Samenspel
1990-01-05
Graag wil ik hierbij reageren op de artikelen die br. D.W.L. Milo in maart en in augustus van het vorig jaar heeft gepubliceerd in Opbouw onder de titels Liturgisch samenspel en Liturgisch contrapunt. Om in muzikale termen te spreken zou ik een antwoord willen geven op het aangegeven thema, nl. de samenwerking tussen predikant en organist. Daarnaast wil ik graag het thema uitbreiden door in te gaan op een aantal aspekten die ermee in verband staan. .- Jaargang 34
- nummer 1
1. Ook naar mijn ervaring zijn steeds meer predikanten (en met name de jongere) bereid bij de voorbereiding van de kerkdienst samen te spelen met de organist. Dan bedoel ik niet alleen dat de liturgie tijdig wordt opgegeven, maar bovendien suggesties terzake van de orde van dienst en in het bijzonder (de muzikale aspekten van) de liederenkeuze .
welkom zijn. Helaas komen ook wijzigingen in de liturgie tijdens de dienst nog voor (ik voel me dan net een verkeerd geprogrammeerde juke-box), maar ik ben blij dat ik dezelfde ontwikkeling zie als br.
Milo.
2. We gaan naar de kerk om daar als , individu en als gemeente samen onze God te ontmoeten, Dat betekent samen vieren, gedenken en leren.
Gebed, lied, woordverkondiging, water, wijn en brood horen daarin bij elkaar. In welke volgorde, in welke vorm en door wie gedaan zijn allemaal vragen, die gesteld worden voordat de orde van diènst wordt vastgesteld. Onder liturgisch samenspel versta ik, anders danbr. Milo, meer dan de muzikale inbreng van de organist. Ik denk daarbij vooral aan het bij de voorbereiding en uitvoering van de orde van dienst betrekken van meer gemeenteleden, zowel oudere als jongere. Het lijkt mij goed dat ook uit de liturgie blijkt· dat de ontmoeting met onze God een blijde gebeurtenis is, die uitnodigt tot aktieve betrokkenheid. Het lijkt me te eenvoudig om te zeggen dat we dat niet gewend zijn, of dat de dominee daar geen tijd voor heeft.
Misschien mag die broeder met z'n heldere stem eens uit de bijbel lezen, of die drie zusjes een lied op de blokfluit spelen.
Verder denk ik dat het belangrijk is dat te merken valt dat we niet alleen als individu onze God ontmoeten, maar ook samen als gemeente. Zeker, we zingen (verzen), geven een bijdrage in de collectezak en zeggen wellicht hardop amen na de zegen (groet). Maar wordt de ontmoeting niet veel rijker wanneer we b.v. samen (zingend) ons geloof belijden, hardop het Onze Vader bidden, en die (lange) psalm geheel en in beurtzang zingen? Onze predikanten hebben tegenwoordig een zware taak. Ze zijn in liturgische zin spreekbuis van een onmondige (?) gemeente. Is dat de schuld van Calvijn, de traditie, of is het misschien gemakzucht?
Het lijkt me goed dat er samenspel is. Als organist lever ik graag een bijdrage. Omdat de eredienst geen spelletje is, moet dat samenspel in goede orde verlopen. 'Het briefje' vormt daarvan een onderdeel. Een regelmatige inbreng van gemeenteleden voorkomt dat in het najaar een speciale kommissie met het oog op . de kerstdienst (en) in het leven moet worden geroepen. Was het maar iedere zondag kerstfeest!
3. Goed (liturgisch) samenspel vraagt om goede, deskundige spelers.
Als muzikale man (of vrouw) levert de organist in het muzikale deel van de kerkdienst zijn (of haar) bijdrage. Geroepen tot die taak is de organist ook verantwoordelijk voor dat gedeelte. Dat woord klinkt zwaarwichtig, maar het is zo. Terecht wijst br. Milo op de hoge waarde van de lofzang. Maar hoewel de begeleiding van de gemeente wel de hoofdtaak van de organist is, houdt zijn werk meer in. Ook het voor- en naspel en collectespel moeten naar mijn idee inhoud hebben.
En misschien kan hij de predikant met een (muzikaal) advies van dienst zijn.
De meeste organisten in onze kerken zijn amateurs, liefhebbers die hun gaven opdie manier willen gebruiken.
Van hen mag niet hetzelfde gevraagd worden als van degenen die een opleiding hebben genoten.
Maar het lijkt me wel dat ook van de liefhebber mag worden verwacht dat hij (of zij)'naar vermogen een bijdrage levert. Dat vraagt om een goede voorbereiding van begeleiding en solospel. Dat kost zeker tijd.
Aan een 'gewone' dienst besteed ik in elk geval anderhalf uur. De studietijd voor een geschikte bijdrage uit de literatuur reken ik dan nog niet eens mee.
Ik ben ervan overtuigd dat een predikant die de Inzet van de medespelers kent, bereid is samen te spelen.
Maar we moeten ons realiseren dat het lange tijd zo is geweest dat onze predikànten bijna alleen de voorbereiding en uitvoering van de dienst verzorgden. Het lijkt me goed voorzichtig te beginnen met vingeroefeningen voor enkele variaties, met hetzelfde uitgangspunt als voorheen.
Want de eer van onze God, daar blijft het om begonnen.
4. Ook deze bijdrage lijkt voorbij te gaan aan het feit dat onze predikanten veel werk verzetten, ook voor de voorbereiding van de dienst. Niets is minder waar. Dat een preek niet eerder klaar is dan op vrijdagavond, heeft redenen waar een organist begrip voor kan opbrengen. Maar misschien zou de predikant enkele dagen tevoren alvast het thema van de preek en wellicht het intochtslied willen doorgeven. En (daarom gevraagd) zal de goede organist ook willen meedenken over andere (muzikale) onderdelen van de orde van dienst.