Kanten van de canon
1990-03-02
Dit artikel heeft de bedoeling het zingen van canons in de gemeente aan te moedigen. Over het hoe en waarom hieronder meer. Eerst iets over de ervaringen met canonzingen in Heerenveen.- Jaargang 34
- nummer 5
Teksten uit het hoofd?
Daarvoor moet ik beginnen bij de jaarlijkse vakantie-bijbelschool. Elke herfstvakantie komen zo'n honderd kinderen drie ochtenden naar 'De As', een wijkcentrum, om te zingen, een bijbelverhaal te horen, te knutselen enz., waarbij elk jaar één bijbeltekst centraal staat. Die tekst wordt via de 'waslijnmethode' uit het hoofd geleerd, d.w.z. dat de woorden van de tekst verdeeld zijn over een aantal leuk uitgeknipte kaartjes die in de goede volgorde aan een lijntje worden opgehangen. De kinderen zeggen de tekst vele keren op waarbij de kaartjes dan één voor één verdwijnen. Uiteindelijk is het lijntje leeg en zit de tekst in het hoofd. Of de tekst zo ook langere tijd kan worden onthouden is niet zeker.
Lied voertuig van de tekst
Wordt de tekst in een muzikaal kruiwagentje gelegd, dan is de kans daarop veel groter: zowel maat, ritme en melodie zijn, samen met de tekst, steunpunten voor het geheugen.
In 1988 stond Lucas 19:10 centraal.
Die tekst is toen ook aangeleerd op de onderstaande melodie: Een jaar later zat het liedje er nog in. Met gitaarbegeleiding (o.a. om de slotmaat en de beginmaat bij herhalingen goed op elkaar te laten aansluiten) enige keren na elkaar gezongen, in wisselzang, jongens, meisjes, kleine groep, grotere ' groep, en tenslotte door allen: op die manier kan zo'n simpel melodietje dat zonder begeleiding overigens weinig te zeggen heeft m.i. goed gebruikt worden met een naar leeftijd en belangstelling heterogene kindergroep.
Met een canon gaat het beter?
In 1989 zongen we in canon (voor de duidelijkheid: dat kan lang niet met alle liederen en ook niet met het volgende lied). Waarom in canon? Niet alle kinderen zijn al zover dat ze in canon kunnen zingen (Gehrels hield de vierdeklasleeftijd aan). Nee, een klein deel van de groep maak je het moeilijk.
Maar nog niet bij de-éénstemmigheid.
Een canon voor bijbelschoolgebruik mag niet moeilijk zijn, want niet alle kinderen komen op de drie achtereenvolgende ochtenden. Veel canons zijn wél moeilijk omdat de componist met minstens twee belangrijke zaken tegelijk bezig is: de horizontale en de verticale structuur, de melodiegang en de aceoorden die ontstaan bij het meerstemmig zingen. Een goede canon is interessant, mooi en vooral natuurlijk verlopend.
Kunst- en vliegwerk houdt geen stand en is hoogstens voor een geoefende zanggroep interessant.
Waarom in canon? Gehrels 1 noemt het spelelement dat kinderen aanspreekt.
"De tweede, respectievelijk derde stem rmtteertde eerste, zit haar na zonder haar ooit in te halen, vlucht voor de andere weg zonder ooit gepakt te worden." De canon (Latijn), letterlijk regel of rlchtsnoer", heet in het Italiaans Caccia (spreek uit: katsjia) dat jacht betekent en in het Engels Round voor het 'rondzingen', na de slotzin volgt weer de eerste zin enz. Bovendien merkt Gehrels op dat "het 9- en 10-jarige kind bezig is zich een eigen mening te vormen en die tegenover die van anderen stelt, hetgeen ook in het canonzingen kan worden uitgeleefd."
Ziedaar enkele argumenten pro canonzang, waaraan ik nog toevoeg het plezier en het gemak van het met iedereen instuderen van één en hetzelfde lied, de wetenschap daarna alleen samen de meerstemmigheid te kunnen verwezenlijken waarbij men gedwongen is goed naar elkaar te (blijven) luisteren (zingen met de vingers in de oren, waartoe jonge kinderen nogal eens geneigd zijn is natuurlijk onmogelijk: het jonge kind geeft daarmee aan dat het nog niet in staat is tegelijkertijd naar zichzelf en naar anderen te luisteren).
Allemaal goed en wel, maar nu weer terug naar het uitgangspunt: het aanleren van een tekst waar het in de vakantie-bijbelschool allemaal om was begonnen. Bij het in canon zingen wordt de tekst vele malen spelenderwijs herhaald waardoor opname in het geheugen wordt vergemakkelijkt.
(Let wel: het gaat om het DOEN. Het luisteren naar een canonuitvoering is vaak maar korte tijd boeiend, omdat de tekst in de polyfonie niet of nauwelijks te verstaan is en omdat men muzikaal in een kringetje ronddraait.) In de vakantie-bijbelschool ging het goed zo. De in canonvorm aangeleerde tekst werd in veel gezinnen ook thuis ~ezongen.
Van de bijbelschool naar de kerk.
Kerkmensen hoeven geen teksten uit het hoofd te leren? Die hebben toch een concordantie?
Kerkmensen hebben, willen ze wel een tekst onthouden, toch geen hulpmiddelen als een lied of eén canon nodig? Ouderen kennen grote delen .van de catechismus uit het hoofd zonder die te kunnen zingen. De canon in de betekenis van de 'lijst van erkende bijbelboeken' kennen ze ook.
Woorden schieten te kort. Zingen met Mozes
Toch denk ik dat ook ouderen graag zingend leren. In Deuteronomium 31:19 draagt God Mozes zelfs op: "Nu dan, schrijf dit lied op en leer het de Israëlieten, leg het hun op de lippen, opdat dit lied Mij tot getuige zij tegen de Israëlieten." God laat Israël het 'kort begrip' leren in de vorm van een lied! (Mehrtens)". Bij vers 21: "Wanneer dan vele rampen en benauwdheden hen treffen, dan zal dit lied tegen hen getuigenis afleggen, want het zal in de mond van hun nageslacht niet verstommen"
zegt Mehrtens: "dit lied zal pas begrepen worden in dagen van benauwdheden. Vooreerst gaat het Israël dus ver boven de pet, het is allerminst 'aangepast' aan het verstand.
Juist voor de dagen der benauwdheid is het gemaakt en ook dàn zullen ze het moeten zingen.
Opzeggen is niks, want juist het ZINGEN in de benauwdheid heeft de dimensie van het geloof, dat weet dat achter het zwartste zwart toch iemand staat die wij Vader mogen noemen." En verder schrijft hij: "Hier is toch duidelijk, dat het zingen niet een barometer behoort te zijn van onze gemoedstoestand, maar, integendeel, een weerbericht van God onze Vader, en dat bericht is bestendig!"
Wanneer zingen, wanneer zeggen?
Zingen is niet iets voor kinderen speciaal, maar voor jong en oud.
Zingen: tekst en melodie worden tot lied. Het lied vloeit samen met de mens zelf en - aan de andere zijdemet Hem die plaats wil nemen op deze lotzanç". Een intense beleving!
Het spreken lijkt meer beheersbaar.
Ook het zingen van psalmen en gezangen met een wat langere, verhalende tekst roept niet altijd een speciale zingbeleving wakker. Dergelijke teksten - ik denk b.v. aan psalm 106 en gezang 6 - zouden m.i. ook gelezen kunnen worden. Zingen is iets heel speciaals. In de eredienst zou het zingen misschien bewuster beleefd kunnen worden als een middel dat gebruikt (genoten) wordt als woorden alleen te kort schieten.
Psalm 107 leent zich m.i. uitstekend voor het laten lezen van de berijmde verzen m.u.v. de verzen 4, 7, 10, 15 en 20 die door de gemeente worden gezongen. Saai? Geenszins. Het gezongen refrein met z'n vrijwel gelijkblijvende tekst wordt steeds opnieuw en steeds weer anders 'opgeladen' door de tussenliggende teksten.
Terug naar de canon
En met dit voorbeeld stap ik weer over naar de canon met z'n korte, zich herhalende tekst. Die herhaling kan ons in vervoering brengen: de tekst krijgt steeds opnieuw de kans om op ons in te werken. En ook de muziek houdt ons in z'n greep. Als we, indien aanwezig, orgel, piano en/of andere instrumenten successievelijk laten meespelen met de melodie, met accoorden of met binnen die accoorden blijvende omspelingen · dan moeten we wel mee in de , stroom. Verrukkelijk toch? Of iets om bang voor te zijn? Eerst iets los maken en dan ... ach, ik zou zeggen, begin maar gewoon, en maak inderdaad ook een afspraak voor het einde (7 keer zingen wordt al wat, 2 keer sterk, 3 keer zacht en 2 keer sterk: 1 keer sterk of zacht kan niet omdat het sterk en zacht zingen elkaar in de canon overlapt) omdat we anders misschien in dezelfde situatie verzeild raken als bij menig sprookje dat aldus eindigt: "op het paleis werd een groot feest gehouden.
Als je hard loopt kun je misschien nog meedoen!"
De praktijk
Tenslotte nog wat praktische aanwijzingen.
Waar vinden we geschikte canons? Wie leert ze ons en op welke tijd? Wie geeft aanwijzingen bij de uitvoering?
Canons voor kerkelijk en, in mindere mate, voor bijbelschoolgebruik vinden we b.V. in een canonboekje dat is uitgegeven door de stichting centrum voor de kerkzang, uitgave 110.
Dat bevat 30 canons, de meeste op letterlijke bijbelteksten. De nummers 5, 20, 22, 25, 26, 29 en 30 zijn goed te zingen, en daarna de nummers 6, 11 en 13. Verder ben ik bereid om zelf een canon te schrijven bij een tekst die u hebt uitgekozen. Schrijft u dan een briefje en vermeldt u dan ook door welke groep die canon moet worden gezongen (groepsgrootte, verdeling m/v, kinderen, of er instrumentalisten mee kunnen doen, enz.).
Mijn adres is:
J.K.W. Luth,
Eendenkooi 21,
8446 RA Heerenveen.
Wie leert de gemeente een canon aan? Iemand uit het onderwijs of de organist/pianist m/v? Een ouderling of een jongeling? Als het maar iemand is die zingt! Alleen voorspelen is niet direct genoeg. Zingend aanleren en niet pratend. Wel kunnen de melodiesprongen met de hand worden meegemeten. Pas als de melodie éénstemmig goed zit kan met meerstemmig zingen worden begonnen.
Ook daarbij voorzingen. Bij de in dit artikel opgenomen canon bij Lucas 1:68 is de inzetopeenvolging voorgezongen dus: "Geloofd zij de He- Geloofd zij de He-" enz.
Wanneer leren we een canon (of een ander nieuw lied)?
In Heerenveen doen we dat voorafgaand aan de dienst. Bij deze canon oefenden we zondagsmorgens éénstemmig, zondagsmiddags twee-· stemmig (koorgroep en gemeente) en op de eropvolgende kerstmorgen zong de gemeente vierstemmig. De oefeningen namen niet meer dan 8 minuten in beslag. Door de opbouw van één- naar twee- en naar vierstemmigheid ontstond het feestelijke gevoel van ,,'t zal ons benieuwen hoe dat klinkt". De gemeente knapt het zelf op. Ook instrumentale toevoegingen kunnen door weinig geoefenden worden meegespeeld (hopelijk moedigt het aan tot meerdere oefening). Deze canon wordt begeleid met afwisseling van F- en C-septiemaccoorden. Het F-accoord omvat de tonen f, a en c, het c-7 accoord de tonen c, e, g en bes. De c komt in beide accoorden voor en kan dus (op een klankstaaf b.v.) steeds blijven meeklinken binnen het ritme, de andere tonen wisselen elkaar steeds op de helft van de maat af. Slagwerk verder met mate, en alleen bediend door maatvaste lieden! Van iederëte dat graag wil doen moet de leider weten of het maatgevoel voldoende aanwezig is.
Bij de uitvoering moeten er zo weinig mogelijk aanwijzingen worden gegeven. Het oefenen is voorbij. Om ieder de kans te geven mee te kunnen doen is het wel verstandig dat b.V. de volgende afspraak wordt gemaakt: 1e keer: koorgroep éénstemmig, 2e keer: koor + gemeente éénstemmig, 3e keer: begin van de canon in 4 (of in 6) groepen: in dit geval dan na b.v. 5 keer zingen eindigen op de halve noot f (en niet op de c)
Om zo al zingend 'rond te trekken'.
"Zingen, dat is de aangemeten houding van het geloof dat weet, dat de muren zullen vallen omdat zij al gevallen zljn"."
Noten:
1 Gehrels, W., Algemeen Vormend Muziekonderwijs, blz. 39
2 Bouman, L.C., Vreemde woorden in de muziek
3 Mehrtens, F., Kerk en muziek blz. 103
4 idem, blz. 59
5 idem, blz. 149