Polen, het land van de Zwarte Madonna (2)
1991-12-20
De vorige keer hebben we in vogelvlucht de blik geworpen op enkele passages uit de Poolse geschiedenis, met de bedoeling ons zicht op het hedendaagse Polen te verhelderen.- Jaargang 35
- nummer 26
In het land dreigt de chaos. Men heeft gepoogd de economie met zeer harde hand te saneren. Hierbij is deze vooralsnog in een zeer deplorabele toestand verzeild geraakt, met alle negatieve sociale gevolgen van dien. Van de ruim 35 miljoen Polen zijn er ongeveer 2 miljoen werkloos en de verwachtingen zijn dat dit aantal over een jaar zal zijn gestegen met nog eens 1% miljoen. Het gemiddelde maandinkomen in Polen bedraagt ongeveer 315 gulden en dat terwijl de prijzen van de produkten zo langzamerhand op een westers niveau zijn komen te liggen. Vroeger beschikte men over voldoende geld, maar was er nauwelijks iets te koop. Nu liggen de winkels vol, maar is de portemonnee leeg. Het volk mort en heeft het vertrouwen in de politiek en de nationale leiders verloren. Eind oktober is een totaal versplinterd parlement gekozen door nog geen 50% van de kiesgerechtigde Polen. Er zijn 29 partijen en partijcoalities in de Sejm vertegenwoordigd, waarvan sommigen naar illustere namen luisteren als 'de Poolse Partij van Vrienden van het Bier' en 'de Vrouwenbond tegen de Hardheid van het Bestaan'. De partijen die op elkaar zijn aangewezen voor de vorming van een coalitieregering, liggen met elkaar overhoop. Het resultaat van hun gehakketak zal hoogstwaarschijnlijk een regering zijn die nauwelijks levensvatbaar is.
Een gefragmenteerde volksvertegenwoordiging die zich in onmacht de handen wringt, zorgt er in ieder geval voor dat de president als machtsfactor steeds belangrijker wordt. En Walesa zit zich intussen inderdaad in zijn paleis, het Belweder, te verbijten. Hoe populair hij vroeger ook was, zijn gezag is nu lelijk tanende. Er moet iets gebeuren. Het liefste zou hij de regels van de democratie, die hij toch al niet zo hoog acht, aan zijn presidentiële laars lappen. Zo zou hij het parlement kunnen passeren en per decreet gaan regeren. Het is niet voor niets dat men al de vergelijking trekt tussen Walesa en Pilsudski (zie mijn vorige artikel), de Poolse staatsman die in de twintiger jaren na een staatsgreep een autoritair bewind in het leven riep.
Kerk en politiek
Heel interessant en buitengewoon belangrijk Is de positie die een ander centrum van macht in het zojuist geschetste plaatje inneemt: de Rooms-Katholieke kerk. We hebben gezien dat deze altijd dominant aanwezig is geweest in de Poolse geschiedenis. Zo ook nu. In de communistische tijd heeft zij bij de bevolking een enorm krediet opgebouwd. Zij was de steun en toeverlaat van de bevolking, de hoedster van de nationale identiteit. De kerk was daarmee ook het bolwerk van verzet tegen de communistische regering.
Kerkgang was een politieke daad geworden, vooral toen de kerk zich in de jaren tachtig vierkant achter het verboden vakverbond Solidariteit stelde. Kerk en vakbond raakten nauw verbonden en versterkten elkaar wederzijds, tegen de verdrukking in. De uiteindelijke triomf van Solidariteit was ook die van de kerk.
Maar ook hier trad die haast ijzeren wet in werking: succesvol verzet tegen 'iets', in dit geval een staatssysteem, garandeert allerminst dat vervolgens het opbouwen van een alternatief eveneens voorspoedig verloopt. Solidariteit is vorig jaar al uitéén gevallen in diverse elkaar bestrijdende partijen en groepen, die niet in staat zijn gebleken de complexe problemen in het land krachtdadig het hoofd te bieden. We hebben al gesignaleerd dat de grote vakbondsleider van weleer, nu president, zijn populariteit achteruit ziet hollen.
De Rooms-Katholieke kerk is ook in gevaarlijk vaarwater terecht gekomen.
Er is in Polen een machtsvacuüm ontstaan en de kerk is daar ingesprongen.
Het gezag en de invloed die ze tijdens de periode van onderdrukking verworven heeft, tracht ze te 'verzilveren', in haar poging haar stempel in verregaande mate te drukken op de politieke besluitvorming en op de inrichting van het land. Daarbij heeft ze de president van het land, een fervent katholiek, op haar hand. Er vindt een clericalisering van de samenleving plaats. Vertegenwoordigers van de kerk vergroten hun grip op vele sectoren van die samenleving, zoals de media en het onderwijs. Critici zien natuurlijk al parallellen met het recente verleden: het communistisch totalitarisme heeft afgedaan, de katholieke variant is ervoor in de plaats gekomen. Een hard oordeel, maar de episcopale plannen gaan ook wel heel ver. Zo zou de scheiding tussen kerk en staat, die in de huidige grondwet is vastgelegd, ongedaan gemaakt moeten worden. Dit zou dan gebeuren vanuit de gedachtengang dat, aangezien de staat Rooms-Katholiek is (Pola-Katolik, zie mijn vorige artikel), de belangen van staat en kerk samenvallen.
De kerk weet daarbij, als herder, wat goed is voor de staat en zou daarom een leidende rol moeten spelen.
Het gevolg zou zijn: een kerkstaat, of een staat die het werktuig is van de kerk. Het is in dit verband typerend dat er nu al stemmen op gaan om de kerkelijke huwelijkssluiting de rechtskracht te verlenen die de burgerlijke huwelijksvoltrekking nu heeft en deze laatste af te schaffen.
Ten aanzien van het godsdienstonderwijs heeft de kerk al een belangrijke stap gezet. Op advies van een Gemengde Commissie van Regering en Episcopaat werd vorig jaar het godsdienstonderwijs op de lagere en middelbare scholen heringevoerd. In de praktijk komt dit neer op Rooms-
Katholiek onderwijs. Het kenmerkende was dat het besluit hiertoe, tot verontwaardiging van velen, per ministerieel decreet werd bevestigd. Het parlement was er niet in gekend.
De kerk weet nog op een andere wijze velen tegen zich in het harnas te jagen.
In de zomer van '89 werd er in de Sejm vrij geruisloos een wet aangenomen, die de Rooms-Katholieke kerk het recht gaf alle gebouwen die haar door de communistische regering waren ontnomen, weer in het bezit te nemen. Met grote ijver is sindsdien deze wet uitgevoerd, waardoor de huidige gebruikers van de panden, bijvoorbeeld scholen of tehuizen, in de problemen komen. Bovendien hebben de andere kerken en religieuze groepen die onroerend goed zijn kwijtgeraakt, het nakijken: de wet geldt niet voor hen.
Tenslotte nog iets over een ander heet hangijzer: de abortusproblematiek. De kerkelijke leiders proberen, tegen de wil van de meerderheid van de bevolking in en daardoor tot nog toe ook zonder succes, een zeer strenge antiabortus wetgeving door te drijven. Nu is de intentie om het ongeboren leven zo veel mogelijk te beschermen, vanzelfsprekend te prijzen. Maar ook hier wringt toch de schoen op dezelfde plaats als bij de zojuist beschreven voorbeelden van kerkelijk optreden: aan de basis ligt een machtsstreven, een dubieuze geldingsdrang. Deze komt voor een deel voort uit de vrees dat de kerk haar populariteit onder de bevolking steeds verder zal verliezen en, hiermee samenhangend, uit de onmacht om de mensen de elernentaire kerkelijke - en ook bijbelsenormen en waarden zich eigen te laten maken. Het is tragisch dat dit kerkelijke optreden onvermijdelijk contraproduktief is en de werking van het evangelie belemmert. Dit klemt des te meer daar de mentaliteit in Polen bepaald zorgwekkend is. Meer dan 90% van de Polen zegt belijdend Rooms-Katholiek te zijn, terwijl tegelijkertijd de sexuele moraal toch wel zo vrij is dat het menig priester het schaamrood naar de kaken zal doen jagen, het alcoholmisbruik uitzonderlijke proporties heeft aangenomen en vrijwel nergens zo ten hemel schreiend vaak abortus wordt toegepast als in Polen.
De Poolse Oecumenische Raad
Hoe functioneren in dit klimaat eigenlijk de andere, veel kleinere kerken in Polen? Ik wil me beperken tot het zevental niet-Rooms-Katholieke 'dwergen' dat met elkaar samenwerkt in de Poolse Oecumenische Raad (opgericht in 1946). De grootste hiervan, de Poolse Orhodoxe kerk, is nog stevig uit de kluiten gewassen met haar 400.000 leden. Deze zijn voor een groot deel van Russische en Oekraïnse afkomst. Dit zorgt voor een tamelijk moeizame verhouding met de nationalistisch ingestelde R.K. kerk.
Voorts zijn bij de Oecumenische Raad aangesloten de Lutherse kerk, de Gereformeerde kerk, de Baptisten, de Methodisten en twee Oud-Katholieke kerken die zich aan het gezag van Rome hebben ontrokken. In de Raad kunnen de deelnemende kerken hun krachten bundelen. Zo heeft de Raad protest aangetekend tegen de eerder genoemde wet op het godsdienstonderwijs en bestaat er sinds enige decennia een gemeenschappelijk theologisch opleidingsinstituut met een Orthodoxe, een Oud-Katholieke en een Evangelische afdeling. In de communistische tijd bevond de Raad zich in een vervelend politiek spanningsveld, omdat het afhankelijk was van de regering en zich bij tijd en wijle aan haar loyaal moest verklaren. In het kader van een verdeel-en-heers-politiek en om de R.-K. kerk dwars te zitten, werden de deelnemende kerken door de regering bovendien op diverse manieren bevoordeeld boven hun Rooms-Katholieke geloofsgenoten. Eén en ander zette bij de laatsten uiteraard nogal kwaad bloed.
De erfgenamen van de 16e-eeuwse reformatorische traditie die ik in mijn vorige artikel heb genoemd, vormen op een bevolking van ruim 35 miljoen een schamel groepje: 4500 zielen, verdeeld over een tiental gemeenten.
Het klinkt enigszins merkwaardig, maar aan het hoofd van de gereformeerde kerk staat een bisschop. Hij is de voorzitter van de synode. Men heeft hem deze titel gegeven om de simpele reden dat hierdoor zijn status werd verhoogd en dat is belangrijk bij de contacten met andere kerken. Sinds 13 jaar wordt deze functie bekleed door ds. Zdzislaw Tranda, die samen met zijn broer ds. Bogdan Tranda, predikant in Warschau, de belangrijkste steunpilaar van het Poolse gereformeerdendom vormt. Zij hebben kans gezien in het hierboven genoemde politieke spanningsveld, met name in de jaren '80, een kritische houding ten opzichte van het toenmalige regime in te nemen. Voor hun huidige geloofwaardigheid is dat belangrijk. Nauwe samenwerkingsverbanden bestaan er met de Lutherse kerk (70.000 leden) en de Methodisten kerk (4500 leden). De afspraak met de Luthersen uit 1570om kansel en sakramenten te delen is sinds 1970weer van kracht en met de Methodisten is men vorig jaar een zelfde samenwerking overeengekomen.
In Warschau vieren sinds een paar jaar de drie kerken gezamenlijk het avondmaal.
De kleine protestantse kerken hebben het in een overwegend katholieke en door chauvinisme aangetaste omgeving niet makkelijk. Volgens ds. Bogdan Tranda legt deze positie echter juist ook een bijzondere taak op de schouders van de gereformeerde gemeenten en hun protestantse zusterkerken.
Hun specifieke historie en eigen tradities, hun geloofsbeleving en de ethische normen die uit dat geloof voortkomen, moeten niet onder de korenmaat gestoken worden en vormen zijn inziens een gezonde uitdaging aan de samenleving met haar traditionele nationaal-katholieke waarden.
De minder mystieke, meer rationele wijze van geloven, de heldere bijbelstudie en -uitleg die ze in praktijk trachten te brengen en de democratischer struktuur van hun kerken, kunnen niet anders dan een aantrekkende werking hebben. Het is bovendien heilzaam dat de protestantse groepen, alleen al door er te zijn, er de vinger bij leggen dat Polen en haar (kerk)historie pluriformer zijn dan menigeen denkt. Hierin is echter nog een lange weg te gaan. Tijdens zijn bezoek aan Polen eerder dit jaar, poetste de (Poolse) Paus nog eens de eeuwenoude idee op van Polen als 'Antemurale Christianitatis', Bolwerk van de (Rooms-Katholieke) Christenheid. Hij riep ertoe op vanuit dit bolwerk tot een herkerstening van Europa over te gaan. Maria, koningin van Polen, ook vorstin van Europa? Geen reële optie.
Haar aanzien is in haar thuisland al aanzienlijk aan het afbrokkelen. Toch zal ze daar vooralsnog haar stempel flink op het leven blijven drukken.
Polen, het land van de Zwarte Madonna.