Als de laatste bazuin verzamelen blaast
2010-10-29
De Laatste Bazuin (Left Behind) – zo luidt de titel van een Amerikaanse romanserie, geschreven door Tim LaHaye. LaHaye, een gepensioneerde predikant, bedacht het verhaal samen met Jerry Jenkins, die het idee uitwerkte. De serie is een enorm succes geworden. Inmiddels zijn er wereldwijd zo’n 65 miljoen exemplaren van verkocht en er zijn drie films van gemaakt. Zoals de Nederlandse titel al aangeeft, gaat het over de eindtijd. Volgens de Bijbel vindt dan een ‘opname van de gemeente’ plaats. Wat zou er dan kunnen gebeuren?- Jaargang 54
- nummer 21
Het verhaal begint tijdens een vlucht van United Airlines van Londen naar Chicago. Het vliegtuig zit vol passagiers uit de Verenigde Staten. Een derde van alle Amerikanen schijnt zichzelf te beschouwen als wedergeboren christenen. Midden boven de Atlantische Oceaan vindt de ‘opname van de gemeente’ plaats en is plotseling een derde van de passagiers uit het vliegtuig verdwenen. De piloot gelukkig niet, het toestel kan veilig landen, maar de achtergeblevenen voelen zich werkelijk left behind. Heeft Jezus niet gezegd: de een zal aangenomen, de ander achtergelaten worden? Wat de schrijvers met hun verhaal proberen over te brengen, is het idee dat je maar beter kunt zorgen dat je er klaar voor bent om God te ontmoeten. Jezus komt spoedig.
De triomftocht van de Heer
Over een ‘opname van de gemeente’ lezen we in 1 Tessalonicenzen 4, waar op een indrukwekkende manier beschreven wordt wat er bij de wederkomst gaat gebeuren. De eerste lezers zullen daarbij onmiddellijk gedacht hebben aan de komst van een hoogwaardigheidsbekleder. Als bijvoorbeeld een generaal grote overwinningen had behaald, kon hem in zijn woonplaats of in de hoofdstad een triomftocht worden aangeboden. Zijn overwinning werd gevierd met een militaire parade. Herauten gingen voorop; een grote mensenmenigte was op de been. Men trok de overwinnaar tegemoet om hem feestelijk te ontvangen en vormde een erehaag bij zijn binnenkomst in de stad.
Zo komt straks onze Heer ook: op de manier van een overwinnaar. Een hele mensenmenigte wordt op de been gebracht om zijn komst mee te maken en te vieren. Wat een triomftocht! Dit wordt nog grootser dan de komst van een aardse hoogwaardigheidsbekleder. Hier verschijnt de Heer zelf. Zijn triomftocht blaakt van goddelijke majesteit. Wanneer Jezus Christus terugkeert, verschijnt de zoon van God. Als heraut gaat Hem niet een mens, maar een aartsengel vooruit. Geen gewone bazuin, maar een goddelijk signaal zal klinken. Niet van beneden, maar uit de hemel komt Hij. Ziedaar de goddelijke verschijning van de Heer.
Feestelijk inhalen
De beschreven verschijnselen lijken opvallend veel op wat ooit bij de Sinai gebeurde, toen Israëls God naar het volk toekwam om zijn heilige wet bekend te maken. De berg rookte, bliksem flitste door de lucht, donderslagen rolden. Iedereen voelde Gods majesteit. Uit angst bleven de mensen ver bij de berg vandaan. Toen leidde Mozes het volk Israël het kamp uit, zegt de Bijbel, de HEER tegemoet.
De terugkomst van Jezus Christus zal even indrukwekkend zijn als Gods komst bij de Sinai. In beide gevallen is er die goddelijke verschijning uit de hemel en ook een menigte mensen die Hem tegemoet gaat. Zoals Mozes het volk naar God toe leidde, zo zullen wij de Heer tegemoet gaan in de lucht om Hem feestelijk binnen te halen wanneer Hij naar de aarde komt. Die mensenmenigte zal bestaan uit twee groepen: opgestane doden en levenden. De goddelijke bazuin, samen met de stem van een aartsengel, was namelijk voor alle ‘ontslapenen’, zoals de Bijbel dat noemt, het weksignaal. Zij zullen aan dit commando gehoorzamen en uit eerbied voor de Heer opstaan. Er wordt gesproken over ‘de doden die Christus toebehoren’, dat zijn degenen die als christen gestorven waren. Wie tijdens zijn leven met Christus verbonden is, blijft dat ook in de dood. En Hij is de garantie dat je eens zult opstaan. Bij de komst van de Heer keer je terug in het land der levenden.
Het probleem
Wat was precies het probleem van de Tessalonicenzen? Niet dat ze het evangelie van de opstanding onvoldoende kenden of begrepen. Zo wordt het vaak verklaard. Maar hun probleem had direct te maken met de dag van de wederkomst. Er heerste onduidelijkheid over de status van de overledenen. Veel gemeenteleden zullen zich hebben afgevraagd: als Jezus Christus terugkeert in heerlijkheid, zullen onze gestorven broeders en zusters dat wel meemaken? Worden ze door de laatste bazuin niet pas later weer tot leven gewekt? Komen ze dan wel op tijd? Men vreesde een bepaalde achterstelling van de gestorvenen bij de levenden.
Daarover schrijven Paulus, Silvanus en Timoteüs, met een beroep op een woord van de Heer (dat is wat Jezus zelf gezegd had over de grote hereniging, zie Marcus 13:26-27): degenen die als christen gestorven zijn, zullen eerst opstaan en samen met hen zullen wij de Heer tegemoet gaan. De toekomst van de Heer is dus het moment van de grote hereniging.
Wat wordt hiermee nu gezegd? De gestorvenen gaan ons – de levenden – straks voor. De Tessalonicenzen vreesden eigenlijk dat de gestorvenen zouden achterblijven. Zo denken wij ook bij een overlijden. Het leven gaat verder en voor degene die sterft houdt het op. Maar nee, de ‘ontslapenen’ lopen geen achterstand op, ze zullen straks juist voorgaan. De echte achterblijvers, degenen die overblijven tot de komst van de Heer, dat zijn wij. Wij mogen de gestorvenen zien als onze voorgangers. Bij de terugkomst van Jezus Christus zullen zij eerst opstaan. Zo staan zij straks vooraan om Hem te begroeten.
Twee bewegingen
Bij de wederkomst vinden dus gelijktijdig twee bewegingen plaats. Terwijl de Heer neerdaalt vanuit de hemel, is er ook een opwaartse beweging vanaf de aarde. De opgestane doden worden samen met degenen die nog in leven zijn ‘weggevoerd op de wolken’, staat er. Die wolken zijn bij wijze van spreken het goddelijke transportmiddel om al die mensen te vervoeren door het luchtruim. We worden erdoor opgetild en weggedragen, als een ontvangstcomité voor de naderende levensvorst.
Zo komt het tot een ontmoeting met de Heer in de lucht. ‘Dan zullen wij altijd bij de Heer zijn’, schrijven Paulus, Silvanus en Timoteüs. Het is een vaste verwachting in de Bijbel dat de rechtvaardigen uitzien naar de eeuwige gemeenschap met God, die voor altijd temidden van zijn volk woont en zijn tent opslaat onder de mensen. In het Jodendom leefde bovendien de hoop op een blijvende relatie met de Messias. Dat alles zal in vervulling gaan bij de toekomstige ontmoeting met onze Heer, Jezus Christus.
Eén wederkomst
Waar moeten we dat samenzijn eigenlijk plaatsen? De tekst maakt niet direct duidelijk of men zich in de hemel bevindt of op de aarde. Dat is ook niet de hoofdzaak van wat de brief aan de Tessalonicenzen wil zeggen. Het gaat om onze verwachting van de Heer zelf: er komt een definitieve hereniging van alle gelovigen met hun Heer, Jezus Christus. Onverbrekelijk is dan hun relatie, eeuwig hun samenzijn.
Toch kunnen we wel iets meer zeggen over de plaats waar Christus en de gelovigen samen zullen zijn. Hij was immers onderweg vanuit de hemel? In die beweging worden de gelovigen meegenomen. Ze werden weggevoerd, de Heer tegemoet, om Hem te begeleiden op het laatste traject van zijn reis naar de aarde. Dáár verwachten zij samen met de Heer te mogen zijn en zo zal het altijd blijven.
Het is dus niet de bedoeling dat de kerk naar de hemel gaat. Die conclusie wordt uit de tekst getrokken door degenen die een plotselinge ‘opname van de gemeente’ verwachten, als een soort evacuatie van gelovigen in de richting van de hemel, bijvoorbeeld om aan de verschrikkingen van de eindtijd te ontkomen of om aan de macht van de dood te ontsnappen. Pas daarna zou Christus voorgoed terugkeren naar de aarde. Een wederkomst in twee fasen: eerst om de gelovigen op te halen en daarna om een nieuwe wereld te stichten.
Toch vindt deze gedachte geen steun in 1 Tessalonicenzen 4.
1. Deze passage beschrijft niet een gebeuren dat apart staat van de wederkomst. De stem van een aartsengel, de goddelijke bazuin: dat is het begin van het einde. Christus komt vanuit de hemel naar de aarde. Daarna gaat Hij niet meer terug om samen met de zijnen te verdwijnen. En wij worden niet geëvacueerd voor onze eigen veiligheid, maar we mogen de Heer een eind tegemoet gaan om Hem feestelijk deze wereld binnen te halen.
2. Er wordt dan ook geen onderscheid gemaakt tussen gelovigen en ongelovigen, maar tussen gestorvenen en levenden. Over de ongelovigen wordt hier niets gezegd. Het gaat alleen over gelovige mensen: degenen die als christen gestorven zijn en degenen die op aarde zijn achtergebleven en daar hun Heer terugverwachten. Al die gelovigen (hetzij weer tot leven gewekt, hetzij nog in leven) worden eerst herenigd en zullen vervolgens gezamenlijk de Heer tegemoet gaan.
3. Het is niet zo dat de gemeente uit de wereld verwijderd wordt terwijl intussen de geschiedenis gewoon doorgaat. Hier klinkt echt de laatste bazuin. Dan eindigt de wereldgeschiedenis en begint de toekomst van Jezus Christus. Op dit punt zullen hemel en aarde elkaar raken. Daarom heeft deze tekst als het ware een open eind, verwijzend naar de eeuwigdurende presentie van de Heer temidden van alle gelovigen.
Elkaar bemoedigen
Bemoedig elkaar met deze woorden, zo eindigt dit Bijbelgedeelte. Dat moeten we zeker doen. Laten we elkaar herinneren aan de komst van Jezus Christus. De wederkomst brengt de grote hereniging. Een grote schare zal op die dag verzameld worden. Gelovigen die op aarde leven, afkomstig uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden. Maar ook al diegenen die ‘ontslapen’ zijn, horen erbij. Daarom zullen ze gewekt worden, dat wil zeggen: opgewekt uit de dood. Opgevist uit het water of boven de grond getild. God vergeet er niet één. Alle gelovigen zullen erbij zijn als de Heer komt.
Uiteindelijk is het doel dat we altijd bij de Heer mogen zijn. Daar moeten we ons nu al op instellen. Juist waar we nog zoveel afstand ervaren tussen hemel en aarde; wanneer we geconfronteerd worden met de macht van de dood, die ons vaak gevoelens van verdriet en gemis bezorgt; als we voor ons gevoel ver verwijderd zijn van die nieuwe wereld van vrede en gerechtigheid. Laten we in geloof de Heer tegemoet leven. Eens mogen we Hem samen feestelijk onthalen wanneer Hij naar de aarde komt. In het stralend, hemels licht zullen wij de Heer ontmoeten; aangezicht tot aangezicht mogen wij Hem blij begroeten!
Prof. dr. Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit te Kampen (Broederweg). In de serie Commentaar op het Nieuwe Testament verscheen van hem o.a. een deel over Tessalonicenzen.