Pastorale notitie

1990-06-08
  • Jaargang 34
  • nummer 12
Bekering
Ik wilde iets vrolijks zeggen van de tijd, die wij beleven. Dat lijkt mij een aardig binnenkomertje, want zoiets hoor je niet vaak.
Je kunt natuurlijk van deze tijd zeggen dat het een boze tijd is, hoewel de tijd nooit een boze tijd is op de manier waarop het slecht weer kan zijn. De tijd zelf is nooit boos. De mensen van een bepaalde tijd kunnen dat wel zijn.
Wij leven nu in het ik-tijdperk, zegt men. Wie de eerste was die dat ontdekte weet ik niet. Ik heb het ook maar uit preken en kranten.
Zelf vind ik dat Luther het scherper formuleerde toen hij zei dat de mens is 'incurvatus in se', dat is toegekromd naar zichzelf. In deze tijd is hij dat dan misschien meer dan ooit.
Toch roept de boosheid van nu ook iets anders op. Ik heb dat in dit hoekje al eerder geschreven, meer hetzelfde tot u te zeggen is voor mij niet verdrietig. Het zijn niet uitsluitend de christenen die verontrust zijn over de boosheid. Er zijn ook veel niet-christenen, die zich door hun levensstijl schijnen te willen distantiëren van de anderen. Ze zijn betrouwbaar, vriendelijk, behulpzaam, eerlijk, gastvrij en noem maar op. Ik wil wel aannemen dat dit verschijnsel eerder opvalt aan de rand van een drents dorp in een nette laan met nette mensen dan in het centrum van een grote stad, waar het slechte je toeschreeuwt, maar het is er toch. Een slag mensen, niet-christenen waarvan je het niet gemakkelijk zult winnen als je vooraan wilt staan in goede werken.
Nu weet ik wel dat het evangelie nooit naar de mens is. Ook niet naar de aardige mens van nu. Ik weet dat het evangelie een dwaasheid en een ergernis is en dat blijft. Maar zou nu toch de bocht van de bekering voor deze mensen niet iets minder scherp kunnen zijn? Op die gedachte kwam ik door het merkwaardige gegeven dat van de twaalf leerlingen van onze Heer alleen Simon een andere naam kreeg.
Johannes blijft Johannes en Jacobus blijft Jacobus, maar Simon wordt Petrus. En een nieuwe naam betekent toch zoiets als een totaal ander program voor je leven. Je wordt op een ander spoor gezet met een andere bestemming en een ander gaat je gorden. Zou de Meester nu niet bedoeld hebben: Simon, meer dan voor de anderen geldt voor jou dat je leven door de ontmoeting met Mij radicaal overhoop gegooid wordt.
Het evangelie van het Koninkrijk dat toch al niet naar de mens is zal botsen op dat merkwaardig dwarse in jouw karakter.
Iemand zei van zijn overleden vrouw: "Mijn vrouw had een aangeboren naastenliefde. Die lieve manier waarop zij met mensen praatte, onverschillig wie". Voor deze vrouw moet de bocht van de dagelijkse bekering minder scherp geweest zijn dan voor vele anderen. Wanneer je dat nu ook mag vermoeden voor een aantal niet-christenen vind ik dat een verblijdend verschijnsel.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief