Terloops
1990-01-05
Nog een herinnering aan Ds. J.A. Vink- Jaargang 34
- nummer 1
Vink heeft geen gemakkelijk leven gehad. Als jongen al tornde hij vaak op tegen gebeurtenissen. die hem overkwamen. Bij het ouder worden moest hij vaak optornen tegen allerlei 'bergen' om me heen. Naar buiten bleef hij bijna altijd de blijmoedige en opgewekte Vink. vergat hij zichzelf en wist hij anderen te bemoedigen en op te beuren.
Maar bij het overlijden van iemand.
van wie hij veel had gehouden.
klaagde hij: .....of dit wel Uw hand is die hier drukt.
Want Uw Vaderhand ....
Kan die z66 drukken ..;"
Het waren opmerkingen uit zijn jeugd. maar later zette hij er nog eens een datum bij, enkele jaren voor zijn 'sterven.
Op 1e Paasdag 1924 schreef Vink het volgende:
..Zou dan voor mij het licht niet schijnen?
Het licht van liefde's gulden zon.
Moet immer ik in donkert' kwijnen?
Verkillen? Wijl voor mij niet deinen Zoet-warme-gloed uit liefdesbron.
Veel somberheid hangt om mijn leven.
Grauw als van onweêr zware lucht.
Om 't leven zou ik kunnen weenen: Ik kan niet zonder liefde. neen. en 'k Moet ... dat maakt mijn adem: zucht.
En toch wil ik nog blijven hopen!
Dit is de kracht om naar het licht Te vliegen. stoot het zich slechts open; Dit is 't vermogen dat doet loopen Naar gulle bron. met gloed-gezicht.
God dank ik dan voor dit vermogen Zijn hand nam nog niet alles weg.
En bidden blijf ik tot den hoogen.
Mijn Vader zoeken daar mijn oogen Wien'k vraag om liefde op mijn weg."
Een sprookje
In een apart schrift schreef Jasper Vink een sprookje. Het zou de moeite waard zijn het in zijn geheel op te nemen. Het gaat over mensen in een kleine plaats die ..langs elkaar heen leefden. zoals ze dikwijls naast elkaar heen liepen". Ieder dacht eigenlijk ..alleen de wereld te zijn". Zodoende was er geen band.
geen liefde. geen gemeenschap. Het was best een aardig dorp waar die mensen woonden. Merkwaardig was. dat er een mooi huis was waar niemand in woonde. Dat vond iedereen eigenlijk jammer. De zon vond het ook jammer. En elke dag. als ze hoger kwam en in het dorp kon schijnen ... keek ze het eerst recht in het leege huis. De zon vond het huis veel te mooi om leeg te zijn".
De zon maakte met de wolk. die er vaak ook was. een afspraak. En zo gebeurde het op een dag. dat de wolk begon te draaien en opeens slonk. zodat een geheimzinnige gestalte ging groeien. Toen de zon ..op z'n hardst scheen". ging de wolk van onder open en ..toen zakte een klare Gestalte. rein en blond.
met de bloemen. die de vogels gebracht hadden. naar beneden in het lege huis. En het huis trilde van ontroering om zoo'n schoone bewoonster".
Iedereen was er wat verlegen mee de kerkeraad en de schoolmeesters.
de winkelier en de expediteur. Maar niemand durfde eigenlijk op bezoek te gaan bij de Gestalte in het huis.
Totdat iedereen op een avond toch in het huis was. Toen kwam de Gestalte in de kamer en begon-te spreken.
Het sprookje gaat dan verder: ..En ze (de Gestalte) vertelde van leven en liefde en van een bloeiend leven. dat niet groeien kan. omdat er palen staan tusschen menschen en menschen. Een ieder keek naar wie naast hem stond en voor en achter zich en dacht of er ook misschien een paal tusschen hem en die andere was die verhinderde dat hun leven als eenheid groeien kon. En de Gestalte vertelde van overgave en los laten van zichzelf. En voorts van het doen in de wereld om samen verder te komen."
De mensen gingen nadenken en opeens werd de Gestalte kleiner ..en zij - de menschen '- voelden zich lichter worden en hun blikken zochten elkaar. 't was of er palen uitgetrokken werden."
Aan het slot van het sprookje was het huis weer leeg en de mensen voelden. dat er nog veel gedaan moest worden. De liefde was tot hen gekomen. En zo groeiden ze naar elkander. ..En de zon stond hoog in een lach van stralen. En heel het leven trilde. En al die menschen bewogen. Ze voelden zich rijper. Ze zeiden 'morgen' tegen elkaar."
Het slot van het sprookje luidt:
..Zoo was het leven gerijpt tot het eenheidsgevoel door de invloeiing van hooge liefde. Er was geluk in het dorp.
Wat ik u vertelde. was een sprookje."
Zij, die Vink hebben gekend. zullen in dit sprookje. dat ik voor een deel in de oude spelling doorgaf. iets van hemzelf hebben herkend. Vink had een hekel aan palen tussen mensen.
Hij heeft er in zijn leven heel wat opgeruimd. Hij had er nog meer willen uittrekken. Het is hem niet altijd gelukt.
Palen tussen mensen. er kunnen er nog heel wat worden opgeruimd.