Vrede tussen Timotheüs en de cipier!

1990-04-27
  • Jaargang 34
  • nummer 9
Timotheüs en de cipier van Filippi
In één van zijn pittige 'vijf-minutentoespraken' (gebundeld onder de titel 'Kort & Goed') zegt Dr. J.J. Buskes over 'Bekering' het volgende: "Ik verschil van mijn vriend Piet Lugtigheid, zoals Timotheüs, de leerling van Paulus, verschilde van de cipier van de gevangenis, waarin Paulus opgesloten zat. Die cipier wist later te vertellen van zijn bekering: waar en wanneer het gebeurd was. Dat kon Timotheüs niet. Die wist, dat zijn moeder en grootmoeder oprecht geloofd hadden, dat hij ook zelf geloofde, al sprak hij daar nièt zoveel over. Hij probeerde te blijven bij wat hem thuis geleerd en toevertrouwd was. Van jongsaf kende hij de.heilige schriften van het Oude Testament. Ds. Lugtigheid en die cipier staan vlak naast elkaar. Ik sta meer in de buurt van Timotheüs.
Ik kan vertellen over mijn eigen geloof, al doe ik dat niet zo vaak. Net als Timotheüs probeer ik te blijven bij wat mij door vader en moeder werd toevertrouwd en ik ken van jongsaf de bijbel. Maar ik ben niet in staat u te vertellen waar en wanneer ik bekeerd ben. Als ik dan toch met alle geweld mijn bekeringsgeschiedenis moet vertellen, ga ik u mijn hele leven vertellen, van mijn geboorte af tot nu toe, en dan ben ik nog niet klaar, want mijn bekeringsgeschiedenis gaat door tot de dag van vandaag.
God gaat met ieder van ons zijn eigen weg. Hij weet niet van fabriekswerk.
Hij levert zijn christenen niet af aan de lopende band. Daarom moet de cipier geen vraagtekens zetten achter het geloof van Timotheüs en moet Timotheüs zijn schouders niet ophalen over de bekeringsgeschiedenis van de cipier". Tot zover Dr. Buskes ('Kort & Goed', Zomer & Keuning, Wageningen 1973, ISBN 90 210 4621 0). Ten aanzien van de bijbelse grondslagen van zijn betoog verwijs ik naar Handelingen 16:19-40 en 2 Timotheüs 1:5,3:14-15.

Chesterton's 'ontdekking' van de Waarheid
In zijn boek 'Orthodoxy' (in vertaling uitgekomen in de reeks 'Prismaboeken' onder de titel 'Orthodoxie', als nummer 81) vertelt Chesterton, dat ook hij hartstochtelijk op zoek was geweest naar de Waarheid. En dat hij met alle pretentie, die de jeugd maar eigen kan zijn, ernaar gestreefd had om in dat zoeken en ontdekken van de Waarheid zijn tijd vooruit te zijn! Tenslotte kwam hij tot rust in het aloude geloof! Terwijl hij met iets geheel nieuws zijn tijd vooruit wenste te zijn moest hij ervaren, dat zijn 'nieuwe ontdekking' ruim 1800 jaar geleden al was geformuleerd in de Geloofsbelijdenis van de oude kerk! Chesterton gebruikt dan voor zichzelf en voor zijn ontdekkingsreis een prachtig beeld, dat overigens allerminst vrij is van zelfspot!
Hij leek volgens zijn zeggen op een Engelse reiziger, die zijn hart had gezet op de ontdekking en de exploratie van nieuwe eilanden in de Stille Zuidzee en die door een 'kleine' fout in zijn navigatieberekeningen te land kwam in... Engeland zèlf!
Met grote behoedzaamheid en onder het produceren van meeslepende gebarentaal naderde hij wat hem een afgodstempel van een inboorlingencivilisatie leek, om vervolgens te ontdekken dat hij het Koninklijk Paviljoen te Brighton voor zich had! Het mooie van zijn merkwaardige ontdekkingsreis was dan toch wel geweest, dat de grote bekoring van het nieuw-ontdekte gepaard mocht gaan met het diepe besef van geborgenheid in het aloude! Dat mocht dankbaar gezegd worden. Maar bij die dankbaarheid ontbrak het element van de zèlfkritiek toch niet!

Het grote belevingsmoment
We zullen de beide voorgaande verhalen goed kunnen gebruiken bij onze beoordeling van een derde verhaal. Ook vandaag kunnen we bij allerlei gelegenheden mensen horen vertellen over de geestelijke ontdekking, die zij mochten doen, en over het vinden van de Waarheid, zoals dat zich in hun leven heeft voltrokken.
AI heel wat keren heb ik in dat verband een levensverhaal beluisterd, dat zo ongeveer neerkwam op het volgende: "Ik ben geboren uit zeer gelovige ouders. Die namen me ook al vroeg mee naar de kerk, waarin het bij de prediking zeer orthodox toeging.
Toch deed het me allemaal weinig of niets! Ik heb dan ook geruime tijd eigenlijk zonder de Here geleefd, al was ik dan ook weer geen vijand van het geloof. Maar op een bepaalde dag mocht ik door Gods genade in aanraking komen met een goede vriend, die de Here echt kende en die daarover ook met mij sprak. Hij nam mij daarbij ook mee naar een kring, waarin gebeden werd voor allerlei noden en behoeften, ook voor mij eigen nood. En toen is het grote gebeurd! Ik besefte en gevoelde wat ik nog nooit gevoeld had: de nabijheid van de Here, die door zijn Geest beslag legde op mijn leven! En ik van mijn kant mocht mijn hart en leven voor de Here openen! Van toen af was mijn leven anders. Het werd toen pas ècht leven!
Nu volg ik de Here in alles. Ik leef uit zijn kracht en ik spreek over Hem. Altijd nog ben ik dankbaar, dat de Here mij toen zijn gemeenschap geschonken heeft".
Ik denk, dat vele lezers mèt mij zulke levensverhalen hebben gehoord.
Wat is nu ons oordeel daarover?

De vrucht van Buskes' wijsheid
Als gereformeerde mensen staan wij tegenover dergelijke levensverhalen vaak nogal gereserveerd. Daar is ook wel een goede reden voor. We behoeven helemaal niet te twijfelen aan het relaas van de feiten. Maar zo'n verhaal is méér dan een feitenreeks.
Het komt altijd weer op ons af met de pretentie van een bóódschapl En juist in die boodschap komt de kerk met haar prediking - ook haar rechtzinnige prediking! - er keer op keer nogal slecht af! Het verhaal bevat geen aansporing tot trouwe kerkgang! Het grote belevingsmoment kwam immers toch eigenlijk buiten kerk en pr edikinq om tot stand. En dat plegen wij te betreuren, ook al nemen we de vermelde feiten heus wel als waar aan. Op deze vorm van kritiek hoop ik straks nog terug te komen.!
Maar vaak gaat de kritiek beslist veel verder. Ik heb het wel eens zo horen zeggen: Daar heb je weer zo'n belevingsmannetje! Niet zelden werd daaraan toegevoegd: Een mens kan zich wel van alles verbeelden ook! Het is niet aardig van me, maar in deze vorm van kritiek beluister ik vaak de wat nerveuze reaktie van mensen, die de verhaalde beleving niet kennen en zich daardoor genoodzaakt voelen zich nogal krampachtig van het vertelde verhaal te ontdoen!
Wat kan Buskes' wijsheid. dan een goede dienst verrichten! "Timotheüs moet zijn schouders niet ophalen over de bekeringsgeschiedenis van de cipier"! "God gaat met ieder van ons zijn eigen weg"! Alle krampachtigheid mag bij voorbaat overwonnen zijn! Ook de omgekeerde krampachtigheid natuurlijk. Het komt ook voor, dat de 'cipier' zijn bekeringsgeschiedenis als een soort dwingend recept wil voorschrijven aan al zijn hoorders, aan al die 'Timotheüssen', aan al die gelovigen van een niet-opzienbarende rustige voortgang op de geloofsweg! Dat moet ook niet gebeuren! Ons kleingeloof is vaak een wortel van krampachtigheid.
En die krampachtigheid verstoort de vrede tussen Timotheüs en de cipier. Zij kunnen bij elkander niet komen. Waarom toch? Buskes sprak een wijs schriftuurlijk woord.
De vrede mag er werkelijk zijn. Die vrede mag er ook blijven. Timotheüs en de cipier mogen er allebei zijn.
Voor Gods aangezicht! In gemeenschap met elkaar!

Het heilzame van Chesterton's bescheidenheid
Toch wil ik ook nog het tweede verhaal ter sprake brengen, dat van Chesterton: De Engelsman die Engeland ontdekte! Een verhaal waarin blijdschap en beschaamdheid elkaar de hand reiken! En daarmee zou ik de verteller van de bekeringsgeschiedenis willen benaderen. Neen, niet om hem dat vertellen te verbieden!
Maar wel om aan zijn verhaal die elementen van Chesterton's geschiedenis toe te voegen. Wat zou dat heilzaam zijn! Wat zou dat een polarisatie wegnemen, die nu altijd weer naar voren komt! Wat bedoel ik daarmee?
Wel, ik zou onze verteller zo graag eens wat vaker horen zeggen, dat hij op dat grote moment - toen en daar - mocht beseffen en gevoelen, wat hem door zijn ouders en in de kerk al zo veel en zo vaak gezegd was.
Dat hij toen en daar door Gods genáde mocht h6ren wat hem al zo vaak verteld was, maar wat hij - toch ook echt door zijn eigen schuld!- tevoren niet geh66rd had. Dat hij had mogen 'ontdekken' wat hem in zijn doop al was gezegd en betekend en verzegeld! Het hèerlijk-nieuwe van zijn ontdekking - daar gaat niets van af! Maar ook: De heerlijke geborgenheid in de oude boodschap die hij nu pas echt had gehoord maar die hem al lang tevoren was verteld! Dan gaat dankbaarheid aan de Here - die moet er zijn en er blijven! - gepaard aan een werkelijke beschaamdheid over de grote ontdekkingstocht die nodig was om terecht te komen in het land, dat de Here hem van meetal als zijn vaderland had aangewezen! AI aan het begin van zijn leven. Al bij zijn doop!
Daarmee zou de verteller het werk van de Here in al die 'Timotheüssen' eren, die op het Woord der prediking hebben vertrouwd en de geloofsweg zijn opgegaan, z6nder enig opzienbarend gebeuren, maar toch in de kracht van dezelfde Heilige Geest.
En hij zou daarmee voork6men, dat die vele 'Timotheüssen' zich in een kwalijk klein-geloof krampachtig (en in een verborgen jaloersheid vaak) van zijn verhaal zouden afmaken!
Het kan immers vrede zijn en het moet immers vrede zijn tussen Timotheüs en de cipier van Filippi!
Waar Chesterton's bescheidenheid ontbreekt, daar is ruimte voor een zeer ernstige waarschuwing! Als de kerk en de prediking zo gemakkelijk terzijde geschoven worden (wat ik toch echt wel eens konstateer), komt dat dan niet dáár-vandaan, dat de aanspraak en de toespraak en de boodschap van God eigenlijk gering geacht worden? En dat de Heilige Geest alleen maar werkelijkheid kan zijn in önze beleving? Dat zou heel erg zijn. Dan komen we terecht bij een 'belevingsgodsdienst' , waarin God alleen maar werkelijkheid bezit als voorwerp van öns gevoelen en tasten en ervaren en beleven. Een zeer geraffineerde zonde tegen het tweede gebod!
Ik wil niets afdoen van een werkelijke geestelijke ervaring! Maar ik verwerp de gedachte, dat Gods algehele Goddelijke werkelijkheid in mijn ervaring zou worden opgesloten! Hij komt in zijn Woord, in zijn boodschap op ons toe. Wij ontdekken dankbaar en niet zonder beschaamdheid - wat de Here ons al lang gezegd had. Chesterton's bescheidenheid!
De Here eren - onszelf verootmoedigen - de gemeenschap der heiligen betrachten! Ja, vrede tussen Timotheüs en de cipier!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief