Kentmis 1943

1991-12-20
  • Jaargang 35
  • nummer 26
Het werd Kerstmis in Natzweiler. De Duitsers gaven ons zowaar een dag vrijaf, wij werden niet gepest, kregen behoorlijk te eten, kregen enkele Russische sigaretten, merk Bregawa, en in een barak was ... een kerstboom opgericht waarbij wij Stille Nacht mochten zingen. Was dit een onverwachte aandoenlijke goedheid van de Duitsers? Ik geloof eerder dat deze voorstelling bij hun demonische spel behoorde. Hoe het zij, wij waren allen in een verheven stemming.
Gerard van Hamel (die op mijn verjaardag, 19 juli 1944, zou bezwijken) las ons het kerstverhaal voor uit een georganiseerde Bijbel en zei daarna een kerstgedicht op. Daarna wilde ik alleen zijn.
Stiekem trad ik met mijn kostbare sigaretten naar buiten, de dikke sneeuw in.
Het was ijzig koud en in de hemel fonkelden al sterren. De zon was echter nog niet lang ondergegaan en in het westen was het nog donkerrossig. Ik liep naar beneden, naar het plateau naast het crematorium waarachter geweldige bossen groeiden. Je had daar ook een schitterend uitzicht over het dal. Het dal hing vol violette nevelen. Toen ik daar in eenzaamheid stond, een sigaret opstak en langzaam terugkeerde tot mijn eigen sfeer, begonnen van heel ver onder de nevelen in het verborgen dal kerkklokken te luiden.
Kort daarop verscheen mij in het noorden, richting Nederland, een geweldig zilveren kruis in de hemel. "Het volk dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien en voor hen die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan."

Dit is geen verbeelding geweest. Dit Is de werkelijkheid geweest. Zo waarlijk helpemij God almachtig.

Uit: Nacht und Nebal, door Floris Bakels

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief