Boekbespreking

1990-05-11
  • Jaargang 34
  • nummer 10
Informatieboekje 1990
Onlangs verscheen bij uitgeverij Buijten en Schipperheijn te Amsterdam het nieuwe informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde kerken. Ook dit keer was de redaktie van dit boekje in handen van ds. K.H. de Groot uit Bunschoten-Spakenburg.
Evenals voorgaande jaren hebben uitgeverij en redakteur zorg gedragen voor een keurig verzorgde uitgave, waarmee menigeen in en rondom onze kerken goed uit de voeten kan. De belangrijkste gegevens betreffende de plaatselijke kerken en ons landelijk verband zijn er in te vinden.
Natuurlijk blijft er altijd iets te wensen over: zo mis ik nog steeds een lijst van predikants-weduwen uit onze kerken. Daarom herhaal ik een eerder gedaan voorstel om hen een plaatsje te gunnen in het informatieboekje; zij leefden veelal in de schaduw van het ambt van hun mannen, laten we hen na het overlijden van hun mannen niet in de vergetelheid laten terechtkomen!

Het statistisch overzicht
De meeste belangstelling bij een boekje als dit gaat natuurlijk uit naar het statistisch en redaktioneel overzicht.
Uit de statistiek haal Ik dat het totaal zielental van onze kerken met 64 is afgenomen en dat het totaal aantal belijdende leden met nagenoeg hetzelfde aantal is toegenomen.
Verder zie ik dat regio Kampen nog steeds de grootste regio en Zuid-Nederland nog steeds de kleinste regio is; de eerste telt 5400 en laatste 997 zielen: een wel erg groot verschil!
In de derde plaats noem ik hier het gegeven dat blijkens het overzicht op de bladzijden 148-149 het kerkelijk grensverkeer wat onze kerken betreft nogal duidelijk in ons nadeel uitvalt: 518 vertrokken naar andere kerken, terwijl er maar 383 overkwamen uit andere kerken. En dat verschil is blijkens het overzicht op blz. 150 groter dan de voorgaande jaren.
Wat uit dit overzicht ook blijkt is dat dit grensverkeer met name de Geref. Kerken in Nederland geldt: 150 leden kwamen uit en 147 leden vertrokken naar deze kerken. En dat valt dan in versterkte mate op bij de ingekomen (oudere) belijdende leden én bij de vertrokken (jongere) doopleden: van de ingekomen belijdende leden kwamen 103 van de 228 uit de Geref. Kerken, en van de vertrokken doopleden gingen 60 van de 190 naar deze kerken. Vergeleken met de andere kerken zijn dat opvallende cijfers in deze staatjes. Een verontrustend teken!

Overigens: het kopje boven de onderste twee staatjes op de bladzijden 148/149 is niet juist; het gaat daar niet om leden die zijn ingekomen uit, maar vertrokken nààr andere kerken.

Het jaaroverzicht
Het jaaroverzicht van ds. de Groot geeft een goed beeld van onze kerken.
Ons kerkelijk leven wordt geschetst tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de wereld rondom ons; zowel de ontwikkelingen in het binnenland als die in het buitenland krijgen aandacht. En met recht!
Hier en daar geeft de redakteur Zijn eigen bescheiden mening en nodigt daardoor uit tot een reaktie. In ieder geval riepen sommige opmerkingen bij mij wel vragen op.

De tweede kerkdienst
Zo heb ik o.a. vragen bij hetgeen de Groot op blz. 153 schrijft over de tweede kerkdienst. Tegen de achtergrond van het besluit van de synode van de Geret. Kerken om de tweede kerkdienst niet meer verplicht te stellen, zegt de Groot dat de tweede kerkdienst niet vervangen kan worden door welke aktiviteit dan ook.
Pogingen in die richting worden nogal radikaal afgewezen: "Door dit atles krijgen gemeente en ambt een heel andere plaats en functie, maar niet volgens de doorgaande lijn van de Schrift". Ik vraag mij af of hier hetgeen in de geschiedenis is gegroeid niet voor heilig verklaard wordt? Ik denk in dit verband bv. aan het slot Et. 4:1-16. De apostel Paulus eindigt dat gedeelte met de opmerking dat de gemeente zichzelf heeft op te bouwen in de liefde; daar is het ambt opvallend genoeg uit het gezichtsveld verdwenen! In ieder geval ben ik in deze zaak minder zeker dan de Groot.

Beroepingswerk
Over het beroepingswerk maakt de Groot een behartigenswaardige opmerking. Hij hoopt dat het tegenwoordig voorkomende verschijnsel van een vroegtijdig kontakt tussen vakante gemeenten en kandidaten voor hun beroepbaarstelling spoedig zal verdwijnen. Aldus wordt het (informele) roepen en (officiële) beroepen te zeer van elkaar gescheiden.
Ik stem hier graag mee in. Maar, zo vraag ik me tegelijkertijd af, wat is er nu mooier dan een roeping zonder om een beroep gevraagd te hebben middels de aanvrage van een kerkelijk examen om beroepbaar gesteld te mogen worden? Mij dunkt: de kritiek moet zich niet richten op een eventueel vroegtijdig kontakt, maar vooral op de mogelijke uitholling van de kerkelijke examens door daadwerkelijk alvast een voorschot te nemen op de goede afloop van deze examens, bv. door al te verhuizen naar een vakante gemeente voordat men beroepbaar is gesteld of tot het ambt van predikant is toegelaten!

Gereformeerde kerken
Tenslotte valt het mij op dat de Groot in zijn jaaroverzicht wel aandacht besteedt aan het besluit van de synode van de Geref. Kerken om de tweede kerkdienst niet meer te verplichten maar geen enkel woord wijdt aan de uitspraak van de Geref. Synode van Almere met betrekking tot de Vrijmaking. Wat men ook van deze uitspraak vindt: zij had toch zeker niet ongenoemd mogen blijven.
Het is toch waarlijk niet niets als kerken middels hun Generale Synode schuld belijden ten aanzien van hetgeen in de jaren van de Vrijmaking van synodewege is besloten en gedaan! Mij dunkt: onze kerken mogen een dergelijke belijdenis niet voor kennisgeving aannemen, laat staan: ongenoemd laten!

Voortgaand gesprek
Ik besluit met een gedeelte uit het slot van het jaaroverzicht te citeren.
De Groot spreekt aan het einde van zijn overzicht over de onderlinge verschillen, die o.a. blijken doordat sommige gemeente vrouwelijke ambtsdragers toelaten. Hij zegt dan: "We mogen elkaar niet loslaten. Wel mogen we verwachten, dat gemeenten en gemeenteleden zich openstelle'n voor het voortgaande gesprek.
Dan zal duidelijk worden, waarom men dit wil en of daarvoor goede gronden zijn aan te voeren. Het wordt anders, wanneer men duidelijk afdwaalt van Gods Woord of van de belijdenis. Het is echter de vraag, of dit het geval is in genoemde zaken, ook al kun je daar ernstig bezwaar tegen hebben. Vooral de Gereformeerden moeten het vaak nog leren om broederlijk met elkaar omte gaan en elkaar vast te houden.
Aan de andere kant mogen we elkaar niet de onbeperkte ruimte geven.
Het gevolg is dan verwijdering, groepsvorming en dergelijke. Daar zijn de Gereformeerden ook niet altijd aan ontkomen. Het luistert hier nauw!" Goede en behartigenswaardige woorden.

Zoals gezegd: het informatieboekje is verschenen bij Buijten en Schipperheijn te Amsterdam; verder: het telt 216 bladzijden en kost f. 14,25.
Moge het zijn weg vinden in en rondom onze kerken.

-------------------------------------------

J. Meulink

Gedenkt uw voorgangers
Joh. de Haas.
Uitg. Vijlbrief, Haarlem

Najaar 1989 verschenen de delen 4 en 5 van de serie 'Gedenkt uw voorgangers'.
De eerste drie delen kwamen in 1984 uit. Daarmee is deze serie compleet. Dit werk bevat biografische bijzonderheden van alle predikanten, die gediend hebben in de kerken in Nederland en Duitsland, voortgekomen uit de Afscheiding van 1834.
Bij de samenstelling is getracht zoveel mqgelijk mensen te laten spreken, die degenen, wier biografieën gegeven worden, persoonlijk hebben gekend. De heer J. de Haas heeft er tientallen jaren aan gewerkt om alles te verzamelen en te ordenen.
De eerte drie delen betreffen de tijd van 1834-1945. De laatste delen de jaren 1945 tot 1986.
Voor zover ik kan nagaan is het met grote nauwkeurigheid geschied.
Over mijn grootvader ds. J. Meulink las ik zelfs gegevens die mij niet bekend waren.
Met deze serie is het gemakkelijk om iets te weten te komen over de levensloop van de predikanten van de Gereformeerde Gezindte (buiten de Ned. Herv. Kerk).
Deze boeken zijn ook een goede bron voor de kerkgeschiedenis uit deze tijd.
De delen 4 en 5 tellen resp. 360 en 420 blz. De prijs bedraagt f 34,50.
Hartelijk aanbevolen aan de belangstellende lezers.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief