Tekenen van het koninkrijk

1990-01-05
  • Jaargang 34
  • nummer 1
Wie had voor enige maanden kunnen vermoeden dat Europa het nieuwe jaar zou ingaan zonder de Berlijnse muur.
Met ontroering zagen we op de T.V. de mensen dansen op deze gevreesde muur, die het symbool was van de scheiding tussen de volken in Oost en West Europa.
Het geweldige cornmunlsttsche rijk bleek een reus op lemen voeten te zijn. Gorbatsjow heeft met zijn peristroika een nieuw tijdperk ingeluid.
Polen, Hongaren, Oost Duitsers, Tsjechen, Slowaken, Bulgaren en naar we hopen en bidden straks ook Roemenen, zien hun verlangen naar vrijheid in vervulling gaan.
Het kwam onverwacht en in een adem-benemend tempo volgden de gebeurternissen elkaar op.
Succesvolle veranderingen hebben in de regel veel vaders, maar nu was er even een stilzwij.gen - hoe lang? - en gingen onze gedachten naar een geschenk uit de hemel.
In die bewogen dagen moest ik denken aan wat we· bij Jesaja lezen over Kores of Cyrus, de grondvester van het Perzische wereldrijk, die overwinning op overwinning bevocht en in 539 v. Chr. Babel veroverde.
Wie heeft hem in het oosten verwekt, die bij elke schrede de zege ontmoet, lezen we in hoofdstuk 42 en in 44 vers 28: die tot Kores zegt: Mijn herder, hij zal al mijn welbehagen volvoeren door tot Jeruzalem te zeggen: het worde herbouwd. Elders wordt deze geweldenaar Gods gezalfde genoemd.
In één van zijn preken zei ds. S.G. de Graaf: de Here bemint de instrumenten van Zijn verlossing om daarmee aan te geven dat, ook al wordt gezegd dat Cyrus de Here aanriep, we hem niet tot een gelovig vereerder van Israëls God moeten maken.
Hij was het instrument bij de verlossing van Gods volk uit Babel, die door Gods alvermogen, door 's Heren hand alleen is geschied.
Het was een verrassing in de wereld van die dagen en niet te danken aan de trouw of geloofs-moed van Israël.
Wanneer in Jesaja 40 de verlossing wordt aangekondigd wordt de machteloosheid van het volk omschreven in de stem die zegt: Wat zal ik roepen, alle vlees is als gras en in Ezechiël 37 wordt het volk in ballingschap getekend in een dal vol dorre doodsbeenderen. Het volk heeft de moed totaal verloren en zegt: onze hoop is vervlogen het is met ons gedaan.
Voor de christelijke kerk valt hier veel te leren. Ons gereformeerd volksdeel heeft onder aanvoering van A. Kuyper c.s. het vaandel van Gods koninkrijk hoog geheven, niet alleen in de reformatie van de kerk, maar op alle terreinen van het leven.
Het ging de kleine luiden daarbij niet om emancipatie, zoals veel sociologen ons willen doen geloven, maar om de eer van God en om Zijn rijk gestalte te geven; daarvoor werden ook offers gebracht.
Daarbij is in het driftig organiseren wel eens vergeten dat het koninkrijk van God veel meer is dan het totaal van onze geloofsactiviteiten. Wij veroveren de wereld niet voor Christus, maar belijden en getuigen dat Hij Heer is en Zijn rijk geen einde heeft.
Hoewel in onze dagen de beginselen die Kuyper en de zijnen dreef voor velen hebben afgedaan, tref je, niet minder dan in die dagen, de gedachte aan dat de Here onze God ons nodig heeft en alleen te hulp komt via mensenhanden.
Het optreden van Cyrus onder de volken van de oudheld leert hoe de Here souverein Zijn weg gaat in de geschieder1is. Dit is een vermaning om onszelf niet te overschatten en een vertroosting wanneer ons veel wordt ontnomen van wat in vroeqer tijden tot de gestalten van Christus' rijk behoorde. Voor allen die niet geloven in een machteloze God, maar in de God en Vader van onze Here Jezus Christus ligt in het onverwachte van de keer in de verhoudingen tussen de volken van Europa een bemoediging; een teken van het rijk dat komt. Er zullen allerlei verklaringen worden aangedragen en daarin zal, zeker voor Polen, de invloed van de kerk worden genoemd.
Toch valt er een terughoudendheid te bespeuren.
Na de bevrijding van ons land werd op 9 mei 1945 door de kerken een dankdienst ultqeschreven.
Er werd in de kerken in Amsterdam en elders gepreekt over psalm 124, waarin de Here gedankt werd voor de bevrijding en verlossing van ons volk.
De preek die Prof.dr. K.W. Miskotte hield in de Nieuwe-Kerk wordt uitgegeven onder de titel: Gods vijanden vergaan. Daarin werd een duidelijk oordeel uitgesproken over het rijk van Hitier en trawanten.
Nu is een ander rijk, dat van Stalin ingestort. Bekend is dat in de strafkampen in Rusland en Siberië millioenen mensen zijn omgebracht.
Ook weten we dat kerk en christenen aan achteruitzetting en vervolging te lijden kregen.
Dit valt niet te verwonderen in een rijk, waarin godsdienst als opium voor het volk werd beschouwd.
Niet zo lang na de revolutie in Rus-' land zag één van hun profeten in ons land de godsdienst als een laffe schim van de aarde vluchten.
Nu ga ik niet pleiten voor dankdiensten onder het thema 'Gods vijanden vergaan', want we moeten voorzichtigheid betrachten in onze oordelen.
Gelukkig is er in veel kerken gedankt voor de ontmaskering van de communistische heilstaat, maar ik zou wat duidelijker willen horen dat de belofte wordt vervuld dat machtigen van de tronen worden gestort en dat de eenvoudigen, de vele gelovigen achter het ijzeren gordijn, hun gebeden verhoord zien nu er weer vrijheid is God te 'dienen naar zijn woord. "God regeert de wereld door de gebeden van zijn kinderen", citeert Miskotte van Gunning. Zo komt het rijk!
Het is daarbij bijzonder pijnlijk dat dissidenten in Ts.Slowakije zich er over beklaagden dat de wereldraad van kerken hen in de steek liet door geen oordeel uit te spreken over wantoestanden in linkse dictaturen.
Er is daarom alle reden tot bescheidenheld.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief