Pas op! Opvoedingssituatie gewijzigd!
1990-01-05
De boeken die de vroegere hoogleraar ortho-pedagogiek Prof. Dr. W. ter Horst heeft geschreven prikkelen steevast de nieuwsgierigheid. Met zijn ruime praktijk-ervaring, zijn boeiende anekdotes en zijn soms ongewone benadering van een onderwerp dwingt hij de lezer tot nadenken.- Jaargang 34
- nummer 1
Onlangs verscheen van zijn hand een boek over christelijke geloofsopvoeding.
Opnieuw een publikatie die het lezen en overdenken zeker waard is ...
Straatje
Past Ter Horst in het straatje van de gereformeerde traditie? Nee, zeker niet. Hij heeft een volstrekt onathankelijke manier van zeggen èn schrijven.
Dat zal hem én in orthodoxgereformeerde kring én door 'moderne' (?) opvoeders en theologen niet altijd in dank worden afgenomen.
"Jij bent vlees, noch vis, maar smeerkaas", zei iemand eens tegen hem. Ter Horst is zich die kritiek , bewust; toch vindt hij de uitgave van zijn boek noodzakelijk. "Ik wil graag een bijdrage leveren aan de christelijke geloofsopvoeding omdat ik ervaren heb dat er opvoeders zijn die niet zo goed meer weten wat ze ermee aan moeten" (p. 7).
Handreiking
Hoe moet je zo'n boek als 'Christelijke geloofsopvoeding' nu eigenlijk bespreken? Ter Horst noemt het een handreiking. Hij laat dan ook veel zaken open. Wanneer bij iedere uitspraak kanttekeningen worden geplaatst gaan we aan de bedoeling van het boek voorbij. "Het is in sommige kringen gebruikelijk dat elk woörd wordt gewikt en gewogen en tegen het licht gehouden van oude, dierbare, theologische formuleringen.
Daar zijn mijn woorden niet tegen bestand. Ze hebben een verwijzende en verhelderende bedoeling en dienen ervoor om opvoeders ideeën aan de hand te doen" (p. 21).
Die verheldering is nodig om duidelijk te maken dat de situatie waarin kinderen opgevoed worden is gewijzigd.
De meeste mensen gaan niet meer naar de kerk; de verantwoordelijkheid voor de geloofsopvoeding komt veel meer bij het gezin te liggen.
Ouders zullen daarom veel intensiever met de opvoeding in het geloof bezig moeten zijn.
Laat ik - ter illustratie - een aantal uitspraken uit het boek aan u doorgeven ...
Van magie naar techniek
Geloofsopvoeding is: alle invloed die het kind helpt om persoonlijk met de Heer in de wereld te leven (p. 16).
Het probleem is echter dat er nogal wat opvoeders zijn die hun kinderen (a.h.w. automatisch) dezelfde geloofsopvoeding geven als zij zelf hebben gehad. En dat kan in onze tijd hooguit nog in besloten gemeenschappen, aldus Ter Horst. Bezinning en heroriëntatie is daarom nodiq.Ip, 23).
In de 20e eeuw heeft razendsnel een ontwikkeling plaats gevonden van een magisch wereldbeeld ('alles kan') naar een technisch wereldbeeld waarin God buiten haakjes is geplaatst als een overbodtqe, primitieve, magische figuur. Doordat de bijbel heel lang werd opgevat als een 'handboek voor magische kunsten' had men geen antwoord op deze ontwikkeling. .Drente werd onkerkelijk toen de kunstmest op de markt kwam. Veel effektiever dan (magisch) bidden!" (p. 30).
Ruitjes tellen, gemeenschap
William Booth zei ooit eens: "Houdt het vooral kort, na 20 minuten wordt er geen ziel meer gered", Ter Horst voegt toe: "maar wel bedorven .."
En: kinderen die lang stil moeten zitten in de kerk, worden vervelend, of ze hebben hun trucjes. Ruitjes en hoedjes tellen. Maar als het kind dan wordt verteld dat het ernstige zonden zijn, die God zeker niet onbestraft zal laten ...? (p. 33) Ter Horst hecht grote waarde aan de gemeente als gemeenschap. Eigenlijk zouden niet alleen de ouders, maar ook alle gemeenteleden de doopvragen moeten beantwoorden.
Helaas: "Het is grie'zelig om waar te hemen hoe weinig veel opvoeders zich bij de gemeente betrokken voelen.
Als de mensen elkaar daar niet willen kennen kan.het niet goed gaan met de geloofsopvoeding. De oplossing is eenvoudig: zo'n gemeente sterft vanzelf uit" (p. 45).
Gezin
Toch is de kerkdienst niet de belangrijkste plaats voor de opvoeding in het geloof. In protestantse kring schijnt alles van de predikant af te hangen. Als die de kinderen maar weet te pakken tijdens de kerkdienst...
Een ernstige misvatting. De preek neemt maar een klein deel van de geloofsopvoeding in. Centraal staat voor Ter Horst het gezin.
"Als het hier niet gebeurt, hoeft het elders niet meer!" (p. 41). Ter Horst stelt dat kerkelijke organen vaak vragen beantwoorden die niet in de gemeente leven: Hij bepleit een beweging van onderen af: opvoeders die zich bezinnen op het opvoedingsproces, die een impuls geven om met de vragen van deze tijd bezig te zijn (p. 47).
Geloofsgoed
Wat dragen we over? Kinderen in deze tijd hebben perspektief nodig.
Christenen kijken veel te veel naar vroeger, toen was alles beter. Daarmee dragen ze zelf bij aan het gebrek aan toekomstperspektief: een van de centrale opvoedingsproblemen van deze tijd (p. 61). Ook wanneer het doel van de opvoeding slechts 'aanpassing' is, werkt de opvoeder belemmerend op dit perspektief.
Ter Horst noemt' zo'n aanpassings-pedagogiek zelfs 'pure voorouderverering ...' (p. 55).
Heel belangrijk is de houding van de opvoeder (gewoonte, beloning, straf, geven van geborgenheid, vergeving).
"Als een kind in het gezin nooit heeft meegemaakt wat vergeving is, verwijst die term naar niets"
(p. 76). Zingen is van niet te onderschatten waarde: "Wie in zijn gezin niet met de kinderen zingt, is niet bezig met de geloofsopvoeding. Als het om financiële redenen noodzakelijk is om te kiezen tussen óf een cathechesegroep óf een zanggroep verdient de laatste de voorkeur" (p. 82).
Ja maar
Ik ben enigszins stelling-gewijs het boek van Ter Horst doorgelopen. Bij een aantal uitspraken hebt u misschien gedacht: 'Ja, maar, er is toch ook een andere kant?' 'Ja, maar, waar blijven we dan?' Ik kan me die vragen goed voorstellen; ik stelde ze ook af en toe tijdens het lezen van het boek. Ter Horst heeft zelf ook niet bedoeld sluitende antwoorden te geven.
Misschien helpt het als u de auteur als een huisvriend ziet, die allerleivoor ons misschien te (on)gewone zaken - ter diskussie stelt. Wanneer we ons de achtergrond van bepaalde gewoonten niet meer realiseren, kan zijn opmerkingsgave ons weer prikkelen tot het geven van eigen antwoorden. Het bewust omgaan met de overdracht van het geloof kan erdoor groeien. Dan heeft de auteur bereikt wat hij met dit boek beoogde.
Prof. Dr. W. ter Horst: Christelijke geloofsopvoeding (Kok, Kampen, 1989; 112 pagina's , 17,90).