"Eva wie ben je'."

1990-01-19
  • Jaargang 34
  • nummer 2

Inleiding
We leven in een kultuur waarin je niet zo goed meer weet hoe je nu vrouw kunt zijn, of wilt zijn, of moet zijn. Sinds het feminisme is de plaats van de vrouw verschoven en, of je nu wilt of niet, we zijn kinderen, vrouwen van deze tijd. Ook aan ons wordt getrokken en geduwd. Je krijgt allerlei informatie, je wordt met vragen opgezadeld die je zelf nooit zou stellen, maar die je wel onzeker maken.
Wat moet ik daar nou mee?
Hoe zit dat volgens de Bijbel? Wie ben ik als vrouw? Eva wie ben je?
Ik wil met u kijken welke lijnen de Bijbel uitzet en zo zoeken naar Eva's plaats in de gemeenschap, en naar Eva 's identiteit. Vervolgens zien we hoe die twee samenvallen.

Eva's plaats
"En God schiep de mens, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen", zegt Genesis. De man het eerst en hij zoekt naar een geli.jke tegenover zich. Hij beseft dat hij iets mist als hij de dieren namen geeft: er is niemand die bij hem past, niemand die hij van mens tot mens kan ontmoeten, niemand die zijn gelijke is en weerwoord geeft.
En dan wordt uit Adams zijde zijn andere kant geschapen, om hem terzijde te staan. En Adam zingt: Eindelijk een mens als ik, hetzelfde vlees, hetzelfde bloed; zij hoort bij mij want uit mij is zij genomen".
Haar schoonheid is niet belangrijk, haar vrouw-zijn wordt niet bezongen nee, de herkénning van die andere mens tegenover hem, "een mens als ik", dàt is het wezenlijke van deze ontmoeting.
Je wordt pas volledig mens in ontmoeting met de ander.
God schiep iemand die bij hem past, die naast hem kan staan "als hulpe tegenover", zegt de statenvertaling.
Vrouwen zijn blijkbaar geschapen om naaste te zijn en tegenover de ander te staan. En dat is precies wat ieder mens nodig heeft: iemand naast en iemand tegenover zich. Het zijn de voorwaarden om te groeien, of ik nu kind ben, of volwassen. Ik heb iemand naast me nodig, die meegaat, me niet in de steek laat, er is als ik hem of haar nodig heb, die troostend nabij is; én iemand tegenover me die wéérwoord geeft, me uitdaagt, antwoord geeft, de spiegel voorhoudt, herkenning laat zien, kritiek levert, iemand waar ik niet omheen kan. Daarvoor zijn mensen elkaar gegeven. Herman Hesse zegt het zó: "Het is onze taak niet elkaar te vinden net zo min als de zon en de maan elkaar vinden of de zee en het land. Ons doel is niet in elkaar over te gaan, maar inzicht in elkander te verwerven en dat de één de ander leert zien en eerbiedigen wat deze is: tegenhanger en vervollediging van de ander. Dàt is Eva's plaats, met . Adam, mensen naar Gods beeld.
En het was zo eigen, er was zoveel herkenning ... open en bloot schaamden ze zich voor elkaar niet.
Paulus werkt deze relatie verder uit in Efeze 5. Ik kom daar straks op terug.

Wat is er van Eva's plaats geworden?
Eva is de eerste mens die zich tot zonde laat verleiden, daarna ook Adam. De vloek volgt en de mannin moet een stap terug: "Naar uw man zal uw begeerte uitgaan en hij zal over u heersen", voorzegt God.
Daar sta je dan, het schaamrood op de kaken. Opeens schaam je je voor jezelf, voor je kleine menselijkheid, je onvolkomenheid en je voelt je zo kwetsbaar en verloren ...
Vanuit een totale verbondenheid met je medemens, met de schepping en de Schepper word je op jezelf teruggeworpen.
De schuld is geboren en die is nooit meer in te lossen; niet tegenover je medemens, niet tegenover je Schepper.
En je slaat je ogen neer, je buigt je hoofd en je verbergt je.
Het lijkt of de vrouw dit gevoel de eeuwen door met zich meegedràgen heeft: je buigt je hoofd en volgt: de man is heerser.
Om dit schuldgevoel nog enigszins in te lossen kruipen we vaak in de rol van zorgzame, alles opofferende moeder. Het ideaalbeeld van de vrouw zoals dat vaak door schilders, dichters en ook de Kerk werd voorgesteld.
Denk maar eens aan de wijze waarop Maria als lijdzaam glimlachende moeder verbeeld en tot voorbeeld gesteld werd. Zo brachten we toch nog een offer, een beetje genoegdoening voor dat grote schuldgevoel.
Die rol ligt ons wel; het maakt ons sterk tegenover de ander. Die ander staat daardoor immers bij ons in het krijt? "Kijk eens wat ik allemaal voor je over heb gehad!" zeggen we dan.
En dan moet die ander beschaamd het hoofd buigen. Maar dat heeft meer van een machtsstrijd dan van de oorspronkelijke bedoeling van de vrouw.
Eva, wie ben je nou?

Eva's identiteit
Behalve feministen zijn ook sociologen en antropologen geïnteresseerd in het rollenpatroon van man en vrouwen de verschillen in identiteit.
Er is bijvoorbeeld onderzoek gedaan in de ons bekende samenlevingen, naar de verschillen tussen man en vrouw bij het vervullen van het ouderschap.
Op borstvoeding geven na, kunnen vaders alles wat moeders kunnen, konkluderen de onderzoekers. Ook op het emotionele vlak gaan vaders net zo adekwaat met hun kind om als moeders. Maar, ze doen het anders. De wijze waarop moeders en vaders op hun baby reageren en de baby op hen verschilt duidelijk en konsekwent: vaders zijn meer fysiek bezig, zijn stimulerender, dagen meer uit, spelen meer met hun kind en het kind zoekt hem daarvoor ook op. Vader wordt later ook meer de steunpilaar bij uitdagingen.
Moeders zijn verbaler, sussender; vormen, zeker de eerste 3 maanden een totale eenheid met het kind waardoor er een sterkere emotionele gehechtheid bestaat met de moeder die blijvend is voor het leven.
Het kind zoekt haar vooral op bij moeilijkheden, als het geborgenheid zoekt. Al steken vader en moeder evenveel energie in de verhouding met hun kind, de biologie, de aanleg, zorgt voor een niveau van intimiteit tussen moeder en kind die vaders pas in de loop der tijd kunnen ontwikkelen. Dit heeft te maken met haar hormonale cyclus en haar vermogen om kinderen te baren.
Vrouwen hebben een biologische aanleg om intensiever met hun baby om te gaan dan mannen. Dat wil niet zeggen dat vaders minder belangrijk zijn, integendeel. De rollen zijn verschillend van kwaliteit en niet onderling verwisselbaar, maar even belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.
Heel duidelijk stelt dit onderzoek, waarbij verschillende wetenschappers elkaar aanvullen, dat de biologische aanleg bepalend is voor het verschil tussen man en vrouwen niet de kultuur.
Veel feministen zijn het hier niet mee eens. Zij stellen dat de vrouw gelijk is aan de man en op dezelfde wijze kan funktioneren. Misschien heeft ze zelfs meer te bieden door haar intuïtie. Ze is niet ànders dan de man omdat ze vrouw is, ze moet alleen naar hetzelfde maatschappelijk niveau emanciperen.
De moederrol is haar opgedrongen, in onze kultuur, en werd veel te eenzijdig benadrukt en overgewaardeerd in het belang van de man

Wat is nu dat vrouwelijke volgens de Bijbel?
Wat is er méér, behalve dat 'naast en tegenover' zijn? Direkt na de zondeval en de vloek van God noemt Adam zijn vrouw Eva. Dat betekent 'leven', omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.
Zij is daarvoor speciaal toegerust: met een baarmoeder, 'réohém' in het Hebreeuws. Het meervoud van réchém is 'rechemim' letterlijk betekent dat buik, ingewanden, maar ook: barmhartigheid, mededogen, zachtmoedigheid.
'Rachamim' wordt in de Bijbel steeds gebruikt wanneer er sprake is van Gods barmhartigheid voor Zijn volk, wanneer God zich laat ontroeren in Zijn binnenste door mensen en zich over: hen ontfermt, zoals bijvoorbeeld in Exodus. Eva's rèchèm is haar vermogen tot het bieden van geborgenheid, koestering, barmhartigheid, met ontferming bewogen zijn voor haar naaste.
Vrouwen zijn daarom moeders of ze willen of niet. Jong en oud, of je kinderen hebt of niet, of je nou 3 jaar bent of 86, we zijn moeders in de brede zin van het woord: degene die ontvangt, koestert en doorgeeft zoals moeder kerk, moeder aarde.
Het geheim van vrouwen zit haar in de kern, in de schoot, haar rèchèm, de verbondenheid met Gods rachamim.
Vrouwen kunnen zich laten raken zoals de vrouw in 1 Kon. 3. Die vrouw voelt het in haar buik, rèchèm staat daar, wanneer haar kind in tweeën gesneden' gaat worden.
"Nee", schreeuwt de echte moeder die luistert naar haar rèchèm. "Laat leven!" De andere moeder verloochent haar moeder-zijn.
Mens zijn betekent zorg hebben om het leven, je naaste, de natuur, de schepping. Gods barmhartigheid doorgeven. "Nee': roepen als het leven, je naaste, de schepping verloren dreigen te gaan. Naaste te zijn voor de zwakken, de kleinen, de rechtelozen, de mensen om je heen.
Op te staan tegenover de meedogenloze en recht te doen zodat Gods liefde, Gods barmhartigheid aan het licht komt.
Daavoor is Eva anders toegerust dan Adam. Ze is de vrouwelijke mens met een rèchèm waarmee ze moet werken naast de man.
Daarom is de man zonder die vrouw naast zich inkompleet, is hij nergens.
Dàt is Eva's positie, dàt is haar speciale opdracht tegenover de naaste.
Eva sta op! Verberg je niet, er ls werk aan de winkel. Wentel je niet in schuld, schaamte of zogenaamde krachteloosheid.
Toon je barmhartigheid, je zachtmoedigheid, je mededogen, je omvattende liefde, zoals God die aan jou getoond heeft!
Dat is je kracht...

En dan Efeze 5
Deze zomer woonde ik een huwelijksdienst bij in de Verenigde Staten.
De trouwtekst luidde: ··"weest elkander onderdanig in de vreze van Christus", Efeze 5:21. In vers 22 zeqt .
Paulus dat nog eens extra tegen de vrouwen ten aanzien van hun man.
Wat houdt die onderdanigheid in de man-vrouw relatie nou in? De Groot Nieuws-vertaling heeft vertaald met: "onderwerpt u aan elkaar", dat geeft de bedoeling al beter weer. In het Engels staat daar: "be each others subject", wees elkaars subject en daarin zit de betekenis. Ik ben subject wanneer ik me aan de ander onderwerp omdat ik geloof in de diepere zin van die relatie, het geheim waarover Paulus spreekt. Ik maak de ander subject, als ik de ander ruimte geef te zijn wie de ander is, als ik de ander draag. Niet omdat ik daartoe gedwongen ben, maar vrijwillig, uit liefde, zoals God mij draagt, mij liefheeft, mij de ruimte geeft. Dat heeft dus niet te maken met minder zijn, niet met een slaafse, volgzame, opofferende houding.
Dàn is Eva nergens meer, en kan ze ook niets betekenen voor de ander.
Dat is een opgave: die totale mens tegenover je zó liefhebben ... Dat kan in feite God alleen en dat dééd God ook: ons aanvaarden zoals we zijn.
God heeft onze fundamentele kwetsbaarheid gezien; onze schuld, de naakte feiten. En ons toch liefgehad.
Hij liet ons daar niet staan mèt dat gebogen hoofd; Hij riep ons tevoorschijn en droeg ons.
Dàt is rachamim.

Eva' s opdracht
Eva, moeder van alle levenden, zo mag jij zijn in Christus, jij bent daar speciaal voor toegerust.
Dat moet het evangelie voor Eva zijn, denk ik. De kwetsbare, angstige Eva die het paradijs kwijt is, de harmonie, de heelheid, de onverwoestbare veiligheid, de onvoorwaardelijke liefde.
Ze koos voor de vrijheid, maar ze voelt zich ontworteld. Ze wilde op eigen benen staan, zelf verantwoordelijk zijn, maar ze heeft geen antwoord.
Ze vluchtte in haar moederrol, dat werd haar kracht, haar troost, haar bevestiging, haar heilig huisje, maar ook een versmalling van haar opdracht, van haarvrouwzijn.
Daarin heeft het feminisme gelijk. Dat is ook niet het bijbelse beeld van de vrouw.
Eva sta op! Verberg je niet langer, want Christus droeg de vloek voor jou, je bent een nieuwe schepping!
De eerste Adam noemde jou Eva, moeder van alle levenden; de tweede Adam herschept jou tot mannin.
Richt je hoofd op! Je kunt de andere mens tegenover je weer recht in de ogen kijken. Sta op, Eva, neem niet weer een slavenjuk op je en laat het je niet opleggen. Christus heeft je bevrijd en in Christus ben je weer mannin mèt alle mogelijkheden die je andere mensen te bieden hebt. Kruip niet weg in je zorgende moederrol, in de veilige zekerheden die je zo makkelijk liggen omdat ze ook ingeschapen zijn: het is slechts een aspekt van je vrouw-zijn.
Je bent immers opnieuw op je plaats gezet, zoals je bedoelt bent? Kom tevoorschijn, wees een nieuwe schepping, wees mannin, naaste en tegenover van de andere mens vanuit je rèchèm!
Help de ander zijn kwetsbare bestaan te dragen, je kent je eigen kwetsbaarheid zo goed. De man kan niet zonder jou; we kunnen niet zonder elkaar. Die opdracht haal je niet.
En toch moet je eraan geloven, moet je erin geloven. Tegen alle mislukkingen in, steeds opnieuw, subject zijn.

Eva wie ben je?
Ik ben een geëmancipeerde vrouw,
femina in Christus; mannin zoals
God bedoeld heeft in Genesis 1.
Eva wie ben je?
In ben tegenhanger en vervollediging
van Adam, de mens, mijn man,
mijn naaste, mijn kind.
Eva wie ben je?
Ik ben een kind van God, ik heb het
licht in me, ik ben het zout.
Ik ben zachtmoedig,
ik honger en dorst naar de gerechtigheid
ik ben barmhartig
ik ben rein van hart
ik sticht vrede

Eva wie ben je?
Je bent zalig.

Referaat door Hermine de Rijk, zoals gehouden op de landelijke kontaktdag '89 voor vrouwen van de Nederlands Gereformeerde Kerken, op 21 september te Ermelo.
Hermine de Rijk is verbonden aan de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk werk van de Nederlands Gereformeeerde Kerken.
Gelezen teksten: Genesis 1:26, 27 en 2:18-23; 1 Koningen 3:16-27; Mattheus 5:1-16

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief