Pastorale notitie

1990-06-22
  • Jaargang 34
  • nummer 13
Over boeken en zeehondjes
Er hangt ons een verhuizing boven het hoofd. Nou nee: er staat ons een verhuizing te wachten. Die eerste zin klonk te somber. Dat komt doordat het de laatste weken met kracht tot ons doordringt wat we allemaal achterlaten. Hoe blij we ook zijn met de nieuwe woonplaats en de nieuwe behuizing. Maar we verlaten een prachtig Drents dorp dat volgens mijn vrouw dit jaar veel en veel mooier is dan voorgaande jaren en ook gezelliger. Een fijn huis met een mooie tuin die ook veel uitbundiger btoeit dan ooit. En we laten lieve vrienden achter, die volgens ons de laatste tijd nog weer hartelijker zijn dan ze al waren, alsof ze goed tot ons door willen laten dringen wat we gaan doen.
Ja en dan: de boeken.
Mijn boekerij is al sterk uitgedund bij mijn emeritering, maar een verhuizing is dè gelegenheid om eens na te gaan wat er weg kan, want we gaan niet groter wonen.
Maar daHrarwei is veel pijnlijker dan ik mij had voorgesteld. Boudewijn Büch schreef onlangs dat je in Nederland beter zeehondje kunt zijn dan boek. Maar dat slaat in geen geval op mijn boeken want die worden met evenveel zorg en liefde omringd als aangespoelde zeehondjes door mevrouw 't Hart in Pieterburen.
Een paar dagen geleden zou ik er eens even een begin mee maken. Ik vatte om tien uur het werk aan. Na de krant en de eerste koffie. Aan mijn leeftijd zijn ook aanzienlijke voorrechten verbonden.
Toen mijn vrouw mij riep voor het eten was ik net klaar met de eerste plank van 80 cm. Als u nu weet dat ik in elk geval nog zo'n 50 meter boeken heb, kunt u uitrekenen dat dit niet kan. Hoe dat komt? Wel: ik kàn het niet laten, ik ga lezen.
Ik neem een boek ter hand, sla het open en ik ben verkocht. En ik ontdek dat het niet weg kan.
AI lezend merk ik hoeveel ik ben vergeten en hoeveel dingen ik destijds toch niet goed heb gelezen en hoeveel dingen die thans gezegd worden vroeger ook gezegd zijn en vaak beter. Ik merk dat zelfs de ketterijen van nu niet zijn wat zij vroeger waren. De oude waren als ketterij veel beter. Moeilijker te doorzien. Het dringt ook tot mij door hoezeer wij op de schouders van een: voorgaande generatie staan.
En nu ben ik bezig er mijn vrouw op voor te bereiden dat er op een plank met uitzonderingen na niets weg gaat. Alles gaat mee. En dan ga ik in de toekomst nog eens op herhaling in boeken die ik jaren geleden al gelezen heb. Niet om dan terug te keren naar het oude, maar ik heb als jongen al ontdekt dat je veel verder kijkt als je bij je vader op z'n schouders zit. Ik ga mij dus nog eens stevig op de schouders der vaderen zetelen. En dan zijn er nog boeken die mee mogen uit louter piëteit.
Zoals de drie kerkboeken die op de plank met bijbelvertalingen naast elkaar staan. Met kale ruggetjes en gerafelde randen en losse blaadjes.
Versleten op preekstoelen en catechisatielokalen, op huisbezoeken en vergaderingen. Ik heb wel eens gehoord dat lutherse christenen nooit een oude bijbel weggooien. Wel schijnen sommigen die te begraven.
Uit eerbied voor de bijbel. Maar ik laat ze deel uitmaken van mijn boekenschat en af en toe aai ik ze nog eens over de versleten en verkleurde ruggetjes. Je laat ze toch niet het lot van oud papier delen!
Een goede vriend, die vroeger veehouder was, vertelde mij eens dat hij wel eens koeien die al lang geen melk meer gaven een plaatsje in de stal gunde omdat hij er niet toe kon komen, ze naar het slachthuis te laten gaan. En laat Boudewijn Büch het bovenstaande maar eens lezen.
Maar dat zal wel niet.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief