'Polen, het land van de Zwarte Madonna'

1991-12-06
  • Jaargang 35
  • nummer 25
In het kader van de aandacht voor Oost-Europa zullen we de blik richten op Polen. De huidige politieke en kerkelijke ontwikkelingen en de wisselwerking daartussen verdienen speciale aandacht. Dit komt echter beter tot z'n recht wanneer eerst een tipje van de sluier der historie wordt opgelicht. Daartoe zal in dit artikel een poging worden gedaan.
In een vervolgartikel zal het heden worden belicht.

Land en politiek
Polen is een land met een in vele opzichten veelbewogen historie. Haar grenzen waren voortdurend in beweging en het land 'wandelde' door de eeuwen heen regelmatig in vrijwel alle richtingen over de landkaart van Oost-Europa. Het heeft periodes van ongekende expansie gekend, maar is ook gedurende meer dan 120 jaar als zelfstandige staat totaal van de kaart (verdwenen) geweest.
In de late middeleeuwen was Polen een koninkrijk, verbonden met het vorstendom Litouwen. Dit laatste was een enorm rijk dat niet alleen het gebied van het huidige Baltische staatje omvatte, maar zich bovendien ver in oostelijke richting uitstrekte tot diep in de Russische en Oekraïense regionen.
In 1569 werden Polen en Litouwen officieel en definitief verenigd. Er ontstond één staat onder leiding van een koning die niet meer als voorheen door erfopvolging op de troon kwam, maar gekozen moest worden door de leden van de Landdag, de Sejm. De Sej~dateerde al uit de 15e eeuwen was een soort parlement dat het hoogste consultatieve, uitvoerende en wetgevende orgaan in de staat vormde. In de Eerste Kamer hadden onder anderen de koning en de belangrijkste gezagsdragers in de Rooms-
Katholieke kerk zitting. De Tweede Kamer werd gevormd door afgevaardigden van de hoge adel en hier berustte de werkelijke macht. Nu was men in de Sejm op het onzalige en voor die tijd ongebruikelijke idee gekomen, om besluitvorming bij unanimiteit plaats te laten vinden. Elke individuele afgevaardigde kon dus met zijn veto de landelijke besluitvorming torpederen.
En men maakte van deze mogelijkheid veelvuldig en met groot enthousiasme gebruik. Men trachtte elkaar met kracht van argumenten, dan wel door elkaar te overschreeuwen, van zijn gelijk te overtuigen en in laatste termijn ging men elkaar zonodig in de vergaderzaal met de wapenen te lijf. Het logische gevolg was dat er zelden een besluit kon worden genomen.
Deze parlementaire anarchie heeft het land op den duur de das om gedaan. In geval van grote dreiging . van buiten af was men niet in staat een vuist te maken en konden buitenlandse mogendheden zelfs de besluitvorming beslissend beïnvloeden door één of meer edelen op hun hand te krijgen of om te kopen. De Poolse staat ging in verdeeldheid ten onder en werd aan het eind van de 18e eeuw door de begerige buren Pruisen, Oostenrijk en vooral Rusland in etappes opgesoupeerd.
In 1795 was de staat Polen er niet meer.
Pas na de Eerste Wereldoorlog in 1919 kon er een onafhankelijke Poolse republiek uitgeroepen worden onder leiding van Josef Pilsudski, de 'peetvader' van het moderne Polen. Deze trad drie jaar later na verkiezingen weer af, om vervolgens in 1926 in een periode van grote financieel-economische problemen via een staatsgreep de macht weer naar zich toe te trekken.
Zijn bewind kreeg steeds meer het karakter van een diktatuur en schuwde het gebruik van terreur niet om bij verkiezingen voor de Sejm de regeringspartijen een handje te helpen.
De verschrikkingen die Polen ten deel vielen in de Tweede Wereldoorlog zullen bekend zijn: de gedeelde bezetting door Duitsland en de Sovjet-Unie en later de totale Duitse overheersing die miljoenen het leven heeft gekost.
Tenslotte de komst ten tweeden male van de Sovjets, die er een communistisch regime in het zadel hielpen dat het vervolgens bijna 45 jaar uithield.
Eén van de nagels aan de doodskist van het regime kwam in 1980 in de bekendheid: de vakbond Solidariteit onder leiding van een electricien uit Gdansk, Lech Walesa. Na de afkondiging van de staat van beleg in december '81 werd de vakbond verboden.
Deze bleef zich echter roeren en verenigde achter zich een zeer groot deel van de Polen in hun verzet tegen het totalitaire bewind van de generaal Jaruzelski. In het wonderlijke jaar 1989 kwam de eerste grote triomf toen bij gedeeltelijk vrije verkiezingen Solidariteit vrijwel alle vrije zetels in de wacht sleepte en de communistische partij volledig in haar hemd zette. In september van dat jaar trad er een nieuwe regering aan onder leiding van Tadeusz Mazowiecki (Solidariteit), de eerste niet-communistische premier in Polen sinds 1947.
In de ruim twee jaar die intussen zijn verstreken, is veel véranderd. De economische situatie in het land is wanhopig en de politieke toestand is niet minder chaotisch. Solidariteit is uiteen gesplinterd in diverse partijen en groepen. Eind vorig jaar werd Lech Walesa na een niet zo frisse campagne tot opvolger van president Jaruzelski gekozen. In oktober jongstleden zijn voor het eerst geheel vrije verkiezingen voor de Sejm gehouden. Meer dan de helft van de kiesgerechtigde Polen bleef thuis, murwgeslagen door de bedroevende economische omstandigheden en volledig gedesillusioneerd ten aanzien van de politiek. Het parlement dat door de resterende kiezers is gekoz.en, is zo gefragmenteerd en verdeeld (en lijkt meer dan ooit op de spreekwoordelijke Poolse Landdag), dat het vormen van coalities vrijwel onmogelijk lijkt en er een periode van ongekende instabiliteit dreigt aan te breken.

Kerk en Religie
Polen is al lang geen monarchie meer.
Toch vereert men er nog immer een vorstin: Maria, koningin van Polen. In het zeer katholieke Polen heeft de Maria-verering een enorme vlucht genomen. Deze richt zich in het bijzonder op de Zwarte Madonna. In het klooster Jasna Góra in het Zuidpoolse Czestochowa bevindt zich de middeleeuwse ikoon van de Zwarte Madonna.
Het is een kunstwerk met daarop de afbeeldingen van Maria en het kind Jezus, die een nogal donkere gezichtskleur hebben. Vandaar dat de Madonna zwart wordt genoemd. Rond deze ikoon zouden zich in de loop der eeuwen allerlei wonderlijke genezingen hebben voorgedaan en de Zwarte Madonna zou zelfs met haar wonderbaarlijke krachten de geschiedenis van Polen essentieel hebben beïnvloed.
Lech Walesa droeg als vurig katholiek een dag na zijn verkiezing tot president eind vorig jaar, zijn ambt op aan deze nationale schutsvrouwe.
Dat de Zwarte Madonna als koningin van het land wordt vereerd, waardoor religie en natie onlosmakelijk met elkaar verstrengeld zijn, is kenmerkend voor Polen. Hier immers heeft de Rooms-Katholieke kerk nog steeds een enorme invloed op vele sectoren van het (politieke) leven en steekt het nationalisme zijn akelige kop op wanneer het idee van 'Pola-Katolik': een echte Pool is katholiek, wordt gehanteerd.
Polen heeft inderdaad een lange traditie van katholicisme. Eeuwenlang droeg Polen het predikaat 'Antemurale Christianitatis' ofte wel het 'Bolwerk van het Christendom', waarbij de Rooms-Katholieke kerk hét instrument was om de christelijke (lees: Rooms-
Katholieke) wereld te beschermen tegen bijvoorbeeld de heidenen die in de 14e eeuw Litouwen nog bevolkten, tegen de 'scheurmakers' van de Oosters-Orthodoxe kerk, tegen de Ottomaanse Turken die in de 16e en 17e eeuw Europa bedreigden en, recenter, tegen het goddeloze communisme.
Toch is het onjuist om de geschiedenis van Polen en van het christendom in dit land, te vereenzelvigen met de historie van de Rooms-Katholieke kerk in Polen. Het kerkelijke en religieuze spectrum vertoonde vroeger namelijk een grote veelkleurigheid. Niet meer dan 45% van de bevolking behoorde in de 16e/17e eeuw tot de R.K. kerk.
Doordat het geografisch steeds verder uitdijde, kwam het Pools-Litouwse rijk er zowel in etnisch als ook in religieus opzicht als een lappendeken uit te zien. Er floreerde bijvoorbeeld een omvangrijke Joodse gemeenschap en ook de Oosters-Orthodoxe kerk was zeer sterk vertegenwoordigd.
In de 16e eeuw kreeg de religieuze lappendeken een nog bonter aanzien toen de Reformatie haar invloed deed gelden. De Lutherse leer vond vooral aanhang onder de Duitssprekenden in het noorden en het westen van het land. Het Calvinisme speelde, in de tweede helft van de 16e eeuw, een veel belangrijker rol. Dit kwam met name doordat een groot deel van de groep die het in Polen voor het zeggen had, de adel, zich tot de leer van Calvijn bekeerde. Zeer vaak uit opportunistische motieven overigens. De adel regeerde volgens het principe 'cujus regio, ejus religio' (wiens gebied, diens godsdienst). Werd de adellijke heerser gereformeerd, dan moest de bevolking in zijn gebied hem hierin volgen. Hij profileerde daardoor zijn heerschappij nog sterker en kon bovendien de tienden, die de bevolking aan de R.K. kerk had moeten afstaan, in eigen zak steken. De gereformeerden zijn gedurende enige tijd zeer invloedrijk geweest, zowel in de landspolitiek als op het terrein van kunst en literatuur en van het onderwijs. Maar, zoals het ware gereformeerden kennelijk betaamt, ze kregen onderling al gauw de grootste heibel en enige groepen scheidden zich af. Het sterke gereformeerde front was voorgoed verbrokkeld. Het was een slecht moment om uiteen te vallen, want de Rooms-Katholieke kerk was enigszins bijgekomen van de schok die de reformatie haar had toegebracht en was in het tegenoffensief gegaan: de contrareformatie.
Jezuïeten en broeders van andere oorden gingen daarbij zeer effectief te werk, voornamelijk via prediking en onderwijs. Om zich hiertegen sterk te maken ging de gereformeerde kerk in 1570 een verbintenis aan met de verwante Boheemse broederschap en met de Lutherse kerk.
Men erkende elkaars confessie als orthodox en aanvaardde de gemeenschap van Woord en sacramenten.
Het tij was echter niet meer te keren.
De invloed van de protestantse kerken verminderde razensnel. De innerlijke verdeeldheid en de vaak toch oppervlakkige keus voor de protestantse leer, maakten het de contrareformisten zeer gemakkelijk. Bovendien werd Polen in de 17e eeuw overvallen door het fervent protestantse Zweden, waardoor protestantisme en landverraad al snel met elkaar werden geassocieerd en vele edelen, om hun patriottisme te bewijzen, terugkeerden binnen de omarming van de R.K. kerk.
De R.K. kerk groeide in absolute en relatieve zin ook steeds verder door het voortdurend verschuiven van de landsgrenzen. Zo werd bijvoorbeeld de gereformeerde kerk in Polen in 1918 kleiner doordat een deel der leden in het zelfstandig geworden Litouwen woonde. Voor de Tweede Wereldoorlog was 65% der Polen Rooms-Katholiek, na de oorlog was dat meer dan 90%, onder meer doordat het land naar het westen was opgeschoven en vele Russisch-
Orthodoxen was kwijtgeraakt.
In Polen zijn de Rooms-Katholieken altijd overheersend aanwezig geweest.
Ze hebben zich in de afgelopen eeuwen ontwikkeld van een dominante minderheid tot een grote dominante meerderheid. De idee van een Polen dat immer en volledig Rooms-Katholiek zou zijn geweest, berust echter op een mythe.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief