Zo nabij is de vreugde!

1990-01-05
  • Jaargang 34
  • nummer 1
Tweemaal kort na elkaar komt de apostel Petrus ermee aan, met de vreugde. Wie 't de eerste keer niet direct opnam kan 't dan nog 's horen.
Petrus schreef aan beproefde en daardoor bedroefde christenen.
Wekt hij hen op zich ondanks dat toch maar te verheugen?
't Zou niet vreemd zijn. Paulus hield de Filippenzen voor: Verblijdt u in de . Here áltijd! Jakobus schreef zelfs: Acht 't alleszins vreugde, mijn broeders, wanneer gij in allerhande beproevingen terechtkomt.
Toch is hier iets anders. We kunnen Petrus' spreken over 't zich verheugen van de gelovigen niet zonder meer in dat rijtje zetten van opwekkingen om ondanks of zelfs vanwege' de ondervonden moeiten toch maar blij te zijn.
De tweede keer dat de vreugde hier ter sprake komt (vs 8) is 't ook geen opwekking maar een constatering: ..en gij verheugt u" en dan nog wel ..met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde".
Wat nu? Waren ze nu bedroefd of niet? En... als ze dan zo bovenmate jubelend waren, dan hadden ze toch de 6proep ..verheugt u" (vs 6) niet nodig?

Nu is allereerst op te merken, dat in vs 6 eigenlijk ook geen oproep klinkt.
Zo wil onze vertaling het wel opvatten, maar 't ligt meer voor de hand om in plaats van ..verheugt u daarin"
te lezen: ..waarin gij u verheugt".
Dus ook die eerste keer al een constatering: jullie doen dat, jullie verheugen je - ja, zeg maar: jubelen, juichen. 't Is een sterke uitdrukking, die we ook in de Psalmen vaak vin· den, voor uitbundig vreugdebetoon.
Maar ... waar slaat dat dan op? Zo te merken aan deze brief waren die mensen niet bepaald aan vreugde toe. Zeker en dat is het nu juist.
Nu komt de apostel hen, neen, niet vermanen om toch maar blij te zijn, maar nu geeft hij hun uitzicht op vreugde, die toch hun deel zal zijn, die hun deel' is!
Wellicht hebt u nog Andere vertalingen bij de hand dan de gebruikelijke en boven geciteerde, de Willibrordvertaling bv. of de Groot Nieuws Bijbel. Slaat u die na op de genoemde Schriftplaatsen, dan zult u daar lezen van vreugde en juichen in de toekomst: ..dan zult u juichen", ..hoe onuitsprekelijk ... zal dan uw vreugde zijn".
Dat 'dan' wordt ontleend aan het verband, waarin dit spreken over vreugde voorkomt. ne eerste keer wordt het vastgeknoopt immers aan de openbaring van de zaligheid (vs 5) en de tweede keer aan 't bereiken van de zaligheid (vs 9). De zaligheid in de zin van de volkomen verlossing.
Die is al gereed, hoeft alleen nog maar onthuld te worden, terwijl wij ervoor worden vastgehouden in geloof dat dan zijn doel bereikt.
Nu, als 't z6ver is, dán is het juichen en jubelen. En niet een klein beetje maar met een onzegbare, verheerlijkte vreugde. Wèg is dan alle droefenis en moeite.
't Lijkt me toe dat de apostel dit inderdaad heeft willen zeggen. Hij gaf niet een opwekking om in al dat neerdrukkende toch ook maar blij te zijn. Hij wijst op veel meer, op de vreugde straks, als 't leed geleden is en de Here komt tot verlossing.
Verderop in zijn brief klinkt wel zo'n oproep tot blijzijn-nû-al. Leest u maar 4:13 ..verblijdt u vanwege uw deelhebben aan Christus' lijden".
Dat is nu, in de moeiten.
Het is goed dit vers na te lezen, want dan vervolgt de apostel: ..opdat gij u ook met vreugde (jubelend!) zult mogen verblijden bij de openbaring van zijn heerlijkheid".
Dat is dán, als de zaligheid wordt geopenbaard en wij die bereiken.
Zo grijpt de apostel nog eens terug, tegen het einde van zijn brief, op datgene waarop hij zijn lezers in het beqln al had gewezen. In die prachtige inzet, waarin hij begonnen was God te loven voor de ons geschonken hoop. Belichaamd in onze Here Jezus Christus, die Hij uit de doden heeft opgewekt. In Hem, nu in de hemel, ligt onze toekomst vast, ligt ons erfdeel als het ware gereed.
De zaligheid, de v Ikomen verlossing, is niet een v?'"rretoekomst, maar is als een voor ons klaarliggende schat, die alleen nog maar onthuld moet wbrden.
Datgene, waarop onze hoop gevestigd is, dat is niet ver en vaag. Het is concreet en nabij in Hem, onze levende Heer in de hemel. Die hemel hoeft maar open te gaan en dan is de volle verlossing er. En de daarmee verbonden jubelende vreugde!
Die is zodoende in principe helemaal niet ver weg.
Het verdriet, het lijden, de beproeving, daar zitten we nog midden in.
Maar we kunnen nu al 't oog richten op de vreugde. En zo zegt Petrus het dan ook niet eens, 'in dit begin, in de toekomende tijd!
De genoemde vertalingen, die het wel zo stellen ("dan zult gij juichen") hebben iets verhelderends. 't Gaat over de grote vreugde die komt, waar alle verdriet van nu bij in het niet zinkt.
Maar de apostel zet het in de tegenwoordige tijd: "en gij verheugt u..."
In overeenstemming met heel de toonaard van de sterke bemoediging, waarmee hij zijn brief begint.
Niet verwijzend naar wat nog ver en vaag is, maar de hoop op scherp stellend. Op Hèm, die we liefhebben en in wie wij geloven, al hebben we Hem nog niet gezien. Maar we weten: Hij is opgewekt, en Hij is niet ver. We zijn met Hem verbonden, we kennen Hem in liefde door het geloof.
We weten waar Hij is en dat Hij zó kan komen.
De zaligheid is gereed, ligt klaar om geopenbaard te worden. 't Doel van ons geloven is zo helder, vast en nabij. Nog even en dan bereiken we het. Juichend en jubelend. De apostel ziet 't en zet 't zijn lezers voor ogen. Hij ziet hen reeds als aangekomen, vol vreugde juichend (Greijd.). "En gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde ..." Hoe kan men mensen zoiets bevelen? Maar het is geen opdracht, het is troost, wijzen op de zaligheid, die er voor de gelovigen is. En die nabij is. Het kan zó zijn, ineens gebeuren.

In die hoop mogen wij ook leven, in liefde en met geloof verbonden aan onze Here Jezus Christus. Let erop dat de apostel daar niet aan twijfelt maar er vanuit gaat (vs 8)! Zo is onze hoop levend, op Hem gericht, die leeft en nabij is, gereed staat te komen. Met de zaligheid en dus ook de vreugde.
Die vreugde behoort bij ons erfdeel, bij Hem.
Zoals de beproeving bij ons geloof behoort (vs 7), zo hoort de vreugde er ook bij. Niet maar de blijdschap die er nu al kan zijn. Veel méér: verheerlijkte vreugde. Ver boven alle leed van nu uitgetild. Ên... die ligt voor ons klaar. Hij hoeft maar te verschijnen en dan is het zover. Dan is alle leed geleden. Dan zijn we er.
Is 't juichen en jubelen. ZÓ nabij is de vreugde!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief