De kunst van het ‘wel’ sterven
2010-10-29
Memento mori, gedenk te sterven, klinkt door alle eeuwen heen. Christelijke auteurs van alle tijden hebben veel aandacht besteed aan de dood, het sterven, het oordeel en het eeuwige leven. Vooral de euthanasia, de kunst van het wel (= op een goede wijze) sterven, heeft steeds opnieuw allerlei schrijvers, pastores en geestelijken bezig gehouden. Trouwens, wie heeft er vandaag de dag in familiekring niet mee te maken? En leert de Bijbel niet dat ieder mens naar zijn eeuwig huis gaat (Prediker 12:5)?- Jaargang 54
- nummer 21
Praten en nadenken over sterven is in onze cultuur voor velen helaas een taboe geworden. Het aardse leven eist meer en meer aandacht, waardoor de overdenking van het toekomende leven onder druk staat. Niettemin moet elk mens sterven. In de middeleeuwen, de Reformatie en ook door de schrijvers van de Nadere Reformatie is aan de kunst van het wel stervenskunst ruime aandacht besteed.
Niet gering
Dr. J. Hoek heeft daarnaar enig onderzoek gedaan en in de brochure Hoe kom ik in de hemel? gaat hij na hoe in voorbije tijden met dit thema is omgegaan. Er blijkt een ruime en rijke literatuur over dit onderwerp voorhanden die handvatten bevat die voor vandaag de dag belangrijk zijn, vooral op het vlak van de
pastorale praktijk. Sterven is geen geringe zaak…
Leven en sterven
Zo schreef de 17e-eeuwse predikant ds. Borstius over de juiste voorbereiding op het sterven. Daarbij wees hij op het kennen van God, het horen en bewaren van het Woord van God, het geloof in Jezus Christus en het uitdrijven van de zonde. Borstius komt met concrete aanwijzingen, zoals de aansporing om tijdens de kerkdiensten wakker te blijven en ook zelf het Woord van God te onderzoeken. Zo legt een mens, volgens Borstius, een geestelijke voorraadkamer aan, waarin op het sterfbed troost te vinden is. Verder nodigt hij uit tot ‘een zich ootmoedig neerwerpen aan de voeten van Christus als een verloren mens, een wachten op de Heere … wanneer de Geest van Christus ons heiligt en leidt, zullen we sterk staan in het uur van onze dood.’
Net als alle andere auteurs legt ook Borstius telkens een nauw verband tussen de manier waarop wij leven en die waarop wij zullen sterven. Daarbij beklemtoont hij naast de rechtvaardiging door het geloof alleen evenzeer de heiliging. Hij noemt zelfs de gehoorzaamheid ‘een zuster van het geloof’ (p.27).
Worsteling
Deze stemmen uit het verleden zijn ook voor vandaag de dag van betekenis.
Illustratief is het sterfbed van John Knox, de reformator van Schotland, die in zijn laatste uren een hevige worsteling doormaakte. Toen hij daar doorheen was gekomen, gaf Knox aan dat hij in zijn leven veel strijd met de satan had meegemaakt, waarbij de boze hem confronteerde met zijn zonden en probeerde te verstrikken ‘met de genoegens van deze wereld. Maar deze laatste worsteling was anders: ‘Nu wil hij mij wijs maken dat ik het eeuwige leven verdien door mijn getrouw zijn in mijn bediening. Maar geprezen zij God die mij de plaatsen uit de Schrift te binnen bracht waardoor ik de vurige pijlen van de duivel heb kunnen uitblussen, zoals ‘wat hebt gij dat gij niet hebt ontvangen?’ en ‘door de genade van God ben ik wat ik ben’. En: ‘niet ik, maar de genade van God die met mij is.’ En hierdoor overwonnen, is de satan geweken’ (p.19).
Hier en nu
Dr. Hoek besluit zijn overzicht met enkele lijnen naar het hier en nu. Voor gesprekgroepen en persoonlijke doordenking zijn aan elk hoofdstuk enkele vragen toegevoegd.
Hoek, J. (2010), Hoe kom ik in de hemel?; Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 48p. € 4,30.
Te bestellen bij: Willem de Zwijgerstichting, Postbus 40082, 7504 RB Enschede, telefoon: 053-4311606, email: info@willemdezwijgerstichting.nl. Zie verder: www.willemdezwijgerstichting.nl.
Ds. Wim Visscher is predikant van de Gereformeerde Gemeente in Amersfoort en bestuurslid van de Willem de Zwijgerstichting.