in heel Sofia", vertelde Miroslav, de voorganger, mij. "Nu zijn het er ergens tussen de vijftien en vijfentwintig." We weten het zelf niet eens. Maar we weten wel dat we groeien, en hard ook!"
Mijn officiële kontaktman, Dr. Dedsko Svilenov, hoogleraar aan de medische faculteit, vertelde me dat hij persoonlijke kontakten had met de vicepresident van zijn land ... AI een paar jaar geleden had hij hem voor het .
eerst ontmoet, in gezelschap van een vriend uit het buitenland, leider van een Christelijke hulpverleningsinstantie.
De vice-president had bij die gelegenheid gezegd: "Heren, ik ben altijd atheïst geweest; feitelijk snap ik helemaal niet wat u gelooft. Maar ik wil u wel zeggen dat ik diep erkentelijk ben voor de hulp die buitenlandse Protestanten bieden."
Onlangs had mijn vriend Dedsko weer eens een gesprek met deze man, op diens verzoek. En had deze hem gezegd: "Ik snap nog steeds niets van wat jullie nu precies geloven. Maar ik geloof dat de toekomst van Bulgarije bij jullie ligt. Want jullie hebben een dynamiek, die ik nergens anders in ons land zie."
Natuurlijk is ook dat maar één stem, maar dan wel een belangrijke en geen vooringenomen stem. En de konklusie is: er gebeurt wat in dat land! Er gebeurt vooral wat op het Protestantse front. En wij, Christenen in Nederland, weten daar bijna niets van!
Problemen te over, aan alle kanten.
Nog niet vermeld is de moeite die veel Protestanten (en ook Rooms-Katholieken) verwachten met de Bulgaars-Orthodoxe Kerk, die er duidelijk naar zou streven weer een soort 'monopolie-positie' in het land te hebben, zoals vroeger het geval was, voor de Communistische machtsovername, 45 jaar geleden. Er zou wel eens een konfrontatie in dezen kunnen komen.
Er is bij de kleine kerken geen behoefte aan zo'n botsing, maar sommige kerkleiders die ik sprak achten hem bijna onafwendbaar.
Ten slotte
Er gebeurt wat in Bulgarije. Veel steun uit het buitenland krijgt men niet. Veel gebedssteun van Christenen uit het buitenland krijgt men ook niet. Bulgarije ligt aan de rand van onze belangstellingssfeer, misschien wel eroverheen.
Maar ook daar dienen we op te merken wat de Here God doet.
Ik zou graag zien hoe in ons land mensen zich lieten informeren over land, volk en kerk van Bulgarije. Ik zou graag zien dat mensen voor land, volk en kerk van Bulgarije gingen bidden.
Als u zegt: Ik wil daar meer van weten, schrijft u me dan s.v.p.