Liefde die blijven moet

1990-01-19
  • Jaargang 34
  • nummer 2
De liefde voor de 'grote leider' in Roemenië zat niet diep. De massa die hem aanhankelijkheid zou betuigen ging zomaar over tot hatelijk gefluit en geschreeuw. Om maar niet te spreken van wat daarop gevolgd is.
Waar liefde berust op intimidatie of voortkomt uit opportunisme kan die niet anders dan gehuicheld zijn en heeft ze geen bestand.
De liefde waartoe Petrus oproept in zijn brief moet van ander gehalte zijn en kan dat ook, want die komt uit zuiverder bron en heeft 'n solider .grond.
Van die oproep tot liefhebben van elkaar zijn hierboven maar enkele woorden aangegeven. Leest u de passage in zijn geheel - daar reken ik op - dan ziet u dat de kern, de eigenlijke oproep "hebt dan elkander van harte en bestend ig lief", is omgeven door een uitvoerige motivatie vóór en na.
Want zo moeten we dat wel verstaan, als motivering.

Die aanloop "nu gij uw zielen gereinigd hebt ..." enz. dient om kracht bij te zetten aan de opwekking elkaar lief te hebben, en dan met name tot onderbouwing van dat 'van harte'.
De apostel kan dat vragen, omdat dit' in de lijn ligt van hun bekering, overeenstemt met dè aard daarvan. 't Was toch een innerlijke ommekeer.
Ze zijn maar niet overgegaan tot een ander godsdienstig systeem. 't Was maar niet een wisseling van ritueel, andere godsdienstige vormen. Concreter gezegçl: zij hebben als onbesneden, heldenen maar niet een verandering in hun lichaam laten aanbrengen door zich te laten besnijden.
Zij waren van die mensen, van wie Petrus al in het begin van de heiden bekering (Cornelius) gezegd had, dat God hun hárten door het geloof had gereinigd (Handel. 15:9).
Zij hebben zich laten dopen, zeker, maar dat was niet "een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede tot God van een goed geweten"
3:21. Ze hadden de waarheid aangenomen. Het evangelie van het bloed van Christus, dat reinigt van zonden. Ze hadden dat echt aangegrepen, om nu, in de kracht van Zijn Geest, anders te leven, anders ook lief te hebben. In 'ongeveinsde broederliefde'.
Petrus noemt dat nu speciaal, de liefde als broeders en zusters in de Here voor elkaar. Niet omdat dit het enige is, maar hij had hen eerst vermaand nu toch werkelijk afstand te doen van leven-in-het-heidendom.
Daaruit waren ze losgekocht door Christus' offerbloed (1:14-21).
En nu gaat hij hen opwekken echt hun 'plaats in te nemen in de nieuwe gemeenschap van Gods volk, waarin ze zijn opgenomen. De gemeente van Christus (1:22-2:10).
Daar bindt niet de voorvaderlijke traditie samen (1:18), maar de echte, ongeveinsde broederlijke liefde. Die vrucht is van het geloof in het Evangelie.
Daarop is de oproep om elkaar dan nu ook van harte lief te hebben gegrond.

Maar de apostel voegt er nog iets aan toe: die liefde zij ook 'bestendig'.
't Mag niet maar een bevlieging zijn.
lets van de eerste tijd, als alles nieuw is en mooi lijkt. In de vreugde van een nieuw begin. Die liefde is iets om mee door te gaan. Die moet blijven. Dit tweede aspect nu wordt kracht bijgezet door wat er dan nog allemaal op volgt. Waarin ook weer een verwijzing ligt naar hun bekering.
Nu wedergeboorte genoemd.
Dat wijst naar het werk van God. Om precies te zijn naar het Woord van God.
En dan wijst Petrus er in dit verband op, dat 't Woord van God, 'waardoor zij zijn veranderd ten goede, wedergeboren, onvergankelijk van aard is.
't Is het Woord waarvan bij Jesaja geschreven staat dat het -anders dan alle vlees dat vergaat - in der eeuwigheid blijft!
Dàt Woord is het 'zaad' waaruit zij wedergeboren werden, dat Evangelie dat hun verkondigd is. En ons.
Dat is niet 'tijdgebonden', behorend bij een bepaalde generatie, goed voor een zeker tijdperk en dan komt en geldt er weer wat anders. Zo gaat het wel wat komt uit de koker van mensen.
Ideologieën, theologieën ook. Mensen maken opgang met hun ideeën, maar na verloop van tijd verdwijnen die mensen en raken hun theorieën uit de tijd, vergeten. Machthebbers stellen hun machtswoorden, maar zijn ze gevallen - en dat kan zómaar zijn - dan is het ook met die eens geduchte of gevierde woorden gedaan.

Maar het Woord van God is anders.
Zeker zijn laatste woord in het laatst der tijden in zijn Zoon gesproken, eens en voorgoed.
Het is het Woord van de levende God, die Jezus Christus opwekte uit de doden. Om voor eeuwig te heersen.
Die zijn gemeente vergadert.
Voor het eeuwige leven .
Daarom is de liefde, dledlt Woord van God sticht tussen mensen niet iets dat maar geldt voor een tijd, voor bepaalde omstandighedenneen, die is er om te blijven, om voortdurend, bestendig, beoefend te worden. Dus nletzolanq je elkaar aardig vindt. Of zelf goed behandeld wordt. Later in zijn brief komt de apostel er nog een keer op terug. En zegt dan: "Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden." (4:8) De liefde, die de Here door het evangelie van Zijn liefde werkt, kan 'zeventigmaal zevenmaal' vergeven.
Kan voortgaan, al zijn er dingen voorgevallen die niet goed waren.
Zijn liefde is toch ook maar niet voor zolang als het duurt...
Zo moet het zicht op het Woord van God, dat levend en blijvend is, ons motiveren om het er niet bij te laten zitten en elkaar bestendig te blijven liefhebben. Niet zolang wij ervoor voelen, maar zolanqHij het gebiedt. Niet wisselende stemmingen of situaties maar het blijvende Woord is de bron en de kracht van die liefde.
Wedergeboren uit dat onvergankelijk zaad, zullen we dat liefhebben van elkaar (dat niet maar een gevoel is maar d6en!) moeten bestendigen.
Dat behoort ook bij 'de volharding der heiligen', D.L.V.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief