Ik ben het licht der wereld

1991-12-20
  • Jaargang 35
  • nummer 26
Het licht komende in de wereld
De eerste scheppingsdaad van God waarbij het woord 'goed' valt lezen wij als Hij het licht in aanzijn roept. "En God zeide: Er zij licht; en er was licht.
En God zag, dat het licht 'goed' was, en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis", Gen. 1,3. In dit woord gaat het niet om licht tot verlossing, want de schepping op zich had geen verlossing nodig. Van de schepping geldt: En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed", Gen. 1,31.
Als Christus zich het licht der wereld noemt gaat het niet over het natuurlijke zonnelicht dat de mens van node heeft om te kunnen leven, maar over het licht tot verlossing van het ten ondergang gedoemde leven. Het leven is anders geworden door de zonde en de dood.
Het licht dat God laat schijnen om de duisternis te doen verdwijnen is de zon. Maar God heeft ook een ander licht gegeven om met de nacht der zonde en haar ontzagwekkende gevolgen van ontwrichting en dood af te rekenen. Dan denken wij aan de 'Zon der gerechtigheid'. Dit is het licht dat schijnt in de duisternis en waarvan gesteld moet worden dat de duisternis dit licht niet heeft gegrepen. Sinds de zondeval is God bezig de mens dit licht te schenken. Vanaf de moederbelofte geldt: "Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld", Joh. 1,10. De Verlosserhet licht der wereld - is beloofd aan de hele mensheid. "Wij geloven, dat de goede God, toen Hij zag dat de mens zich aldus in de lichamelijke en geestelijke dood gestort en zich volkomen ongelukkig gemaakt had, hem in zijn wondere wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte, en hem heeft getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw om de kop van de slang te vermorzelen en hem zalig te maken", art. 17 N.G.B. God heeft met dit licht niet maar één volk op het oog, maar de hele wereld. De 'knecht des Heren', waarin wij - als in de vorm van een piramide vanuit de breedte naar de top - achtereenvolgens Israël, de rest of het trouwe deel, tenslotte de Messias mogen zien, is gesteld tot "een licht der naties; een licht der volken", Jes. 42,6; 49,6; 51,4.

