"Laat heel de aard' een loflied wezen." (deel 2)
1990-05-25
Kunnen wij als christenen, als kerk in deze wereld het verlossende woord spreken? Vraagt God niet te veel van ons? Hier geeft het Nieuwe Testament ons het antwoord. Daar worden wij gewezen op Jezus Christus, de Zoon van God. Hij was volop "mens". In Jezus zien wij wat God met de mens bedoeld heeft. In die éne mens, Jezus Christus, wil de Here ons mens - zijn redden. Jezus wil ons de zin en het doel van het leven geven. Zijn genade doet ons weer beantwoorden aan het menszijn. Jezus herstelt de mislukte mens tot rentmeester van God, die een zegen mag en moet zijn voor de wereld. Vanuit dit Evangelie, zullen wij er aan mee moeten werken dat de aarde, Gods aarde, beter bewoonbaar en leefbaar wordt, dat levensgeluk en welvaart toenemen, ook van achtergebleven gebieden.- Jaargang 34
- nummer 11
Als christenen zullen we vooraan staan als het er om gaat, dat we daar zelf een stap voor terug moeten doen en daar zelf voor moeten inleveren.
Christen-zijn in deze wereld vraagt elke keer opnieuw van ons, dat we vooraan staan, als het gaat om antwoorden en oplossingen te zoeken op vragen, die in onze tijd op ons af komen. Martin Luther King heeft eens gezegd, dat veel christenen meer op een thermometer dan op een thermostaat lijken. Het beeld is duidelijk. Een thermometer geeft de temperatuur aan, verder gebeurt er niets. Een thermostaat reageert ook op die temperatuur. Als de kamertemperatuur te hoog of te laag is dan gebeurt er wat. Een thermostaat legt zich niet neer bij het feit, maar verandert de te hoge of te lage temperatuur.
Nu: de Here vraagt van ons, dat we als een thermostaat reageren op de temperatuur van de samenleving.
Wat is nu de taak van de kerk in dit opzicht? Wat vraagt de Here van ons, als leden van Zijn Kerk?
Nu: aan de kerk is de opdracht gegeven om het Woord van God in deze wereld te verkondigen. En het Woord van God heeft ook een boodschap voor ons samenleven in de maatschappij.
De kerk moet laten zien, dat het ook vandaag de moeite waard is om te leven naar Gods geboden; dat het de samenleving ten goede komt, wanneer het Evangelie Zijn stempel zet op de maatschappij.
De kerk zal haar leden moeten stimuleren om in de politiek aktief te zijn. Zij zal in prediking, catechese en pastoraat ook aandacht moeten geven aan de vragen die vandaag aan de orde zijn en die vragen zijn niet gering. De wereld problemen zijn beslissend voor ons handelen.
Heel onze welvaart is gebaseerd op een onrechtvaardige verdeling van rijk en arm. Juist de kerk zal de normen van Gods Woord moeten aanleggen.
De kerk zal zich moeten onthouden van concrete politieke uitspraken.
Dat is niet de taak van de kerk, maar van de politiek. Maar christen-politici mogen van de kerk verwachten, dat zij vanuit de kerk gevoed worden om als christen in de politiek werkzaam te zijn. En christen-politici moeten zich willen laten voeden vanuit de kerk.
De kerk zal zelf in haar werk een voorbeeld moeten zijn en zij dient ook in dit opzicht een stad op een berg te zijn. In Duitsland hebben kritische meubelmakers teleurgesteld gereageerd op het besluit van hun kerk om biechtstoelen te laten maken van tropisch Limbahout.
Terwijl de Bundesbahn geen tropisch hout meer gebruikt voor treinstellen, doet de kerk het wel, alleen omdat het mooi is. Is het in onze tijd verantwoord om peperdure kerkgebouwen te bouwen, terwijl het geld zoveel beter kan worden gebruikt?
Kunnen we in ons kerkelijk werk niet bezuinigen op reiskosten, waarbij geld vrijkomt voor andere doeleinden, en waardoor we meewerken aan het goed beheer van het milieu?
Zijn wij in ons persoonlijk - en gezinsleven bereid om verantwoord om te gaan met Gods eigendom?
Zijn we milieu bewust bij onze inkopen?
Willen wij luisteren naar Gods aanwijzingen in de Schrift als het gaat om de besteding van ons geld?
Vaak wordt gevraagd: wat zet dit nu voor zoden aan de dijk in de grote wereldproblematiek? Maar dit vind ik geen relevante vraag. De kerk zal, hoe klein ook, een voorbeeld, een teken van hoop mogen zijn. Onze boodschap is alleen dan geloofwaardig als we zelf ernst maken met deze boodschap.
Wat zou het goed zijn als in onze gemeenten groepen, kringen van mensen ontstaan, die zien samen bezinnen rond de schrift op de vragen rondom verantwoord rentmeesterschap en die anderen adviseren en motiveren.
Ik wil besluiten met de vraag, die velen stellen: wanneer wij zó sterk met het samenleven in deze wereld bezig zijn, zijn wij dan niet gelijk aan hen die denken dat het paradijs op deze aarde te verwezenlijken is?
Wordt de kerk dan niet een aktie groep, die al het heil van deze wereld en van de menselijke aktiviteit verwacht?
En is het niet om moedeloos te worden om te zien, hoe weinig de mens aan de problemen kan veranderen?
Is het geen water naar de zee dragen?
Daarop wil ik zeggen: de kerk moet de grootste illusie aller tijden aan de kaak stellen, dat het Koninkrijk der Hemelen tot stand zou komen als praktisch resultaat van ons handelen.
De Bijbel laat daarover geen· misverstand bestaan: het nieuwe Jeruzalem zal uit de Hemel neerdalen.
Het zal een Goddelijk initiatief zijn. Maar het betekent niet dat ons handelen hier van geen betekenis is.
In het boek Openbaringen lezen we van het Nieuwe Jeruzalem: de eer en de heerlijk der volkeren zullen in haar gebracht worden. Luther moet hebben gezegd: als ik zou weten, dat Jezus morgen terugkomt, dan ga ik vandaag mijn tuin nog harken, die moet er netjes uitzien. Bijbels rentmeesterschap bevrijdt van kramp.
Bijbels rentmeesterschap is gehoorzaam aan Gods normen en richtlijnen, in de kracht van Jezus, uit dankbaarheid bezig zijn met deze aarde, die ons ter bewoning gegeven is, totdat Hij komt.
"Laat heel de aard' een loflied wezen".
Maar met dat lied moeten wij beginnen.
U in uw klein hoekje en ik in 't mijn. Geve onze God, dat ons lied anderen er toe brengt om dit lied mee te zingen, zodat het één groot koor wordt!