Persschouw
1991-12-06
In 'DE WAARHEIDSVRIEND' behandelt Ds. A. Baas te Wapenveld het thema: 'Opbouw van de gemeente - Jaargang 35
- nummer 25
in een tijd van geestelijke verschraling'. In het eerste artikel aan dit onderwerp gewijd, schrijft hij o.a.:
‘Wereld’
Ook onder ons is er veel meer 'wereld' dan we meestal vermoeden. We moeten daaraan ontdekt worden. God Zelf moet er - ook bij ons - aan te pas komen. Het klimaat waarin we leven, de machten waaronder we leven zijn het, die de doorbraak van Woord en Geest blokkeren.
Geestelijke verschraling in de kerk, in de gemeente, op de scholen, in de gezinnen (ook die van ambtsdragers).
Geestelijke verschraling in eigen hart.
Zijn we als ambtsdragers modellen voor de gemeente? Voorbeeldig in het doen van goede werken, zuiver in de leer, oprecht van hart en wandel?
Wat spelen de zorgvuldigheden van het moderne leven ons parten. Jachtig is ons leven. Van alle markten moeten we thuis zijn.
Rijker wordt de gemeente aan mannen en vrouwen, die altijd leren en beIeren, maar tot de kennis van Christus geraakt men niet.
Armer wordt de gemeente aan mannen en vrouwen die zich gedurig oefenen in de verborgenheden van het geloof. Mensen met een bijbelse nuchterheid, een heldere geestelijke kennis waar je als ouderen en jongeren graag eens even binnenstapt met je vragen aangaande dit leven en het toekomende." Mannen en vrouwen als Aquila en Priscilla, die anderen 'de weg Gods' nauwkeuriger weten uit te leggen.
Handhaving van het gezag van de Schrift en de Belijdenis is nodig. Maar wat te zeggen als dat alles maar een uitwendige zaak is?
Schriftkritiek wijzen we radicaal af.
Maar wat te zeggen van een levenswandel die één grote kritiek is op het Woord des Heeren?
Men zegt dat als gevolg van de 'cultuuromslag' het Woord Gods niet meer zo landt zoals dat vroeger het geval was.
Het menstype van nu zou anders zijn dan van enkele decennia geleden.
Oppervlakkig gezien willen we het beamen. Fundamenteel genomen wijzen we het radicaal af. We zullen, juist als ambtsdragers, ontdekkend bezig moeten zijn. Mèt de Schrift in de hand moeten aantonen dat de mens voor Gods aangezicht gedaagd sinds Genesis 3 dezelfde is. De vraag is of we nog welontmaskerend bezig zijn.
Zijn we zelf ont-maskerd?
Wanneer we spreken over onze tijd als een tijd van geestelijke verschraling in de gemeente, moeten we dan niet vrezen voor de praktijk van het uitdoven, het uitblussen van de Geest?
Zijn we als ambtsdragers wel instrumenten val"! de Geest? Zijn we werkelijk 'boodschappenjongens' van de Meester, die gedreven door Zijn Geest slechts het Woord van de Meester doorgeven?
Wordt de stem van de Herder gehoord wanneer wij preken en spreken?
Men zegt dat in prediking en pastoraat het zo ontbreekt aan een spreken in betoning van geest en kracht. Het lijkt onder ons veelal nog wel schriftuurlijkbevindelijk, maar schijn is nog geen zijn!
Ook wanneer alles 'waar' is wat gehoord wordt, kan het nog zo schraal, zo rationeel zijn.
Tenslotte wat dit punt betreft: geestelijke verschraling als gevolg van uitslijting van het zondebesef. De leer van de rechtvaardiging van de goddeloze wordt hier en daar tot 'de rechtvaardiging van de goddeloosheid'.
Goddeloosheid is de aanduiding van een zaak die het tegenovergestelde is van 'godsvrucht'. Goddeloosheid wil zeggen: geen eerbied, geen respect hebben voor God, voor wat Hij verordend en ingesteld heeft.
De vraag wordt gesteld: wat is zonde?
Er wordt nog wat genoemd. De één weet het erger te maken dan de ander.
Maar wie komt na een lange lijst toe aan de wortel zonde? Het ongeloof!?
Uitsluiting van zondebesef. Vervaging van christelijke waarden en normen.
Andries Knevel heeft duidelijk aangetoond dat de media, inzonderheid de t.v., één van de grootste oorzaken is.
Het verontrust mij, dat velen (noodgedwongen) het boekje weliswaar prijzen, maar toch weer gaan relativeren en nuanceren. We zijn Knevel dankbaar voor deze eye-opener. Ik vrees dat ook zijn stem zal zijn als van één die roept in de woestijn. Over verschraling gesproken!
Hypokrisie is een groot gevaar en een groot kwaad in de kerk van Christus.
De mensen doen zich dan ergens kennen als figuren bij wie er een bepaalde diskrepantie is ontstaan tussen woorden en daden. In de gemeente protesteren ze direkt tegen elke vorm van vernieuwing. Het wordt zomaar betiteld als een stukje afval. Maar hun dagelijks levenspatroon is niet doorademd van de Heilige Geest. Er kan heel wat bij door in de praktijk van hun bestaan van alle dag. Ze laten zich dirigeren door de afgod van het geld of van de alcohol. Hierop dient de prediking in te gaan. Opdat er bekering plaatsvindt. Want het kan uitgroeien tot een levenshouding waarin mensen met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben (Zie 11Timotheüs 3:5). We zijn gewaarschuwd!
Enschede, O. Mooiweer