De dominee en de uitvaart

2010-10-29
  • Jaargang 54
  • nummer 21
Door de eeuwen heen is de wijze waarop de predikant bij de uitvaart betrokken werd aan veranderingen onderhevig geweest. Nadat de ‘Lijck-Predicatien’ – zoals die in de Roomse kerk gebruikelijk waren – verboden was de rol van de predikant tijdens uitvaarten uiterst beperkt. Het was niet meer dan het lezen van een Bijbelgedeelte of het uitspreken van een gebed in het sterfhuis of op de begraafplaats.

Pas in de afgelopen eeuw nam de betrokkenheid van de predikant bij de uitvaart weer toe en nog steeds is de rol van de predikant rond de uitvaart aan veranderingen onderhevig. Een drietal ontwikkelingen neem ik waar.

1. Persoonlijker
Om te beginnen dragen de hedendaagse uitvaartdiensten steeds minder het karakter van een ‘dienst van Woord en gebed’ en is het steeds meer geworden tot een moment van gedenken en afscheid nemen. Enige decennia geleden kon het nog gebeuren dat er voor de overledene zelf nauwelijks enige aandacht was. De preek had bij iedere andere begrafenis gehouden kunnen worden. Dit gebeurde vanuit de overtuiging dat niet de overledene, maar Gods Woord centraal moest staan. Tegenwoordig hebben de naaste familie en vrienden een sterke behoefte om ook stil te staan bij wie de gestorvene was en wat hij of zij voor hen betekende.

2. Mondiger
De tweede ontwikkeling hangt hiermee samen. Toen de dominee in de vorige eeuw eenmaal bij de uitvaartdienst betrokken werd, speelde hij niet zelden een dominante rol. Het kon voorkomen dat hij besliste over de te lezen tekst en de te zingen liederen – een echo uit de tijd dat hij nog een notabele was. Tegenwoordig is dit ondenkbaar: de familie is zelfstandiger en zelfbewuster geworden en heeft een steeds belangrijker inbreng gekregen.

3. Ontkerkelijking
Een derde ontwikkeling is dat de predikant steeds vaker te maken krijgt met familieleden en aanwezigen die niets meer met geloof en kerk hebben. Het komt voor dat een uitvaartdienst voorbereid wordt met kinderen die afstand van het geloof genomen hebben. Zij willen recht doen aan het geloof van vader of moeder, maar hebben er ook behoefte aan dat er voor hen herkenningsmomenten in de samenkomst zijn – iets van U2, Stef Bos of Bløf. Ook kun je als predikant door ouders gevraagd worden voor de begrafenis van hun onkerkelijke kind. Nieuwe vragen dienen zich dan aan. Kun je als dienaar van het Woord in deze context op een integere wijze het evangelie bedienen? En hoe doe je dat: het licht van Gods Woord laten schijnen over het leven en de dood van iemand die zich van God afgewend heeft?

Zoeken
Al deze ontwikkelingen zijn van invloed op de rol van de predikant voorafgaande aan en tijdens de uitvaart. Voor predikanten is het daarom wel eens zoeken. Hoe bereid ik met de familie een uitvaart voor, wat is mijn rol in het geheel?
Bij mijn weten staat noch binnen de GKv, noch binnen de NGK beschreven wat met betrekking tot de uitvaart wel en niet van een predikant verwacht mag worden. Tijdens mijn eigen opleiding werd hieraan geen enkele aandacht besteed. Zonder enige toerusting en ervaring moest je er op af. Ik kan me daar nog kwaad om maken, omdat de betrokkenheid bij een uitvaart één van de meest gevoelige en verantwoordelijke onderdelen van het predikantswerk is.1

Aspecten
Nadenkend over de rol van de predikant bij een uitvaart zie ik verschillende aspecten. Een pastorale, maar ook een regisserende en zelfs wel een evangeliserende kant. Deze kunnen tijdens de (voorbereiding op de) uitvaart in elkaar overvloeien. Afhankelijk van de omstandigheden kan bij de uitvaart meer nadruk op het ene dan wel op het andere aspect komen te liggen.

