Punten en komma's (2)

1990-01-19
  • Jaargang 34
  • nummer 2
Jac. 4, 2
De tweede tekst die ik in het kader.
van 'verkeerde interpunctie' zou willen bespreken is Jac. 4, 2. In de NBG is dit vers als volgt weergegeven: "Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt". Een aaneenrijging van constateringen, vrijwel zonder reliëf.
Ik voor mij geloof echter, dat Jacobus hier - net als Paulus in Rom. 8- heel emotioneel spréékt, En dat hijevenals Paulus zo vaak doet, 66k in Rom. 8! - werkt met herhaling.

Indeling
Ik denk, dat we de tekst als volgt moeten indelen:
a) Jullie willen iets graag hebben, maar je hebt het niet? Dan ga je moorden!
b) En jullie hebben het op iets gezet, maar kunnen het niet bemachtigen?
Dan ga je op de vuist en begin je een (lange) oorlog!
c) Jullie hebben niet, omdat jullie niet vragen!

Situatie en uitweg
In deze tekst herhaalt Jacobus in b wat hij in a gezegd had.
In beide, a en b, tekent hij eerst vragenderwijs een situatie; de situatie van 'iets willen hebben, dat je niet hebt en niet kunt krijgen'. Daarna tekent hij, hoe zijn lezers uit zo'n voor hen onverdraaglijke situatie een uitweg zoeken: door moord; door ruzie en oorlog.
Jacobus onderscheidt hier - en hij was daar v. 1 al mee begonnen!tussen een incidenteel 'gevecht' en een slepende 'oorlog'. Van het eerste komt gemakkelijk het laatste.

Jacobus' eigen diagnose
Het zal duidelijk zijn, dat Jacobus dié uitweg uit de botsing tussen verlangens en onmogelijkheid die verlangens te realiseren die zijn lézers kozen, afkeurt. In c komt hij dan ook met een ándere oplossing.
Om dit goed te laten uitkomen, zou ik geneigd zijn in de vertaling c in te leiden met de woorden "Zal ik jullie eens wat zeggen?"
En dan komt zijn diagnose van hun 'kwaal', zijn vaststelling van de oorzaak dat hun verlangens niet bevredigd worden: "Jullie hebben niet wat je graag wilt hebben, omdat je er niet om vráágt!" Vervulling van onze begeerten moeten we bij God zoeken door tot Hem te bidden; niet zelf met de vuist afdwingen.

Hulpmiddelen
Ook bij de analyse van déze tekst blijkt weer, dat wij er goed aan zouden doen, wat meer hulpmiddelen te gebruiken, om den lezer duidelijk te maken, hoe de tekst in elkaar zit, en hoe hij die moet lezen en intoneren.

Met name een betere lay-out zou hier en op vele andere plaatsen wonderen kunnen doen. Het papier dat we dááraan extra kwijt raken zou goed besteed zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief