Mag het ook een beetje anders?

1991-12-06
  • Jaargang 35
  • nummer 25
Stelt u zich voor
de achthoekige Nederlands Gereformeerde kerk van Eindhoven. Deze staat op een pleintje in een al wat oudere stadsbuurt en veel bewoners van de huizen rond de kerk behoren ook niet meer tot de jongsten. De kerkleden wonen allen elders. Zij komen 's zondags van heinde en ver en parkeren hun auto's en fietsen rondom het gebouw. De buurtbewoners hebben hier blijkbaar geen moeite mee. Ze zijn integendeel zeer welwillend ten opzichte van de bezoekers van 'het kleine kerkje', zoals zij het noemen.
Weliswaar zijn er heel wat kleinere kerkgebouwen dan het onze met z'n 350 zitplaatsen, maar met de vele grote Rooms-Katholieke bouwwerken in onze stad kunnen we uiteraard niet concurreren. "Ik kijk 's zondags graag naar het in- en uitgaan van de kerk"
zegt een kerkbuur. "En dan komen ze 's avonds nóg een keer!", voegt ze er bewonderend aan toe. Zij is een van de buren, die letterlijk over de drempel van 'het kleine kerkje' zijn gestapt en trouw de maandelijkse kerkbuurtmiddag bezoeken.

Hoe zijn die kerkbuurtmiddagen ontstaan
vraag ik aan Bep Godschalk en Truus Mulder, twee van de organisatoren.
Bep duikt meteen vijfentwintig jaar terug in de geschiedenis. "Eigenlijk ligt het begin bij het kinderevangelisatiewerk.
Onze toenmalige predikant, Os G. van den Brink, maakte ons enthousiast over de door Meta Knegt uit Amerika overgenomen aanpak van dit werk. In de beginjaren van het nu landelijk en internationaal zo bekende Timotheüswerk werd elke herfst vakantie-bijbelschool gehouden in ons kerkgebouw. De kinderen uit de buurt kwamen graag en trouw, vaak wel driehonderd per morgen.
Echter, de kinderen werden groot en de kerkbuurt verouderde, waarom tenslotte met het vakantiebijbelschoolwerk moest worden gestopt.
Uiteraard was dit geen bevredigende afloop, maar enkele pogingen om met tieners verder te gaan, werden geen succes. Dan toch de kerk maar weer uitsluitend voor eigen gebruik benutten en de buurt alleen maar het licht laten zien, dat door de ramen naar buiten straalt? En ze laten raden hoe het in die goed verwarmde kerk toegaat en wat voor mensen daar zitten? Weliswaar werd naar buiten toe aan evangelisatie gedaan, maar het gebouw van de Nederlands Gereformeerden stond daar op zijn pleintje en deed de buurt goed noch kwaad."

De Michaelparochie
"Eigenlijk", vertelt Bep, "is het kerkbuurtwerk ons toen in de schoot geworpen.
"De buurt valt wat betreft de Rooms-Katholieke kerk onder de Michael-parochie en, zoals dat in het zuiden al eeuwen het geval is, strekken de activiteiten van een parochie zich uit tot de hele wijk, katholiek of niet. Nu kwam uit deze parochie het verzoek om gezamenlijk wat te doen voor de bejaarde bewoners rond onze kerk. Om aan hun eigen parochiale evenementen deel te kunnen nemen moesten zij een drukke verkeersweg oversteken, wat voor velen van hen erg bezwaarlijk was. Wij hebben deze kans, om met de buurt in contact te komen, met beide handen aangegrepen.
Er kwam een vergadering van enkele enthousiaste mensen uit onze gemeente met een aantal parochianen en de eerste kerkbuurtmiddag kon van start gaan. 't Liep tegen Kerst en de hele. buurt kreeg een Elisabethbode met daarbij een uitnodiging. Dat gebeurde vijf jaar geleden en sindsdien komt elke laatste woensdagmiddag van de maand een twintigtal buurtbewoonsters (en een enkele bewoner) op koffiebezoek in onze kerk".

Maar samenwerking met de Rooms-Katholieken?
Truus: "Dat kan en moet kunnen in dit geval. Van beide kanten is er dezelfde vriendelijkheid om te handelen naar het woord van Paulus: "Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend". We willen met woord en daad laten zien dat we van Jezus Christus zijn. En hoe kun je nu beter mensen voor Hem winnen dan door jezelf als gelovige te presenteren" .