Pastoraal
Vóór alles wordt een predikant bij de uitvaart betrokken, omdat hij de pastor is van de overledene of van de familie, doorgaans vanuit een langer bestaande verbondenheid. Hier, in een sfeer van rouw en verdriet, begint meteen al het pastoraat. Niet zelden hebben nabestaanden de behoefte hun verhaal te doen, al is het alleen maar om enige greep te krijgen op hun emoties. Dit speelt vooral wanneer de dood zich onverwachts en in alle wreedheid heeft aangediend. De vader van een jong gezin is uit het leven weggerukt, een baby gestorven of een zelfmoord. Hoe aangedaan je zelfs soms ook bent, door er te zijn, te luisteren, te delen in het verdriet kan de predikant hun pastor zijn.

Uitvaartdienst
In die weg van pastoraat zal ook de uitvaartdienst moeten worden voorbereid. Voor mij is dat een dienst waarin de familie en overige aanwezigen alle ruimte krijgen om de overledene eerbiedig en liefdevol te gedenken en waarin over leven en dood het licht van Gods Woord komt te schijnen. De uitvaartdienst is ook voor mij dus meer dan een ‘dienst van Woord en gebed’. Het gedenken heeft daarin een legitieme plek. Soms hoor je nog wel dat het niet over de overledene, maar over Jezus moet gaan. Maar zomin een kunstenaar wordt geëerd door te zwijgen over zijn kunstwerk, zomin wordt de Schepper geëerd als men zijn schepsel negeert. Een uniek mens wordt begraven, voor wiens leven we onze God dankbaar hebben te zijn. Dat hoeft echt niet tot mensverheerlijking te leiden. Zorgvuldige aandacht voor de gestorvene brengt bij het Woord en hartverwarmend is het als de genadige glans van Gods Woord afstraalt op de overledene.

De voorbereiding
Gegeven het persoonlijke karakter van de uitvaartdienst houdt de voorbereiding daarop meer in dan alleen het doornemen van enkele liederen en een Bijbeltekst. Er wordt afscheid genomen van een geliefde, we gaan gezamenlijke herinneringen een plek geven en openen het Woord van God in een liefdevol verband met de overledene.
In deze vertrouwelijke sfeer van de voorbereiding vertellen de nabestaanden wat er gebeurd is, hoe ze het overlijden beleefd hebben, wie de overledene voor hen was, welke herinneringen ze aan hem of haar hebben. Hier kan ook benoemd worden wat in het openbaar niet uitgesproken kan worden. Hier kan gehuild worden, maar soms ook lekker gedold. Niet zelden, nog meer dan de uitvaart zelf, krijgt de voorbereiding op de uitvaart een niet onbelangrijk plekje in de verwerking van het verlies.
Als predikant heb je die persoonlijke inbreng van de familie ook nodig om de goede toon voor de uitvaart te vinden, om aan te voelen wat je zeggen en zwijgen moet en waarvoor je mag bidden en danken.

Regie
In deze fase van voorbereiding heeft de predikant soms ook iets van een klankbord. Vanwege zijn ervaring met uitvaarten kan hij de familie desgewenst bijstaan in al die kleine beslissingen die in de aanloop naar de rouwdienst genomen moeten worden – van de opstelling van de kaart tot de vraag of je de kist nu wel of niet laat zakken. Of weer heel anders: een predikant kan de familie ervan bewust maken dat niet elke persoonlijke herinnering geschikt is voor publiek gebruik.
Op zulke momenten geeft een predikant bewust of onbewust een zekere sturing. Bij de voorbereiding van een uitvaart is het goed als bepaalde zaken puntsgewijs aan de orde komen. Maar ook dat alle familieleden, ook de meer introverte, tot hun recht komen. De regisserende rol wordt nog sterker wanneer familieleden van elkaar vervreemd blijken te zijn of in het geval van conflicten binnen de familie. In zulke moeilijke situaties kan de predikant eraan werken dat de tegenstellingen en hevige emoties niet de hele voorbereiding op de uitvaart zelf gaan beheersen.

Spanningen
Want ook al verlopen de voorbereidingen op een uitvaart meestal in een harmonieuze, liefdevolle sfeer, er zijn ook situaties waar dat ontbreekt. Dat kan zijn omdat de familie in onmin met elkaar leeft, of omdat er vijandige gevoelens ten opzichte van de overledene bestaan. Toch is dat geen reden om een persoonlijke voorbereiding op de uitvaart uit de weg te gaan. Het heeft mijn voorkeur dat alle aanwezigen de ruimte krijgen om hun gevoelens en gedachten naar voren te brengen. Ook als die emoties heftig zijn, kan alleen het uiten ervan al een heilzame functie hebben.

Een enkele keer komt het voor dat iemand binnen, noch buiten de familie geliefd is. Ook dan is het goed om met de familie door te spreken of en zo ja hoe dit gegeven een plek in het geheel van de dienst krijgt. Een uitvaart moet integer zijn en het mag niet gebeuren dat de aanwezigen tijdens de uitvaart met kromme tenen in de schoenen zitten, omdat de mooie woorden van de predikant niet sporen met de onaangename werkelijkheid. Die moet soms, al dan niet bedekt, benoemd worden. Niet om daarin te blijven hangen, maar om daarmee tot God te gaan en vanuit Gods perspectief het goede te zoeken. Een oordeel, laat staan het laatste oordeel, wordt in de uitvaartdienst niet geveld. Dat laten we aan God. De mens ziet aan wat voor ogen is, de HERE ziet het hart aan. Dit overigens maakt het ook mogelijk om betrokken te zijn bij de uitvaart van wie niet geloven. Vertrouw hem of haar alleen maar toe aan God, meer hoeft toch niet?

Gebed
Ik hoop en bid dat er van mij als voorganger hoop, vrede en liefde uitgaan. Al naar gelang de omstandigheden het je mogelijk maken, mag je soms ook een ander perspectief op de dood en de overledene bieden. Altijd ga ik aan het einde van een voorbereidend gesprek voor in gebed. Ik benoem wat er leeft en breng dat bij God, de Vader van Jezus Christus. Ik draag de aanwezigen aan Hem op en bid dat zij kracht krijgen om deze weg te gaan.

Evangelist
Steeds vaker krijgt de predikant rond en tijdens de uitvaart te maken met mensen die niets meer met geloof en kerk hebben. Dat zie ik als een kans om mogelijke vooroordelen over de kerk weg te nemen, om een menselijk gezicht van de kerk te laten zien, om te laten proeven dat het werkelijk iets anders is om in het licht van het evangelie te leven en te sterven. ‘Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft’, meer is niet nodig. In het menselijke sta je immers heel dicht bij elkaar. Je bent verenigd met elkaar in het verdriet, in de liefde voor de overledene. Je deelt ook het verlangen om liefde- en respectvol afscheid van de overledene te nemen. Bij dat afscheid kan popmuziek een diepgang hebben of een menselijke emotie of wijsheid vertolken die niet dissoneert met het evangelie. En wanneer je zo meeleeft en meedenkt met de niet-kerkelijke kinderen of vrienden, kan het zijn dat degenen die je eerst wat vreemd en argwanend aankeken te kennen geven zich door je gesteund te voelen. Ach, wie weet ontstaat er vroeg of laat zo toch weer enige ontvankelijkheid voor de boodschap.

Voorrecht
De dominee en de uitvaart, hoe vanzelfsprekend dat ook lijkt, het is niet zelden een veeleisende en soms bijna hachelijke combinatie. De invulling van de dienst is persoonlijker geworden, het gehoor gemêleerder en zo is het steeds weer zoeken naar een invulling en vormgeving die recht doen aan persoon van de overledene, de wensen van de familie en boven alles de HERE God. Dat vraagt steeds weer een hoge mate van fijngevoeligheid. Daarom schrijf ik zelf altijd alles uit wat ik wil zeggen.
Tegelijk ervaar ik het als een voorrecht om zo betrokken te zijn bij een uitvaart. Je mag heel dicht bij mensen komen, in hun machteloosheid en verdriet en soms bij spanningen en conflicten. Je mag hun pastor zijn, de welhaast heilige grond van hun hart en leven betreden. Je mag in de duisternis van het verdriet de God van licht en leven vertegenwoordigen.
De rol van de predikant bij een uitvaart is veranderd, maar nog steeds van betekenis, ook in een ontkerkelijkte context. Er kan zegen van uitgaan. Alle reden om die taak moedig, zorgvuldig en steeds weer in de diepe afhankelijkheid van de HERE op je nemen.

1 Enig houvast bood een richtinggevende lezing van drs. H. de Jong voor de Theologische Studiebegeleiding ‘De mortuis nihil nisi bene’ (te vinden op www.ngk.nl/ngp onder ‘studiecentrum’ en ‘lezingen De Jong’).

Drs. Jan Mudde is predikant van de NGK Haarlem.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief