Twintig jaar christelijke hulpverlening (3)
1990-05-11
Toen ik mijn diploma aan de gereformeerde sociale akademie te Zwolle behaald had, ben ik door het bestuur van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk als maatschappelijk werkster aangesteld. Dat was in augustus 1980. Na 2 jaar heb ik een vervolgopleiding gedaan om beter toegerust te zijn voor de ingewikkelde probleemsituaties. Dat was de 2-jarige voortgezette opleiding specialisatie "complex-agogische situaties" aan Hogeschool Windesheim in Zwolle.- Jaargang 34
- nummer 10
De winst van zo'n part-time-opleiding - terwijl je tegelijkertijd werkt - is, dat de methoden van hulpverlening direkt toe te passen zijn. Bovendien leer je door middel van supervisie over je werk, hoe jouw persoonlijke stijl van werken is, en wat je sterke en zwakke kanten zijn in de gesprekken met kliënten. Wanneer je dat weet, kun je sommige fouten of valkuilen vermijden, en ben je in staat uit te buiten waar je goed in bent.
Wat spreekt mij nu zo aan om bij deze stichting te werken? Om te beginnen is de stichting een kleine instelling. Dat betekent efficiënt werken omdat er weinig tijd besteed behoeft te worden aan allerlei overleg 'organen' en vergaderingen.
Dat vraagt grote inzet van ieder teamlid en goede samenwerking onderling, maar als dat er is, is het resultaat direkt zichtbaar.
Belangrijker is de volgende reden, namelijk dat deze instelling vanuit de kerken is ontstaan, en aan mensen uit onze en andere kerken hulp biedt.
Dat betekent werken vanuit een gemeenschappelijke geloofsovertuiging.
Het is ontzettend belangrijk dat iemand met psychische problemen zijn relatie met God, zijn medemensen en zichzelf niet buiten beschouwing hoeft te laten. En dat hij er vanuit kan gaan dat ik dat als hulpverlener ook niet doe.
Dat schept vertrouwen. Vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde om je problemen, je eigen onmacht om tot een oplossing te komen onder ogen te zien en voor te leggen aan een tot dan toe onbekende.
Voor alle duidelijkheid: onze manier van werken verschilt wat betreft methode niet van bijvoorbeeld hulp door een Riagg geboden. Het verschil zit in de benadering van de hulpvrager, met zijn problemen: namelijk als iemand die "in het kader van" zijn diepste overtuiging zijn moeilijkheden ervaart en wil oplossen, wil leren dragen, of er mee wil leren omgaan ..
Een ander aspekt van werken bij de stichting is het kontakt met ambtsdragers en andere gemeenteleden. Dit hangt samen met wat ik hierboven beschreven heb. Het is fijn om door samenwerking en/of overleg met bijvoorbeeld de predikant de hulp aan een echtpaargezin - individueel persoon af te stemmen. Zo kunnen pastorale en psychologische hulp elkaar aanvullen en versterken. En als ons kontakt afgesloten wordt, is de ex-hulpvrager niet aan z'n lot overgelaten. Hij/zij kan binnen de gemeente verder en op steun rekenen als hij/zij daar prijs op stelt.
Of 't moeilijk is, dit werk?
Misschien wel. 't Vraagt in elke situatie opnieuw inlevingsvermogen, de ander helpen een 'oplossing' te zoeken die voor hem/haar mogelijk en haalbaar is. En dat lukt niet altijd. Maar daarnaast is er de voldoening en ook verwondering dat de ander z'n problemen en twijfels met mij heeft willen delen en ik een poosje metgezel kon zijn, op een heel specifieke wijze.
Anneke Kaldewaij-Jansen is als maatschappelijk werkster verbonden aan de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk. Dit artikel is het derde in een serie van zes artikelen in het kader van het 20-jarig bestaan van de stichting. Aan de hand van het thema "twintig jaar christelijke hulpverlening" worden zo de medewerkers alsmede het werk van de stichting aan u voorgesteld.
Anneke Kaldeway-Jansen, Houten