Dus het doel is uiteindelijk evangelisatie?
"Nee, zo kun je dat niet stellen. We willen aan de buurtbewoners tonen dat we, omdat we zelf God liefhebben, ook van hen houden; dat we iets voor hen willen betekenen en dat onze kerk voor iedereen openstaat. We pogen iets uit te stralen van Gods liefde voor ons naar allen, die op onze weg geplaatst worden".

Wat gebeurt er nu op zo'n kerkbuurtmiddag?
"Van allerlei. Iemand vertoont dia's van een verre reis, er wordt sinterklaas gevierd, toneel gespeeld, de politie gaf voorlichting over inbraakpreventie, er werd een lezing gehouden over het Brabantse landschap en het milieu en zo verzinnen we elke keer iets anders".

Maar waarin zit dan het christelijk element?
"Dat blijkt uit een welkomstwoord, een gesprekje tijdens de koffie en zeker ook in het samen Kerst- en Paasfeest vieren met koor- en samenzang, een meditatie door iemand van ons, een gedicht enz. Ook delen we ter gelegenheid van deze feesten steeds Elisabethbodes uit".

Beginnen jullie deze middagen met gebed?
"Nee, we houden als medewerkers van onze kerk een bidstond vooraf. De meeste buurtbewoners zouden een gebed heel vreemd vinden en een belemmering om te komen. Velen van hen zijn van huis uit katholiek, maar over het alqerneen-zl]n er niet veel blijken van kerkelijke meelevendheid.
Trouwens, ook niet elk programma voor deze middagen leent zich hiervoor".

Een willekeurige kerkbuurtmiddag
Genietend van de koffie met iets erbij zit men aan gezellig ogende tafeltjes.
We gaan bekers glazuren onder leiding van onze eigen pottenbakster Riet Burema. Al pratende met deze en gene hoor ik heel wat deze middag.
Een 85-jarige dame vertelt me dat ze sinds haar 16e een dagboek heeft bijgehouden, van het bestaan waarvan haar twee kinderen tot aan haar dood niets mogen weten. Ze vraagt zich bezorgd af wie van de twee het straks moet erven. Ik raad haar aan een fotokopie van het boek te laten maken.
Haar reactie: "Daar wil ik dan wel zelf bij zijn, want ik vertrouw niemand".
Iemand anders zit op hete kolen, want haar hond, die ze de vorige keer meebracht, bleek geen gewenste bezoeker, zodat ze hem nu alleen thuis moest laten. Een heel klein mevrouwtje vertelt enthousiast hoe ze al zeventien jaar met geestelijk gehandicapten handwerkt, een dankbaar werk; zelf is ze er haar minderwaardigheidscomplex over haar geringe lengte door kwijtgeraakt. Ze geniet van de kerkbuurtmiddagen: er heerst geen hokjesgeest, je merkt dat we dezelfde lieve Heer hebben. Ze komt ook af en toe 's zondags bij ons in de kerk 'als ze tijd heeft'. Er is ook een oma, wier kleinkinderen al trouw naar de vakantie-bijbelschool kwamen en er veel bijbelkennis opdeden, zoals ze trots vertelt. "Zijn ze nog gelovig?"
vraag ik. "Dat weet ik niet hoor" is het antwoord, "ik ben het tenminste niet na alles wat ik in het leven heb meegemaakt".
En als ik zeg dat het dan juist zo fijn is om in die bijbel van haar kleinkinderen te lezen hoe God wil helpen, zegt ze: "Vroeger mochten we geen bijbel hebben, nu hoeft het voor mij niet meer". Iemand anders is van mening, dat als je maar eerlijk bent en wat voor een ander over hebt, al dat bijbellezen en naar de kerk gaan niet nodig is. "Maar met Kerst en Pasen doe ik heus wel mee hoor, het is hier fijn en gezellig en de leidsters zijn schatten".
En wie van ons zal zeggen waarheen de Geest waait?
Soms mogen we er iets moois van zien, zoals op een zondag in augustus jl. Een dame van 80 jaar, door middel van het kerkbuurtwerk en gesprekken met kerkleden geraakt door het evangelie, deed belijdenis van haar geloof.
En voor in de kerk staande zong ze blij vrijmoedig een zelfgemaakt lied, op muziek van Bach, tot eer van onze God.

Geen platgetrapt paadje dus
rondom de kerk op het oude plein, maar toch wel degelijk een goed begaanbaar pad. Màg het ook een beetje anders?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief