Samenwonen en kerkelijke tucht

1990-04-27
  • Jaargang 34
  • nummer 9
In Trouw van donderdag 5 aprilstond een bericht over onze kerken in de stijl die wij intussen van Trouw gewend geraakt zijn, met als titel: "Banvloek over samenwoners" en ondertitel "Nederlands Gereformeerde Kerkeraden eisen bekering"

U kunt zich voorstellen dat ik uiterst benieuwd was wat zich onder deze opschriften voor mijn oog zou ontrollen.
Ook in Utrecht zijn wij lang met de vragen rond "samenwonen" bezig geweest en tot een duidelijke afronding gekomen. Banvloeken hebben wij nooit rondgeslingerd, en dus was ik benieuwd naar wat andere kerken hierover te zeggen hebben.

Trouw begint met te zeggen dat de Nederlands Gereformeerde Kerkeraden in Ermelo en Alphen a/d Rijn weigeren "paren, die hebben samengewoond en niet tot de ontdekking gekomen zijn dat zij in zonde geleefd hebben, in het huwelijk te bevestigen". Dat is in principe wel juist overgebracht alleen is de formulering "en niet tot de ontdekking gekomen zijn dat zij in zonde geleefd hebben" van Trouw zelf. Dat "in zonde leven" is een suggestieve uitdrukking. Er werd van ouds een overspelige relatie mee omschreven.
"Zij leeft in zonde" was een uitdrukking voor een vrouw die een sexuele relatie had bijv. met een getrouwde man. Wie een paar dat zonder een officiële huwelijksverbintenis samenwoont met die term typeert, doet het wel onrecht aan. In het Informatieboekje van de NGK 1990 pag 156 heb ik die omschrijving niet aangetroffen. Ik ben van mening dat die kerkeraden deze grove gelijkschakeling tussen samenwonen en aperte hoererij nooit op zich zouden hebben genomen.

Banvloek
Toch noemen zij dit samenwonen wél een kwade zaak, nl. "iets wat zich niet verdraagt met de christelijke levenswandel". Dat klinkt toch heel anders en veel genuanceerder.
Beide kerkeraden vinden daarom dat een huwelijksbevestiging, nà een periode van samenwonen niet mag worden ingewilligd tenzij "men zich bekeert" van die levenswandel.
Er zal dus wel bedoeld zijn: tenzij men inziet dat samenwonen niet de weg is die bij een christelijke levensstijl behoort... (heb ik gelijk?) Hoe ook: beide kerkeraden willen niet zomaar akkoord gaan met de belegging van een trouwdienst na een période van samenwonen. Ik kan daar inkomen. Volgens het Informatieboekje is het alleen de kerkeraad van Ermelo geweest die zich nog verder heeft uitgesproken en heeft gesteld dat samenwoners "die op de ingeslagen schadelijke weg onverhoopt toch blijven voortgaan"
van de maaltijd van de Heer moeten worden afgehouden en bij hardnekkige voortgang in het kwaad van de gemeente moeten worden uitgesloten".
Het is deze uitspraak die Trouw heeft geleid tot het opschrift "Banvloek over samenwoners". Ik vind het bijzonder jammer dat een hele kerkelijke gemeenschap vanwege de uitspraak van één kerkeraad door Trouw met deze banvloek wordt getroffen. Het was immers de jaarlijkse bespreking van het Informatieboekje van onze kerken die Trouw tot déze minder vriendelijke typering gebracht heeft.

Duidelijkheid
Ds. de Groot die het Informatieboekje goed verzorgde en de besluiten van Ermelo en Alphen aId Rijn in zijn jaaroverzicht opnam prijst de beide kerkeraden om hun duidelijkheid: "Het is méér dan nodig om in deze concrete situaties een duidelijk geluid te laten horen".
D.k, ik wil hem in die lof best bijvallen.
Beter eerlijke duidelijkheid dan vaag gezwemel. Ook inhoudelijk kan ik met de zinsnede dat "samenwonen zich niet verdraagt met een christelijke levenswandel" wel instemmen. Ook op dit punt val ik zijn lof op de duidelijkheid dus bij.

Nuancering
Maar waarom moet aan deze stelling nu die consequentie verbonden worden dat er kerkelijke tucht moet worden geoefend. Is dan de duidelijkheid pas compleet? En waarom is iets pas duidelijk als er geen enkele nuancering is aangebracht op die eerder door mij met sympathie overgenomen typering. Iedereen weet toch dat er vandaag een groot verschil bestaat tussen het ene en het andere paar dat samenwoont! Ik ken paren die samenwonen zuiver en alleen omdat zij vinden dat de overheid met hun huwelijksband niets te maken heeft. Er zijn er, die zeggen: wat stelt dat huwelijk van de overheid tegenwoordig nu nog voor?
Vandaag ga je het stadhuis in en je haalt je briefje - en morgen ga je via een andere deur binnen en je haalt een ander briefje waarin het weer is ontbonden. (Wilde de tweede kamer de echtscheiding niet graag versimpelen?) Als deze argumentatie gepaard gaat met de verklaring, dat zij als man en vrouwen dat voor Gods aangezicht elkaar de belofte van trouw voor het leven gegeven hebben, dan worden voor mij typeringen zoals ik die las: "een hardnekkige voortgang in het kwaad" waarvoor men uiteindelijk buiten de gemeente en dus buiten het Koninkrijk komt te staan, toch wel zeer ongenuanceerd - om het zwak uit te drukken.

Dopers?
U zult zeggen: ja, maar dit is het gunstigst denkbare geval. Dat is ook zo. Er zijn er anderen die voor samenwonen kiezen om eerst een proeftijd met elkaar te hebben. Dat beoordeel ik veel negatiever. De Schrift laat nergens ruimte voor zo'n tijd van experimenteren. Hier kun je terecht spreken van een nietchristelijke levensstijl.
Tussen deze twee uitersten liggen nog vele middenposities. Je kan ook soms alle argumenten tegelijk horen.
Hoe ook - het is er mij hier nu niet om te doen om al deze argumenten af te wegen. Ook met de beste en meest positieve argumenten zoals ik die in het eerst bovengenoemde geval gaf ben ik het uiteindelijk niet eens. Zo u wilt: er zou daar best wel een klein dopers trekje in kunnen zitten om overheidsinstellingen en hun spelregels als werelds en minder belangrijk te beoordelen. Als echter die overheid er in de toekomst zelf nog meer een bagatel van gaat maken zou wellicht de dag kunnen komen dat wij als kerkelijke gemeente zeggen: doe je eigenlijke huwelijksgelofte maar liever hier. In de gemeente. Want in het stadhuis stelt zij niets meer voor.
Let wel: ik zeg niet dat dat nu al zo is - maar zo kan het worden. De hoofdzaak is dat volgens de bijbel de levenseenheid van man en vrouw binnen de structuur thuis hoort van een verbond en trouwbelofte voor het leven.

Samenwonen en samenwonen is twee
Die nuancering had ik heel graag gezien in de uitspraken van Ermelo en Alphen a/d Rijn. Omdat de kerkeraad van de N.G.K. Utrecht niet slechts twee, maar wel drie, vier, vijf, verschillende achtergronden bespeurde, daarom heeft de kerkeraad de manier van omgang met samenwoners geheel in de sfeer van het pastoraat gelaten. Iedere situatie moet je opnieuw naar eigen motief en achtergrond beoordelen. Daarom: er is bij ons geen universele regel zoals ik die in "Ermelo" bespeur.

Tucht
Is er dan nooit reden om in het meest negatieve geval op te roepen tot bekering met eventueel toepassing van kerkelijke tucht?
Ook hier is het m.i, niet juist een algemene regel te geven. Wat mij vooral treft is dat er weer opnieuw een discussie over kerkelijke tucht gehouden wordt als men t.o.v. het zevende gebod ingaat tegen een christelijke levensstijl. Waarom zijn wij nooit verontrust als het om een hardnekkige zonde gaat t.o.v. het zesde- of het achtste gebod. Er zijn gemeenteleden die chronisch een weinig christelijke omgangsstijl vertonen tegen over hun medebroeder - die man ligt mij niet etc. Dat gaat ten diepste om het zesde gebod : Gij zult niet doodslaan. zoals Jezus het in de bergrede in Mt. 5 uitlegt.
Anderen zijn verslaafd aan het roken.
Hardnekkig en onverbeterlijk.
Dat is een tekortschieten in christelijke levensstijl t.o.v. het achtste gebod: de omgang met je bezittingen en met je eigen lichaam. Ik heb nog nooit gehoord dat een kerkeraad zich in de vaak blauwgerookte kerkeraadskamer met deze zonden zo uitvoerig heeft beziggehouden. laat staan kerkelijke tucht geoefend.
Maar zodra het gaat over het zevende gebod. ja hoor. dan moet de kerkelijke tucht weer uit de doos gehaald worden ....!

Ben ik dan helemaal tegen kerkelijke tucht? Neen. dat niet - volgens Prof. C. Veen hof kan het alleen als een laatste appèl van de liefde van Christus. Eén keer moet iemand die ten dode (!) zondigt het gevoeld hebben dat de liefde van Christus zo ver gaat dat ik mijn geliefd medemens er desnoods wel een enorme schok voor wil uitdelen! Alleen ik moet toegeven. op dat niveau heb ik tot nu toe nog nooit de tucht in zijn laatste vorm als afsnijding (als banvloek) toegepast of toegepast gezien.
We zitten daarvoor vaak te diep onder het charismatische niveau waarop Paulus en zijn gemeente in 1 Cor. 5 wèl stond. toen hij in de kracht van de Here Jezus en in Zijn naam een broeder aan de satan overleverde. (1 Cor 5:5)

Er zijn zonden en zonden. Wij kunnen er niet onderuit te nuanceren.
Pas op voor vervlakkend zwart - wit denken. Het gaat er om de geesten te peilen en motieven te wegen.
Daarom zou ik in alle hierboven genoemde gevallen tegen die "banvloek" zijn. Ik denk dat de voorbeelden van een chronisch ingaan tegen de diepste bedoeling van het 6e en het 7e en het 8e gebod laten zien dat er soms nog vele zwakheden. soms met en soms tegen onze wil in ons zijn overgebleven. Ik vergoelijk niets en ik ga over alle yoorbeelden gesprekken aan in de sfeer van "is dit nu echt wat de Heer zelf wil". Alleen pas op met de botte bijl van de tuchtoefening die niet 'op niveau' is.

Twee monniken
Ik sluit met een mooi voorbeeld dat ik ergens gelezen heb. Er waren eens twee monniken en ze waren allebei aan de sigaret. Maar ja. in een klooster heb je nu eenmaal lange tijden van gebed. 's ochtends.
's middags. en 's avonds ... en ze bekenden elkaar dat het dan wel een hard gelag is om Riet daar tussen door eens even een sigaretje te kunnen rollen en opsteken. Na enige tijd besloten ze om dit probleem aan de abt voor te leggen. Eén voor één.
De eerste ging en kwam terug. Toen de ander hem vroeg: wat zei de abt, zei hij: hou op. hij werd woedend.
Hoe krijg je het in je hoofd het te vragen ..... zei hij. Ik kreeg bijna een klap. De andere ging en kwam terug.
Toen hij verslag aflegde zei hij: o, de abt was heel aardig. Hij zei: prima, dat moet je doen! De eerste monnik snapte er niets van ... Toen kreeg hij ineens een helder idee. Wat heb je eigenlijk gevraagd? zei hij. Ik vroeg: mag je ook roken onder het bidden?
en hij werd woedend. Wat vroeg jij?
Oh. zei toen de tweede: ik vroeg niet: mag je ook roken onder het bidden. maar: mag je ook bidden onder het roken?! En de abt was heel vriendelijk en zei: mijn kind.
bidden is altijd goed - en als jij dan zo veel van roken houdt blijf bidden en het zal je van je zonden genezen!
Het leek me een advies dat-we ook als we het onderwerp wisselen ter harte mogen nemen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief