Terloops
1990-03-30
Die wolken, lucht en winden…- Jaargang 34
- nummer 7
Het eerste couplet van 'Beveel gerust uw wegen' heeft o.a. de bekende regels:
Die wolken, lucht en winden
wijst spoor en loop en baan,
zal ook wel wegen vinden
waarlangs uw voet kan gaan."
Hebt u wel eens naar de lucht liggen of zitten kijken, als er verschillende wolkenpartijen waren? Er is dan soms geen lijn in te ontdekken. Het lijkt soms wel of de éne wolkenpartij een geheel andere richting uitgaat dan een andere. God zal ze de weg wel wijzen, maar het is soms moeilijk die te ontdekken. Voor het oog zit er soms geen lijn in.
Het kan ook gebeuren, dat een wolk opeens is verdwenen. Je zag hem net nog en dan is hij weg.
Job heeft dat ook al ontdekt. In zijn eerste antwoord aan zijn vriend Elifaz wijst hij erop, dat zijn leven een ademtocht is. Het kan zomaar afgelopen zijn en: "Gelijk een wolk verdwijnt en wegdrijft, zo stijgt wie in het dodenrijk nederdaalt, niet weer op." (7:9).
De bijbel spreekt veel over de wolken.
Het kan zijn, dat God zich als het ware achter een wolk schuil houdt. Jeremia klaagt daarover: "Gij hebt u gehuld in een wolk, ondoordringbaar voor het gebed" (3:44).
God kan echter ook uit de wolken spreken: "Deze is mijn Zoon, de uitverkorene, hoort naar Hem" (Lukas 9:35). En Hij heeft Zijn volk ook wel door een wolk geleid (Ps. 78:14).
Dat was een wonder, onze God is wonderbaar. We kunnen er vaak niet bij als we letten op wat Hij doet. Hij legt Zijn hand op ons en het is ons te verheven (Ps. 139:6).
Je kunt ook te veel naar de wolken kijken. Prediker heeft het daar over.
Wie steeds naar boven staat te kijken, naar de wolken of naar de wind, komt aan zaaien niet toe en vanzelfsprekend ook niet aan het maaien (Pred. 11:4). Maar als je naar boven kijkt en de wind ziet en om je heen hoort, dan is het goed te beseffen, dat we de weg van de wind niet kennen.
De weg van de wind is te verheven voor ons.
Een gedicht van Martius Nijhoff
De wolken
Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
lang-uit met moeder in de warme hei,
de wolken schoven boven ons voorbij
en moeder vroeg wat 'k in de wolken zag.
En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
daar gaat een dame, schapen met een herder,
de wond'ren werden woord en dreven verder,
maar 'k zag dat moeder met een glimlach weende.
Toen kwam de tijd dat 'k niet naar boven keek,
ofschoon de hemel vol van wolken hing,
ik greep niet naar de vlucht van 't vreemde ding
dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.
Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
en wijst me wat hij in de wolken ziet,
nu schrei ik zelf en zie in het verschiet
de verre wolken waarom mijn moeder schreide.
Dwars door allerlei gedachten heen blijft God er met Zijn boog.
Van tijd tot tijd laat Hij zien, dat Hij trouw blijft aan Zijn Woord.
Ook daaraan zijn wolken dienstbaar.