Christus, het licht der wereld - Kerstfeest
In Jezus Christus gaat God zijn erbarmen tonen met de wereld. De Zoon van God brengt licht in de duisternis.
Hij spreekt woorden zo aanmatigend dat het werkelijk een confrontatie wordt. Het klinkt zo exclusief en het is het ook: "Ik ben het licht der wereld".
Wie durft zó te spreken, wie kan dit van zichzelf stellen? Het gaat hier om een goddelijk openbaringswoord. Het is goed mogelijk dat Jezus dit woord gesproken heeft tijdens de viering van het Loofhuttenfeest. Het Loofhuttenfeest werd afgesloten met een enorme nachtelijke feestverlichting in de voorhof der vrouwen. Vier enorme gouden luchters stonden dan in de voorhof opgesteld. Die indrukwekkende kandelaren lieten hun licht schijnen over de muren heen en verlichtten zo Jeruzalem.
Er werd met fakkels gedanst.
Jeruzalem, de stad van de grote Koning, was verlicht en vierde het Loofhuttenfeest.
De oogst was binnen.
Leve het leven! De geschiedenis van de overspelige vrouw gaat direct aan deze woorden van Jezus vooraf. Een zwerfsteen, die als parel een uitgelezen plaats heeft gevonden in het evangelie.
Bij die gelegenheid van het Loofhuttenfeest spreekt Jezus: "Ik ben het licht der wereld". Het licht niet slechts voor Israël, maar voor de hele wereld.
Het gaat hier wel degelijk om de universaliteit van het heil. De heilsbetekenis van Christus voor de wereld. De wereld ligt sinds de zondeval in de duisternis en nu is daar de Zon der gerechtigheid als het licht der wereld.
Nu eerst breekt in Jezus Christus dit licht door. Nooit eerder is er iemand geweest op wie deze woorden van toepassing zijn. De geschiedenis der mensheid heeft slechts één wezenlijk lichtpunt!
Hij is de gezondene des Vaders en daarom schakelt Hij alle andere lichten uit. Het gaat hier om het ene licht van boven. Wil Jeruzalem door Hem verlicht worden? Wil Israël bij dit schijnsel leven? Hoe kijken wij tegen een uitspraak van Jezus als deze aan?
In dit woord dringt ook een oordeel over ons eigen leven door. Ben ik duisternis? Moeten wij in dit licht een woord van Paulus verstaan als hij zegt: "Ik weet dat er in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont"? Zullen we toch nog maar eens proberen de spijkers gloeiend te krijgen? Als wij denken, dat we in onszelf niet gerekend hoeven te worden tot de duisternis dan verlangen wij naar dit licht niet. Maar, waarvoor hebben wij Christus dan nodig? Over dit woord "Ik ben het licht der wereld" moeten we struikelen, want we worden als we los van Christus staan duisternis genoemd en stemmen we daar mee in? Wij zijn de weg kwijt. Dat is benauwend, want dan vinden wij onze bestemming niet.
Christus zegt: "wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben".
De duisternis karakteriseert de bestaanswijze van de mens, die zonder het licht van Gods liefde, die manifest is geworden in Jezus Christus, doelloos en richtingloos voortleeft en niet weet waar hij heengaat. In Jezus Christus verschijnt God op het toneel der wereld om ons bij te staan. Dat maakt Kerstfeest ons duidelijk. Jezus roept op tot navolging van dit licht. De navolging is hier geen imitatio Christi, dat begrijpt ieder, want Christus is uniek. Tussen de Christus en de christen is geen gradueel, maar een wezenlijk verschil. De navolging, een ander woord voor het geloof, het Jezus voor ogen hebben in het moeitevolle leven, brengt licht aan. De komst van Christus in de wereld schenkt de gelovige het licht des levens, dat de duisternis verdrijft.
Jezus zegt niet: wie mij volgt zal het voor de wind gaan, zal voorspoed hebben. Maar Hij belooft: "wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben". Het geloof in Christus overwint de duisternis.

Slechts één licht - jaarwisseling
Doordat Jezus leeft, ontvangen de gelovigen van Hem "het licht des levens".
Licht dat nodig is om het leven met zijn afbraak aan te kunnen. Dit gaat veel verder en reikt veel dieper dan dat iemand ons soms enige tijd weet te inspireren. Christus' Geest en genade zijn werkzaam in het leven der gelovigen. De krachten der toekomende werken op hen in. Daarom laat Christus zich met niemand uit de geschiedenis vergelijken. Hij komt niet bij ons vandaan, maar komt ons van Gods kant te hulp. Zijn licht straalt in de duisternis. Hij is het waarachtige licht dat in de wereld gekomen is. De mensheid heeft maar één verlosser.
Daarom breekt het licht niet in allerlei plaatsen door, omdat er religieuze genieën zouden zijn opgestaan, maar enkel daar waar God Zelf in het vlees verschijnt. Zo is Kerstfeest werkelijk een blij feest, want het getuigt van Gods komen in deze wereld. Licht in de duisternis.
Daar er slechts één licht is, delen wij de geschiedenis overeenkomstig de doorbraak van dit licht in tweeën en spreken wij over de tijd vóór de geboorte en de tijd nà de geboorte van Christus. In Hem verricht God eeuwigheidswerk in de tijd. 1992 is in elk geval een jaar dat niet los te denken valt van de persoon en het werk van Jezus Christus. Daarom hebben wij goede moed, want Zijn rijk, "dat niet van deze wereld is", komt. Eens breekt het licht op volle sterkte door, als Hij wederkomt. Dan eerst "zal het licht zijn, eeuwig licht zijn, licht uit licht en duisternis" (Da Costa). "En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam", Openb. 21,23.
Zal dat dan licht der natuur of genadelicht zijn? Het einde van de afgelegde weg zal beter zijn dan het begin. Het hernieuwde paradijs gaat het eerste paradijs te boven. Dan zal het blijken: Heil is meer dan zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief