Gezegend met veel werkkracht en discipline

2009-08-14
  • Jaargang 53
  • nummer 16
Zijn eigen predikantschap kende een roeping in fases. Het zal rond 1973 geweest zijn, toen Kees de Groot als een jochie van een jaar of tien voor het eerst bewust een preek van a tot z volgde. Het ging over de roeping van Mozes en de jonge hoorder pakte het heel direct op door zich af te vragen of hij zelf geen predikant moest worden. Die gedachte liet hem daarna nooit meer helemaal los.

Dat speelde zich af in de kerk van zijn jeugd (Nederlands Hervormd). De Groot herinnert zich de preken die dicht bij de Schrift bleven en tegelijkertijd het dagelijkse leven raakten. Toen God in het leven van puber Kees het roer omgooide ging hij bewuster met Hem leven.
De gedachte aan predikantschap kwam opnieuw dichtbij in een Korinthe-preek over de gekruisigde Christus - dat vreemde evangelie waar Paulus zo voluit voor ging.
Maar hij schoof de keus nog wat voor zich uit en via de PA kwam hij in het onderwijs terecht. En verder bleef zijn huwelijk met de Nederlands Gereformeerde Sarien van Hoffen kerkelijk ook niet zonder gevolgen.

Op weg
Uiteindelijk zette Kees de Groot de stap richting het predikantschap met zijn studie aan het Seminarie (1989-1993) en zijn deelname aan de TSB. Terugkijkend op die tijd, vindt hij een sterke kant aan het onderwijs op Seminarie en TSB dat de preek echt gezien werd als Woordverkondiging: ‘Het Woord zelf was onderwerp van verkondiging en de preek was niet een verhaal naar aanleiding van een Schriftgedeelte. Dat verschil vind ik heel essentieel.’ Zwakker vond hij, zowel op het Seminarie als de TSB, de geringe aandacht voor de hoorder in het preekproces. De Groot: ‘Verder kwam ook nauwelijks de vraag aan bod welke plaats de prediker zelf - met zijn zwakke en sterke kanten - heeft in het preekgebeuren. Ook concrete aanwijzingen met betrekking tot de structuur en de opbouw van een preek heb ik gemist.’ De Groot schrijft het voor een belangrijk deel toe aan het feit dat zowel de begeleiders van de TSB als de docenten van het Seminarie eenzelfde theologische achtergrond hadden - met een studie in Kampen gedurende de vijftiger jaren.
Naast de theologie studie was student De Groot ouderling in de gemeente van Doorn en gaf daar catecheses. Zo groeide hij op een hele natuurlijke manier toe naar het predikantswerk.

Inspirerend
Op de vraag wie hem geïnspireerd hebben - met name als het gaat om kerkdienst en preek – noemt De Groot de namen van de (inmiddels emeritus-)predikanten Van den Brink, Houtman en De Jong: ‘Bij de wat jongere generatie kon ik wel genieten van ds. De Jonge, die de mensen op een originele manier kon meenemen in een Schriftgedeelte. En van iemand als Schelhaas, maar ook van mijn eigen predikant Borgdorff leerde ik dat de preek zijn plek pas echt krijgt in het geheel van de liturgie.’ Dat laatste had blijvende invloed, zowel in de voorbereiding als in de dienst zelf: ‘Geregeld zeg ik waarom ik een lied of lezing gekozen heb, mede met het oog op de “zoekers”, die (relatief) onbekend zijn met het hoe en wat van een kerkdienst.’

Altijd nieuw
Inmiddels werkt ds. Kees de Groot in Zeewolde (zijn derde gemeente na Steenwijk en Lelystad). Hij preekt in vergelijking met andere collega’s veel in eigen gemeente (zo’n 70 van de 100 gewone diensten, dus afgezien van trouw- en rouwdiensten) en maakte zo’n 1200 preken. Dat waren altijd weer nieuwe: ‘Preken maak je in een bepaalde gemeente op dat moment. Soms gebeurt het wel dat ik over een bepaalde tekst al eens eerder preekte, maar dan doe ik de exegese altijd opnieuw en gebruik uit zo’n oude preek hoogstens een voorbeeld of een pakkende passage.’
De Groot kiest niet wekelijks zijn tekst, maar heeft een voorkeur voor series van 10-15 preken: ‘Je bouwt dan iets op met de gemeente, allerlei achtergrondvragen hoef je maar een of twee keer neer te zetten en je kunt verwijzen naar eerdere momenten. Ik probeer met die series wel in alle hoeken van de Schrift te komen, zodat ik in het Oude Testament de ene keer met de verhalende stof bezig ben en dan weer met profeten of de wijsheid. In het Nieuwe Testament net zo. Dus niet altijd de evangeliën, maar ook de brieven.’
Heeft hij nou ook series gemaakt, die er voor hemzelf uitsprongen? De Groot: ‘Uit de Steenwijker tijd herinner ik me een reeks over Amos met zijn radicale verkondiging. Later in Lelystad heb ik wel eens preken gemaakt over “moeilijke” beelden van God (zoals de “God der wrake”) en in Zeewolde had ik een serie over de brieven uit het begin van het boek Openbaring. Dat ging met beelden van plaatsen zoals Efeze en Smyrna in combinatie met een animatie, die door een gemeentelid was gemaakt. Dat raakte ook mezelf op een heel bijzondere manier.’
De Groot schuwt het visuele in zijn diensten dus niet, al gebruikt hij de beamer tijdens de preek veel minder. ‘De mensen zijn luisterend op jou gericht en moeten dan opeens kijken naar wat je laat zien. Vervolgens moet je ze dan maar weer terug zien te krijgen bij wat je daarna nog zeggen wilt. Communicatief vind ik dat niet werken.’

Beleving
De preken van de kersverse NGP-docent zijn in de loop van de jaren wat korter geworden. Verder schrijft hij ze meestal niet uit, maar preekt met behulp van een mindmap (samenvatting in punten). ‘Verder werk ik de laatste jaren bewuster aan een spanningsboog en een plot in mijn preek. En ik concentreer me meer op de vraag wat ik met mijn preek precies wil overbrengen. Richting de hoorders vraag ik me af: wat zou ik graag bij ze zien – in verandering, toewijding, opbouw van geloof, maar ook wat zijn hun weerstanden en twijfels. Verder kom ik ook meer dan vroegen met iets uit de eigen beleving van mijn geloof, dus persoonlijker. En ik gebruik heel bewust woorden, waarmee ik de gevoelslaag van de mensen aanspreek.’
Jongeren van 13 tot 16 jaar vindt hij het lastigst aan te spreken in de kerkdienst. ‘Soms is de interesse ver te zoeken en sowieso zit er weinig eenheid in door alle mogelijke subculturen. Het is ook niet zo dat je dat verhelpt door een bepaald soort diensten, zoals praisediensten. ’

Gereformeerd-evangelisch
De eigen diensten van Kees de Groot zijn gevarieerd met een mix aan liederen, soms ook bloksgewijs aan het begin, na de preek of eind van de dienst. Gemeenteleden schakelt hij op allerlei manieren in bij Schriftlezing, gebed of ook om iets te vertellen over eigen geloof(sbeleving). Hij heeft weinig op met een'blok' lofprijzing onder regie van een aparte zangleider, vaak aan het begin van de dienst. Dat om (geestelijk) op temperatuur te komen en ontvankelijk te worden voor het Woord. De Groot heeft liever een dienst uit één stuk. In zangdiensten kan de eigen inbreng van een zangleider echter wel wat toevoegen, zo is zijn ervaring in Zeewolde.

Vragen rond diepgang van preken ervaart de Zeewolder predikant als een beetje moeizaam. ‘Die klacht hoor je soms, maar als je vraagt om het concreet te maken, komt er doorgaans niet veel uit. Vaak hangt het, denk ik, samen met de vooronderstellingen waarmee iemand naar een preek luistert.’
Heeft hij nog een suggestie voor de kerkgangers als het gaat om de prediking? De Groot: ‘Ik zou zeggen: luister naar een preek vooral met een biddend hart, ondanks alles wat van die intentie af kan leiden.’

Takenpakket
Denieuwe NGP docent solliciteerde last-minute, maar werd het toch. Hij ziet uit naar zijn nieuwe taak, waarin hij een rol heeft in de preekcolleges (waar de preek van een student wordt besproken) en de begeleiding van studenten. Tegen de theoretische colleges homiletiek (preekkunde) ziet hij wel wat op, omdat hij zichzelf nog moet inwerken in dit vakgebied. ‘De homiletiek is een terrein waar heel veel gaande is. Helemaal onbekend is het me natuurlijk niet. Mijn doctoraalscriptie zat al op het grensvlak van kerkgeschiedenis en homiletiek en ook in periodes van studieverlof zat altijd wel een blok preekkunde.
Wel heb ik – met een beetje pijn in het hart – een recent begonnen kerkhistorisch promotieonderzoek afgebroken en ben geswitcht naar een meer homiletisch onderwerp.’
Ds. Kees de Groot zal in NGK Zeewolde minder gaan werken, al blijft hij relatief veel preken. Maar hij verwacht dat hij het gemeentewerk zal kunnen combineren met de verschillende taken van docentschap, begeleiding en onderzoek. De Groot: ‘Ik ben vooral dankbaar dat ik deze dingen kan doen en ik heb ook wel goede hoop dat het lukt. Ik weet me in ieder geval gezegend met een goede gezondheid, veel werkkracht en ik kan gelukkig heel gedisciplineerd werken.’

Drs. Freddy Gerkema is predikant van de NGK van Amersfoort-Noord en lid van de redactie van Opbouw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief