Geloof en kerk (ontmoeting op de camping)
1992-07-17
"Van Straelen", om u te dienen, met ae alsjeblief, want we benne nog van adel, weet u!- Jaargang 36
- nummer 15
En U bent de dominee heb ik gehoord? Uit Voorburg? Nou dan ben u altijd nog een beetje deftiger dan wij, want we kommen uit De Haag, Moerwijk, da ken u wel!
Nou als u dominee ben, zal u me wal begrijpe. Of niet. Maar dat ken me ook niet schele. Ik zal u percies vertelIe hoe me Toos hier (met een knik naar het ouwe wijfie aan zijn zijde) en ik er over denke.
De kerk heb uitverkoop gehouwe meneer. Waar zijn de heilige-beeldjes gebleve? Allemaal overboord gekieperd meneer, met lichies en al. Niks is ter overgebleve. Niks. Geen heiligheid meer. Geen devosie. En alles mag maar meneer. De meest schunnige dinge. Alles mag. En trouw? Doodgewoon trouw zijn aan mekaar, zoals me Toos en ik nou al vijftig jaar? Trouw is ter ook niet meer bij meneer. Motje m'n zoon zien. (Op dit moment springen de tranen hem in de ogen). Me zoon? Vijf en twintig jaar is tie getrouwd gewees met het liefste wijffie van de wereld meneer. Maar hij heb ze late stikke. Waarachtig waar. Is ter met zo'n jong ding vandoor gegaan. Een kreng, meneer, zo rood als een biet. En respekt voor ze vader en moeder?
Vergeet het maar meneer. Onderlaast kreeg ik dat jong nog aan de telefoon. Zeg tie tegen me: "Ik heb geen medelijen met jou ouweheer!" Da zei die meneer! Nou medelije hoeftie met ons niet te hebben. Als me Toos en ik saves in het zonnetje voor de caravan zitte, zegge we tege mekaar: wat hebben we het toch goed hé!
Maar da zien ze niet meer tegewoordig. Nooit zijn ze tevrede. Altijd motte ze meer. En geloof ister ook nie meer bij meneer. Maar in onze caravan brandt een lichie voor de Heilige Antonius, zal ik u zegge. En thuis in de Moerwijk brandt op dit eigeste moment ook een lichie voor de heilige Antonius. Omdattie me teruggebrag heb uit duisland.
En weet u wat me vader zei toen ik terug kwam uit duisland na de oorlog? Jonge - zei die - nou hoeve jullie nooit meer in diens. Want nou komt ter nooit meer oorlog. Ja, da zei die meneer. En da geloofde die ook. Maar nou? Mot je zien. Ze vliegen mekaar allemaal in de hare. In de Balkan. In Zuid Afrika. In het Ooste. We gane naar de bliksem metzealle meneer".
Toen ik er even tussen kon komen, zei ik met de wijsvinger omhoog naar de blauwe avondhemel: "Maar ik verwacht verlossing van boven Meneer Van Straelen". Daarop bleef het een hele tijd stil. De oude man stond zwijgend naar boven te kijken. Toen hij mij weer aankeek zei hij iets, één Zinnetje, dat ik maar niet meer kwijt kan raken.
Beverig zei hij: "Ik kan haas niet gelove, dat ut van bove komt, omdat ...eh...omdat ..de kerk uitverkoop gehouwe heb". Kurie Eleison! Zoveel schapen die geen herder hebben!