Persschouw
1990-01-05
Zijn wij een vriendelijke kerk?- Jaargang 34
- nummer 1
In Filippenzen 4:5 staat: uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Statenvertaling leest hier: Uwe bescheidenheid zij allen menschen bekend. In de Kanttekening lezen we: Of, billijkheid, redelijkheid, welke een bijzondere, treffelijke en noodige deugd is, als iemand niet blijft staan op het uiterste recht, maar zijnen naasten, om des vredes wil en stichting wille toegeeft. Nieuwere commentaren zeggen: Beter dan 'bescheidenheid' en het matte 'vriendelijkheid' geeft 'goedwilligheid' weer, wat Paulus zeggen wil (G.J. Streeder). Otook: men kan het woord vertalen met 'mildheid'. Een christen is niet k'inderachtig, maar kan de zaken ruim zien. Hij beperkt zijn mildheid niet tot de gemeenteleden, maar hij is mild voor ieder omdat God dat is voor zijn séhepping (A.F.J. Klijn).
Hieraan moest ik denken, toen ik hoorde dat het in onze kerkdiensten wel eens voorkomt, dat een 'vreemdeling' die wat onwennig binnenkomt en snel ergens gaat zitten, op de schouder wordt getikt en krijgt te horen: deze plaats is gereserveerd voor mij, wilt u maar opstaan en een andere plaats zoeken? Met Jacobus zou ik willen zeggen: "Dit moet, mijne broeders, niet zo zijn" (3 : 10).
Zijn wij een vriendelijke en milde kerk, juist voor hen die 'buiten' zijn?
Laat ik hier een gedicht mogen weergeven dat op 1 juni 1958 werd afgedrukt in Kerk en Woord, maandelijks orgaan voor de Vrije Gereformeerde Kerke in Zuid-Afrika, van C.J. Schreurs.
Want die getrouwe Heer…
Een vreemde vrouw is in de kerk gelopen
vanmorgen even voor het zegenwoord.
Zij had geen zondagsmantel kunnen kopen,
maar had van buren Jezus' naam gehoord.
De koster had eroverheen gekeken
en even anders op gelet.
Ze zocht langs vreemden en het had geleken
of hier het evangelie stalles kende en parket.
Zo had ze de banken afgezocht, een teken,
een vage hand gaf haar een plaats te leen
en dankbaar was ze daar dan neergestreken
net op 't moment dat satan ook verscheen.
En al haar vreugde werd tot waas verweven,
toen naast haar koud een stem verwijtend
sneed: "U zit op 't kussen van een ander, leest
u even 'gereserveerd', ik weet niet of u 't weet".
Toen koos de vrouw de uitgang langs de toren.
Haar wijze ogen vroegen maar niet meer.
En buiten kon zij d'anderen horen zingen:
'God heb ik lief, want die getrouwe Heer ...
'Dit stuk troffen wij aan in de rubriek: Kort Gehouden in 'De Reformatie'.
Het is van de hand van Dr. W.G. de Vries te Zwolle en heeft onze hartelijke instemming. Ik hoorde eens van mensen, die in de kerk op een gereserveerde plaats gingen zitten en toen van anderen kregen toegedicht: Kunt u niet lezen? Weer anderen grissen hun kerkboeken uit de bank weg met een nijdig gezicht. Hun plaats is door 'buitenstaanders' bezet. Zo gaat men met de gasten om. Wat een verbeelding! Het gebruikte woord in Fil. 4 : 5 voor vriendelijkheid kan ook vertaald worden met: soepelheid, plooibaarheid.
Wanneer we de kontekst raadplegen blijkt, dat de woorden: Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend worden gevolgd door: de Here is nabij.
Dit getuigenis zet ons onder een bijzondere klem. Het kan betekenen: De Here is erbij en verleent bijstand of ook: Hij observeert je. Jouw optreden t.o.v. de medemens in en buiten de kerk ontgaat Hem geen moment.
Het kan ook doeten op de afronding van Jezus' ene komen in deze ontwrichte wereld. Dan moet de geboden plooibaarheid dus gezien worden als een teken van de houding van de kerk in de eindtijd. Dit is zeker: We mogen niemand in de weg staan wanneer hij via ons de Heiland zoekt!
Enschede O. Mooiweer