Post uit Rwanda

1990-05-11
  • Jaargang 34
  • nummer 10
Guaves
We hebben een grote tuin met bloemen erin. Een sinaasappelboom waar nu een heleboel kleine groene sinaasappeltjes in zitten, die we eten als ze geel worden. We hebben ook bananebomen. Daar groeit één keer een grote tros bananen in, dan gaat hij dood. Er groeit altijd weer een kleintje naast. Er zijn verscheidene avocadobomen. Eén van die bomen zit nu vol vruchten. 'Plof' hoor je elke keer. Dan is er weer een dikke avocado uit de hoge boom gevallen. We eten ze zo, met een beetje zout, of in een slaatje met tomaat en ui. Lekker!
Voor het huis staan een paar guavebomen.
Je kunt ze goed zien vanaf de straat. Weten jullie wat een guave is? Dat wisten wij ook niet voor we hier kwamen. Het is een ronde vrucht, ongeveer zo groot als een ei als hij rijp is. Hij zit helemaal vol met kleine harde pitjes. Net als sinaasappels zijn guaves groen voor ze rijp zijn en worden langzaam geel.
Jonathan, Matthijs en Gersom vinden guaves heerlijk, ook als ze niet rijp zijn. Maar niet alleen zij. Heel vaak komen er kinderen voor ons tuinhek. "Mogen we guaves?" vragen ze. "Vooruit," zeg ik, "klim maar in de boom". Dat kunnen ze goed! Ik sta erbij en roep maar steeds: "Pas op, val niet hoor", want de takken zijn niet erg sterk. Het regent guaves, want ze gooien alles naar beneden en rapen ze later bij elkaar. Daar komt Gersom aan.
"Niet alles!" roept hij boos. "Ze mogen niet al onze guaves mamma, ik vind ze ook lekker". "Gersom ... er groeien zo weer nieuwe en jij krijgt nog zoveel ander eten. Die jongetjes die op de koeien passen eten de hele dag niks, alleen deze guaves.
Begrijp je dat?" Gersom kijkt toch wel een beetje sneu.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief