Tussen kerk en keuken
1991-12-06
Weten wat je aardig kan- Jaargang 35
- nummer 25
"Je klinkt gedeprimeerd", zei ik toen ik onze oudste zoon aan de telefoon had.
Klopt... Jenny gaat weg en daar baal ik wel zo van", antwoordde hij somber.
"Ik leerde zo veel van dat mens ...
Ze weet precies hoe politieke spelletjes in elkaar zitten. Zo scherp als wat en daarnaast is ze buitengewoon aardig.
Nee, voor haar is die promotie leuk, maar voor ons is het een slechte zaak."
"Wie weet wat voor baas je terug krijgt", probeerde ik.
"Precies ... Dat is het probleem. Ik huiver ai!", zei hij. "Goeie Hoofden-Voorlichting staan niet op iedere straathoek, mam. Maar, iets anders, ik kom het weekend thuis."
"Gezellig ... Ben je op tijd voor het eten?" zei ik blij.
Janneke, die net de kamer binnen kwam, riep hard in de richting van de telefoon: "Anders bewaart mama iets voor je. Ze heeft net een bak gekocht waar het eten warm in blijft. Je voelt je helemaal hond hier. Het is nog een wonder dat we niet van de grond eten."
Jan Wiepke lachte. "Hoe dat zo, mam."
"Ik heb 'n soort van thermoskan, maar dan voor vast voedsel gekocht", legde ik uit. "Het heeft inderdaad veel weg van een voerbak, maar het werkt en dat is het voornaamste. Toen ik hem voor de eerste keer gebruikte, zei Janneke: woef."
"Gekke meid", waardeerde hij zijn zusje en vervolgde: "Ik ben om half zeven thuis, denk ik. Dag!"
"Maak een lijstje voor Sinterklaas", riep ik nog vlug en hing op.
Daarna ging ik Reiniers kamer opruimen, want dat lukt nog niet zo best met het mannetje.
Met de oudste kinderen was ik daar beter in. Jan Wiepke hoorde zo vaak dat hij zijn rommel op moest ruimen, dat hij alles in dat licht zag.
Hij was een jaar of drie toen op Sinterklaasavond Zwarte Piet, ofwel de buurvrouw, met gulle hand de gang vol strooide.
Toen ik de deur opendeed, twee kleine kinderen op mijn hielen en vals verrast uitriep: "Kijk me nu eens wat daar Iigt... " , wierp hij een blik op de pepernoten in de gang en riep vol afkeer: "En wie moet die troep opruimen ... Ik zeker weer."
Als ik nu zijn flat zie, vind ik dat ik het in dat opzicht niet eens zo gek heb gedaan als moeder.
Maar als ik zie wat een goede vakvrouw van een huisvrouw niet allemaal kan, dan bén ik me toch een kneus. Toen in Opbouw nr. 23 in 'Weet wat je waard bent' de lof van de huisvrouw werd gezongen ... nog wel door een man!!. .. heb ik even overwogen het nummer voor een keertje te verstoppen.
Ik steek zo akelig af! Ik vond het echt sneu voor mijn man. En ik werk niet eens buitenshuis, dus dat excuus heb ik ook al niet.
Soms gaat het echter mis buiten mijn schuld.
Neem nu het eten 's avonds. Joris komt thuis om half zes en moet drie avonden per week om half zeven weer op school zitten. Janneke heeft college tot vijf uur en is tegen half zeven thuis.
Als mijn man een vergadering heeft, en die heeft hij vaak, is hij tegen zessen thuis. Ziet u ons in alle rust en orde eten? Zo ja, schrijf mij op welk tijdstip.
Na het bovenstaande zal het u niet verrassen dat ik wel eens onzeker ben. Ik mag immers met reden enige twijfel koesteren. Die twijfel heb ik dan ook, maar niet over de waarde van mijn werk. Dat gaat altijd over de manier waarop.
Dat is iets wat mijn man en ik de kinderen altijd hebben voorgehouden: Wat voor werk je doet, dat is niet belangrijk.
Het gaat er om HOE je het doet.
Vrouwen met die onzekerheid, kom ik ook vaak tegen.
Het hoeft maar even slecht te gaan met een kind, of een moeder denkt in paniek: "Ik heb te veel achter huiswerk, Kerk en Geloof aangezeten" of, "ik heb er te weinig achteraan gezeten".
En soms denkt ze allebei en dat is helemaal verwarrend.
Vrouwen die twijfelen aan de wáárde van hun werk, kom ik zelden tegen.
Mannen die twijfelen aan de waarde van hun werk trouwens ook niet en uiteindelijk hebben die net zo veel of zo weinig reden voor twijfel als vrouwen.
Uiteindelijk red je ook de wereld niet met een computerzaak of als boekhouder (ik noem maar wat).
Ik denk dat het verhaal 'Weet wat je waard bent' voor heel wat vrouwen opmonterend kan werken. Het is fijn om te lezen dat je je gaven en aanleg mág, maar niet binnenshuis hoeft te houden. Mag ik het nog een beetje aanvullen?
Ik zag de actrice Jip Wijngaarden in een programma van de EO en dacht: "Wat goed, een overtuigd christen op die plaats". Dat denk ik ook van b.v. de vrouwelijke burgemeester van Hilversum.
"Wat goed, iemand die gelooft op die post."
Precies hetzelfde geldt voor de gelovige vrouwelijke manager, commissaris van politie, journaliste, advocate, kinderarts en directeur, enz. Werken naar gave en aanleg.
Vrouwen ... en Mannen.
Niet wát, maar hoé... Weten wat je aardig kan!