Deel aan Zijn zalving
1990-02-16
Er wordt nogal eens geklaagd dat we zo weinig kerkbesef hebben. Maar wat betekent dat dan kerkbesef? Betekent dat dat we trots moet zijn op onze kerk, onze gemeente? Als het dat betekent weten we daar nog wel wat tegenin te brengen. Wat zou je denken van ons verleden? Als we mensen van buiten de kerk daar iets over moeten uitleggen, schamen we ons er wel eens voor. En dan hoe we nu zijn. Is onze gemeente nou iets om zo trots op te zijn (vgl. Opbouw, nr. 23 over de gemeente van Korinthe)? Wat hebben we voor werfkracht?- Jaargang 34
- nummer 4
Als wij over de gemeente denken staan we graag uitvoerig stil bij alles wat er mis is, bij de menselijke kant. En die neiging hebben we ook nog wel eens als we over onszelf denken. Wat stelt ons eigen christen-zijn nu altijd voor? Mijn leven is echt niet zo toegewijd aan de Here God. En de strijd tegen de zonde is ook niet altijd even fanatiek.
Je kunt er wel eens moe van worden, van die menselijke kant van ons gemeente-zijn, van ons christen-zijn. Er moet nog zoveel veranderen voordat het een beetje acceptabel is. We moeten ons nog zo opwerken voordat we ook maar enigszins op bijbels niveau zitten. Laten ze dan alsjeblieft niet beginnen over kerkbesef. Laten we bescheiden zijn.
Zondags denken
En toch is het inderdaad van levensbelang dat we niet bij die menselijke kant blijven staan. Inderdaad is het goed dat we beseffen wat de kerk nu eigenlijk is. Je zou dan bv. kunnen denken aan het verschil tussen de sabbat en de zondag. De sabbat is de laatste dag van de week. Je zit er de hele week naar toe te werken.
Nog een paar dagen m'n best doen en ik ben er. Dan mag ik eindelijk uitrusten.
Met de zondag is het net andersom.
De zondag is de eerste dag van de week. Dat wil zeggen: zo, moet je deze week hard werken? Begin dan eerst eens met goed uit te rusten. De Bijbel spreekt op z'n zondags over de gemeente en over christenen.
Terwijl wil vaak op z'n sabbats denken . Dat bijbels spreken staat heel mooi in 1 Petr. 2. Die armzalige gemeente in de verstrooiing moest aannemen dat zij een uitverkoren geslacht was.
Past u dat eens toe op uw eigen gemeente en dan vooral ook op de mensen, priesters, mensen waar God Zijn liefde naar laat uitgaan, persoonlijke bezittingen van de hemelse Vader. Dat is zondags denken. Denken vanuit de rust, de gave. De vraag is niet belangrijk wat wij van onszelf vinden, maar wat God van ons vindt. Gemeente-zijn, christen-zijn is niet in de eerste plaats een moeizame opdracht, maar een rijke gave. Niet dat die gebreken dan geen rol spelen. Wel degelijk. Er zal nog heel wat moeten veranderen. Maar hoe doen we dat? Moeizaam op weg naar sabbat of heerlijk vanuit de zondag?
De zalving van Jezus
De catechismus benadrukt waar je moet beginnen als je over de gemeente of over jezelf nadenkt. Niet bij groots opgezet zelfonderzoek of sociologische rapporten. Dat kan wel van belang zijn maar je moet steeds beginnen bij Christus. Bij de Here Jezus die de Gezalfde is. Een gezalfde is iemand die twee dingen van de Here God ontvangt: een opdracht en tegelijk ook de toerusting om die opdracht uit te voeren. De Here Jezus kwam op aarde om het evangelie van verlossing bekend te maken (Profeet), om Zich totaal voor óns in te zetten (Priester) en om ons te leiden en te beschermen (Koning), En Hij werd toegerust met de Heilige Geest. Dat moet je eerst weten. Want wat volgt er dan? Dit: beste christen, nu moet je eens horen, nu ben jij door het geloof een stukje van Christus en daardoor heb jij deel aan Zijn zalving.
Onze opdracht is de Zijne
Dat betekent dus dat wij moeten meedoen aan dezelfde opdracht die Hij heeft gekregen en dat wij toegerust worden met dezelfde Geest. Dat is ons hele christelijke leven: delen in Zijn zalving. Als we puur menselijk tegen ons eigen leven en tegen de gemeente aankijken zien we eigenlijk alleen maar zware opdrachten waar niet aan te beginnen is.
Maar laten we dan bedenken: het zijn niet onze opdrachten maar die van Christus. En wij mogen meedoen.
Dat is zondags denken.
Een voorbeeld. Stelt u zich eens voor dat de rechterhand op een dag de opdracht krijgt: breng dat stuk brood daar naar de mond. Tsjonge, denkt de hand dan, hoe krijg ik dat ooit voor elkaar? Hoe moet ik bij dat brood komen en dan weer helemaal naar boven? Dat is sabbats denken.
Zondags denken gaat zo: O, die opdracht is eigenlijk niet mijn opdracht maar die van het hoofd. Als het hoofd aan het werk gaat doe ik natuurlijk mee. Ik deel in de opdracht van het hoofd en hij geeft me er kracht voor. Christus is het Hoofd.
Wij zijn Zijn lichaam. Wij zijn dus niet het hoofd. Wij zijn geen Christus maar christen. En dat moeten we bedenken als we aan die moeilijke evangelisatietaak beginnen. We vinden dat een zware last. Maar hoor eens, het is Zijn opdracht. En wij mogen meedoen, in Zijn kracht.
De Geest zal ons geschikt maken. En dat moeten we ook bedenken bij die grote last dat we ons hele leven moeten toewijden aan God. Laten we dan eens hier beginnen dat we al helemaal van Hem zijn. Omdat Jezus Zijn leven volledig gaf. En dat moeten we ook bedenken bij de strijd tegen de zonde. Beginnen bij dat Hij Koning is in ons leven. Dat we vergeving krijgen voor al onze zonden. Als we deze dingen beseffen, als we zien wat we volgens God allemaal in Christus hebben, dan mogen we een nachtje gaan slapen.
Dan is het zondag geweest en we kunnen nu aan de maandag beginnen.
Want dan moeten we aan de slag. Heel aktief elke dag gaan zitten delen in de opdrachten van Christus.
En daar steeds meer in groeien. Het moet voor ons vaststaan: wij zijn dood voor de zonde en wij zijn springlevend voor God in Christus.
Laat dan de zonde ook niet langer meer over uw leven heersen. Maar stelt u in dienst van God (Rom. 6:11-14).