Pastorale notitie
1990-02-02
De ramen van de Pauluskerk- Jaargang 34
- nummer 3
"Heb je mijn nieuwe ramen al gezien?"
Met die vraag hield de pastoor van de St. Pauluskerk (Schiebroek) me aan, toen ik op weg was naar de vrijdagmarkt voor de wekelijkse boodschappen. Even later zat ik - de boodschappentas tussen de knieënbij het altaar, voor een prachtig gebrandschilderd drieluik voorstellende God-met-ons: De eeuwige geboorte van de Zoon uit de Vader; Zijn geboorte uit de maagd; onze geestelijke geboorte uit God. Ik heb altijd moeite met m'n emoties: die komen niet eerder tot rust dan dat ik ze heb kunnen stoppen in de mappen van mijn verstand. Daar gaat doorgaans wat tijd mee heen. Dus kon ik ook toen alleen maar zeggen: "Wat mooi!" Trouwens eer ik het wist zat ik voor de volgende ramen: rechts de bekering van Paulus. Links Paulos de verkondiger. Last not least waren daar vier ramen die het Zonnelied van Franciscus in beeld brachten. De schepper van al dit schoons was de kunstenaar Pieter Wiegersma, de zoon van de dokter uit 'Help de dokter verzuipt' van Toon Kortooms. Maar de grote animator was kennelijk de pastoor.
Veel gelovigen hadden er moeite mee om in een tijd van veel ellende geld uit te geven voor de verfraaiing van een kerkgebouw (de ramen kostten f 15.500,- per stuk). Maar de pastoor was het daar niet mee eens.
Devotie en ontmoeting met God vroegen om sfeer en wijding en daar kwamen de mensen op af. Hij trok volle kerken (kom daar eens om tegenwoordig!). En als gevolg daarvan waren zijn collecten voor caritas en hulpverlening veel hoger dan elders. Het trof me dat deze discussie blijkbaar interkerkelijk is. Ook onder ons laait telkens de vraag op of het verantwoord is geld uit te geven voor een kerkgebouw, terwijl de helft van de wereld in diepe armoe verkeert. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik best iets voor het standpunt van de pastoor voel. Ik ervaar het als een extra zegen als ik mag preken in een sfeervolle ruimte, met goede acoustiek en een fijn orgel.
Alles lijkt beter te lukken, ook de preek. Ik denk dat de Heilige Geest daar ook blij mee is. De tempel van Salomo was niet voor niets een wonder van schoonheid: het huis Gods.
Maar er is een andere kant aan de zaak. De nood is hemelschreiend en als het er op aankomt, laat ook ik dat 't zwaarst wegen. En je hebt je als voorganger maar extra in te zetten als je moet spreken in een hokje of een schuurtje. Hoeveel zielsverrukking zal daar genoten zijn, als wij zagen de ware schoonheid van God in Zijn Woord? En als de kerken zijn van goud ... u kent het spreekwoord!
Gedurende de eerste jaren van mijn dienst preekte ik regelmatig in een huiskamer. Dat vond. ik best moeiIjk.
Levendig herinner ik me ook de diensten in de kroeg, te 's Grevelduin-Capelle, waar de verlokkelijke geuren van warme kroketten aller neus streelden. Ook 't voorgaan voor dit kleine groepje kende zijn moeilijkheden.
Eens, toen het eind van mijn preek in zicht kwam en ik opklom naar de climax, klonk luid en helder een stem van de voorste rij: "Ik moet een druk!" Deze nood kennende, sprak ik direct mijn 'AMEN', hetgeen betekent: het zal waar en zeker zijn! Ik zie zoiets nog niet gebeuren in een kathedraal. Alleuterend ben ik nog niet toegekomen aan een paar opmerkingen over het Zonnelied van Franciscus en de ramen van Pieter Wiegersma. Dat moet maar wachten tot een volgende keer. Intussen: laat, wie iets moois wil zien, en in de buurt komt, even plaats nemen in de banken van de St. Pauluskerk aan de Larixlaan in Schiebroek, waar ieder altijd welkom is.