Een gouden omlijsting...
1992-07-31
Een contrast - Jaargang 36
- nummer 16
Wanneer je een kunstenaar zou vragen om zijn gevoelens en gedachten, die door het lezen van Handelingen 12 bij hem opgekomen zijn, te uiten op zijn schilderdoek, dan kon dat wel eens een doek worden met fel contrasterende kleuren.
Lichte, bevrijdende kleuren op de voorgrond. Donkere, beklemmende kleuren op de achtergrond.
Het lichte en bevrijdende op de voorgrond. Inderdaad: de bevrijding van Petrus springt in dit hoofdstuk het meest in het oog. Petrus, die door Herodes gevangen genomen is, wordt bevrijd uit de zwaar bewaakte gevangenis.
Eén engel van de Heer kan dat onmogelijke werk wel klaren!
Als het moet gaat alles opzij voor de Here. Hij regeert met vaste hand...
En wanneer we verder lezen ontdekken we, dat zijn hand niet alleen réddend, maar ook stráffend kan ingrijpen.
In het leven van de hoogmoedige Herodes namelijk.
Herodes laat zich ophemelen door de burgers van Tyrus en Sidon. Ze moeten hem wel te vriend houden: ze zijn voor hun brood afhankelijk van Palestina en Herodes en daarom scanderen ze, nadat Herodes een toespraak gehouden heeft: "de stem van een god en niet van een mens!" En Herodus láát zich verafgoden.
"En terstond sloeg hem een engel des Heren, omdat hij God niet de eer gaf ... "
Ook nu hoeft er maar één engel van de Heer aan te pas komen om de straf te voltrekken!
De Heer regeert. De rol van god Herodes op het politieke toneel is uitgespeeld. Josefus zegt, dat hij door pijnen in het onderlichaam binnen 5 dagen stierf.
Het scherpste contrast
Je zou kunnen zeggen, dat de dood van Herodes een contrast vormt met de bevrijding van Petrus ..., (Gods bestraffende hand t.o. zijn redende hand), maar dat is niet de scherpste tegenstelling in dit hoofdstuk ..
Want de bestraffing van Herodes en de redding van Petrus verkondigen toch één en dezelfde boodschap: GOD regeert, met vaste hand... Nee, het zijn de alleréérste verzen van dit hoofdstuk, die heel donker afsteken tegen die twee gebeurtenissen daarna... "Herodes sloeg de hand aan sommigen van de gemeente om hun kwaad te doen. En hij liet Jakobus, de broer van Johannes, ter dood brengen met het zwaard".
Voor Jakobus is geen engel uit de hemel gekomen om hem te bevrijden of om Herodes tijdig een halt toe te roepen ...
Petrus komt vrij. Jakobus niet. Hij vindt de marteldood.
De gemeente zal evengoed voor Jakobus gebeden en gesmeekt hebben.
In hun ogen was zijn taak nog niet klaar en was hij onmisbaar voor de gemeente .. Jakobus één van de twaalf; naast Petrus en zijn broer Johannes zelfs één van de drie meest vertrouwde discipelen van Jezus en ooggetuige van vele tekenen. Zijn dood betekent een zeer gevoelig verlies voor Gods Koninkrijk. Waarom Petrus wel bevrijd? En Jakobus niet?
Daar krijgen we geen antwoord op. Waarom het ene kind van God midden in het leven, of nog voor zijn of haar bloei weggenomen en het andere kind van God wordt wel bevrijd, wordt wel genezen ..?
En toch ...
Ook al kunnen we lang niet alles begrijpen en zingen we wel eens met toegeknepen keel: "Wegen Gods, hoe duister zijt gij ...", we kunnen Hem wel vertrouwen.
Hij is de Heer, die zijn gemeente niet ontgoocheld en ontredderd en zonder enig uitzicht achterlaat...
De Here Jezus heeft zijn gemeente immers voorbereid op deze dingen: Weet wat jullie te wachten kan staan:
"Een slaaf staat niet boven zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen." (Joh. 15:20) En Christus heeft zijn discipelen uitzicht en houvast gegeven voor dat donkere en dreigende, toen Hij hen verzekerde: "Ik geef mijn schapen eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven ...en niemand kan iets roven uit de hand van mijn Vader" (Joh. 10) De apostel kan dan ook getuigen: ook al worden wij als slachtschapen gerekend ... vervolging en benauwdheid, het zwaard, de dood, niets, echt niets kan ons scheiden van de liefde van God en van de liefde van Christus.
En: "Indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking." (Rom. 8) Zo ontvangen we op veel plaatsen in de Schrift uitzicht en troost, ook als lang niet al onze vragen beantwoord worden..
Een begaanbare weg
Maar laten we terugkeren naar Handelingen 12. Want in dit gedeelte zelf geeft Lukas ons ook een verrassend uitzicht. We hoeven niet vast te lopen en stuk te lopen op onze 'waaroms.' Bij alle vragen blijft er voor Christus' gemeente toch een begaanbare weg. En neem dat heel letterlijk: de weg van Antiochië naar Jeruzalem ... Omstreeks die tijd sloeg Herodes de hand aan Jakobus, schrijft Lukas (vs.1) Omstreeks de tijd, dat Barnabas en Saulus op weg gingen van Antiochië naar Jeruzalem, om daar de opbrengst van de collecte af te dragen. De harten, handen en beurzen waren in Antiochië wijd opengegaan voor Jeruzalem, nadat Agabus door de Geest te kennen had gegeven, dat er een hongersnood zou komen.
(11:27-30) En... op het eind van Hand. 12 lezen we dan, dat Barnabas en Saulus terugkeerden uit Jeruzalem na hun liefdedienst te hebben volbracht. (vs.25) Dus.. Hand. 12 met zijn scherpe contrasttekening wordt omlijst door de liefdesdienst van Antiochië voor Jeruzalem! Hand. 12: God regeert met vaste hand, met bevrijdende en straffende hand.
Ja..., maar toch óók Herodes' kwade hand tegen Jakobus. En daar omheen: de helpende hand van Antiochië voor Jeruzalem. En let wel: Deze lijst om deze contrastschildering is van onschatbare waarde...!
Gods hand en mensenhand
Ondanks menig onbeantwoorde vraag zágen de christenen in Jeruzalem toch de hand van de Here, toen ze de ondersteuning van Antiochië uit Barriabas' en Saul us' hand ontvingen ... Een sterke hand die nooit mistast.
Oók niet als steunpilaar Jakobus door het zwaard wordt gedood. De Heer blijft met het heilig zwaard des Geestes (zijn Woord) strijden én overwinnen .. Tegen alle verdrukking in .."groeide het woord des Heren en verbreidde zich" (12:24) Zie maar: wat is de liefdedienst van Antiochië (12:25) een schitterende vrucht, gegroeid en gerijpt door de verkondiging van het woord des Heren!
Ook al regeren Horedessen met ijzeren vuist... Ook al verafgoden mensen hun medemensen en machten in deze wereld, omdat ze niet omhoog kijken, naar God in de hemel, maar in de waan leven dat hun hele hebben en houden van machten in deze wereld afhangt (Toen: Herodes; nu: machten van wetenschap en techniek, geld en economie)...
Ook al is zo'n liefdedienst in de ogen de wereld echt een randgebeuren een randverschijnsel dat er niet toe doet.. , Maar omstreeks de tijd, dat de burgers van Tyrus en Sidon de hielen likten van Herodes en hun broodheer verafgoodden, ging de gemeente van Jeruzalem op de knieën, om de Here te danken. Wij danken U, dat U ons leidt door uw hand en dat U die geopend hebt om ons te verzadigen met welbehagen. Wij loven U, dat u broeders en zusters in Antiochië (in de heidenwereld!) in het hart hebt gegeven om hun handen voor ons te openen en ons te helpen. Gods Koninkrijk breekt zich baan en komt verder!
En wij?
Kunnen wij er wat mee ..? Met dit randgebeuren van Hand. 12? Ja toch!? Wij hoeven niet te wachten op een
profetie van Agabus ...Wij hebben immers meer dan genoeg aan de kranteberichten en journaalbeelden uit alle hoeken van de wereld en aan de berichten van het zendingsveld en van de broederschap in Oost-Europa om hand en hart en beurs te
openen? ..Vanuit onze rijke positie kunnen we christenen en naasten in nood volop mogelijkheden geven om de Here te
danken voor de hand, die Hij in liefde naar hen heeft uitgestoken, in onze handreiking. Dan zullen zij, die ontvangen, en wij, die geven, samen weten, dat God regeert, hoe dan ook! Ook al blijven er brandende vragen onbeantwoord ..., als wij onze hand niet dichtknijpen, maar die openen, barmhartig en in trouw!, dan zullen wij én anderen bevestigd worden in het vertrouwen op de Here: Zijn hand is in de wereld(politiek), Zijn hand is wereldwijd uitgestrekt over zijn gemeente; Zijn hand is onder het leven van ieder van ons. Dan zullen we mogen ervaren dat het waar is, wat we zingen, ook al is het soms met een brok in de keel. Want God onze Heer die ons mild bestraalt als zon, beschermt als schild, (óók als we niet levend uit de gevangenis komen, ook als we in de verpleeginrichting moeten blijven) Hij zal ons in genade verhogen (door dood en graf heen) Zijn hand onthoudt het goede niet aan wie oprecht HEM hulde biedt (en zich niet neerbuigt voor mensen en machten van deze wereld, alsof ons leven daarvan afhangt) en eerlijk wandelt voor zijn ogen (door ook de weg naar de broeder en zuster, de naaste te gaan, die in nood is) HEER, die het al in handen houdt, welzalig die op U vertrouwt. (Ps.84:6)