Oudercursussen; waarom en hoe?
1990-02-02
Op zaterdag 20 Januari belegden het Christelijk Studiecentrum en de Stichting Kinderwerk Timotheüs een gezamenlijke studiedag over 'ouderkursussen' . 's Morgens was er een spreekster uitgenodigd, 's middags konden de deelnemers voor een werkgroep Intekenen.- Jaargang 34
- nummer 3
Samen op zoek
De voorzitter van de studieconferentie, mevrouw M. Vrijmoeth-de Jong, belichtte de achtergronden van het initiatief om te komen tot een gezamenlijke studiedag. De organiserende stichtingen houden zich beide bezig met het geven van kursussen aan ouders en opvoeders. Inmiddels heeft men 8 jaar ervaring, maar men is ook nog steeds op zoek naar de juiste methode(n). Deze dag was vooral bedoeld om te komen tot een uitwisseling van ervaringen.
Ondertussen vragen steeds meer gezinnen om ondersteuning op het gebied van de opvoeding. Het gaat daarbij niet alleen om geloofsopvoeding, maar om allerlei vaardigheden op het gebied van de omgang tussen ouders (opvoeders) en kinderen.
Waarom ondersteuning?
Waarom is die aandacht voor ondersteuning van ouders van belang? In de eerste plaats is christelijke opvoeding niet meer vanzelfsprekend.
Vroeger lazen veel gereformeerden de adviezen van Prof. Waterink. In een tegenwoordig veelgelezen tijdschrift als 'Ouders van Nu' zal men niets lezen over geloofsopvoeding.
Christen-opvoeders staan er in' deze samenleving veel meer alleen voor.
Anderen (bv. de school, de buren) vullen hun opvoeding ook niet meer aan. In het verlengde van deze ontwikkeling ligt het feit dat uit alle onderzoeken naar voren komt dat het gezin de belangrijkste plaats is voor de geloofsopvoeding. Als daar onvoldoende aandacht wordt besteed aan de opvoeding in het geloof is het menselijkerwijs gesproken bijna onmogelijk dat kinderen groeien in hun eigen
Geloof.
Stelling
De spreekster op deze dag was mevrouw dr. T.G.I.M. Andree. Zij geniet grote bekendheid door haar onderzoek over godsdienstige opvoeding bij Rooms-Katholieke jongeren, waar ze in 1983 op promoveerde".
Mevrouw Andree begon haar lezing met een stelling die aan het begin van dit artikel is afgedrukt. Misschien zouden we in gereformeerde kring kunnen zeggen: wanneer we de verbondsgedachte serieus nemen zorgen we er als gemeente ook voor dat de ouders ondersteund worden bij de opvoeding van hun (gedoopte) kinderen.
Een huis van geloof
Mevrouw Andree vergeleek de geloofsopvoeding met het bouwen van een huis. Het fundament is de eigen gelovige levenshouding van de opvoeders.
Zonder dat fundament kan er niet gebouwd worden. Om zorg te dragen voor een stevig fundament is het bijzonder belangrijk dat ook de opvoeder gevoed wordt in het geloof (denk aan kerkgang, bijbelstudie).
Veel mensen gaan er vanuit dat geloofsopvoeding begint op het 3e of 4e jaar (of misschien zelfs pas tijdens de puberteit). Door het scheppen van een religieuze sfeer in het gezin ademen kinderen echter al vanaf de geboorte de sfeer in, ze raken ermee vertrouwd, het wordt een soort 'nestgeur'. Daarna volgen er meer verdiepingen. Peuters en kleuters leren door voordoen en meedoen, voor kinderen op de leeftijd tussen 8 en12 jaar zijn gewoontevorming en informatie belangrijk.
Naarmate kinderen groter worden, wordt ook hun inbreng bij de bouw van het huis nadrukkelijker. In de houding tot pubers moeten ouders bereid zijn tot verantwoording en gesprek. Daarna wordt het dak gebouwd van de eigen levensweq".
Diskussie
Na de inspirerende lezing van mevrouw Andree volgde een boeiende diskussie. Steeds weer kwam naar voren hoe belangrijk het is dat ouders (en de kerk) iets uitstralen van de betekenis van het geloof. Als ons gevraagd wordt naar het geloof schieten we vaak in de verdediging, terwijl we er juist trots op mogen zijn. Daarnaast is het van belang dat opvoeders ook geloven in waar ze mee bezig zijn. De mogelijkheden van de opvoeders moeten gemobiliseerd worden.
Een belangrijk deel van het gesprek ging over de problemen met pubers.
Door hun gedrag worden ouders onzeker. Het is van uitermate groot belang dat juist dan ouders met hun kinderen in gesprek blijven. Mevrouw Andree noemde een voorbeeld waarbij een medewerker van een universiteit een hele avond met kinderen had gesproken over het geloof. Toen hij later de ouders ontmoette merkten zij op: ..voor onze kinderen speelt het geloof geen enkele rol, het laat ze volkomen koud "..;
Themagroepen
's Middags waren er twee gespreksgroepen.
Onder leiding van Marja Bos-Meeuwsen werd gesproken over de wijze waarop de leiding van een ouderkursus bezig is. Hoe wordt de kursus opgezet, welke afspraken maak je, staat het programma vast of wordt een deel bepaald door de kursisten, welke hulpmiddelen worden gebruikt? Doordat de deelnemers aan deze gesprekgroep vanuit verschillende instellingen werkzaam waren (o.a. de Stichting Jeugdzorg en Maatschappelijk werk) ontstond een interessante uitwisseling van gegevens.
In de andere groep, onder leiding van Cary Lenstra-Vrijmoeth, werd gesproken over de vraag of men tijdens de kursus pastoraal of pedagogisch bezig moet zijn. Vaak komt het gesprek vanuit praktische problemen ook terecht op geloofsvragen.
Aan beide aspekten zal aandacht moeten worden gegeven, maar kan dat geïntegreerd in één kursus? Het is in dit verband van belang dat de plaatselijke gemeente een rol heeft bij de nazorg.
Tenslotte
Voor de deelnemers was deze studiedag bijzonder inspirerend. Ook onder christen-'hulpverleners' is de behoefte ontstaan aan uitwisseling van kennis en ervaring. Gelukkig zijn er meer initiatieven op dit gebied te verwachten. Ouders en 'hulpverleners' hebben een steuntje in de rug af en toe hard nodig ...
Noten:
1 Prof. Dr. W. ter Horst (zie 'Opbouw', 5 januari 1990)
2 Dr. l.G.I.M. Andree: Gelovig word je niet vanzelf (Nijmegen, 1983)
3 De volledige tekst van de lezing van mevrouw Andree verschijnt in een Cahier over christelijke opvoeding dat in mei verschijnt. Deze Cahiers worden uitgegeven door de Stichting Christelijk Studiecentrum (020)-257141/237076.
In 'Opbouw' zal aandacht worden besteed aan de inhoud van dit Cahier.