Geen tradities... en dan?
1989-01-06
In overleg met het organiserend comité sprak ik in september 1988 voor de Vrouwencontactdag over het onderwerp "Geen tradities... en dan?". Bij een enquête waren verschillende thema's tevoorschijn gekomen, die met de rol van de traditie te maken hebben. Het heeft niet zo heel veel zin om te filosoferen over de vraag of wij als Nederlands Gereformeerde Kerken erg traditioneel zijn, ja of nee. Ieder heeft daar zo zijn eigen gedachten over.- Jaargang 33
- nummer 1
Maar een gebeurtenis uit de praktijk wil ik u toch doorgeven. Als een onderwijzeres uit onze kring gaat solliciteren op een Protestants Christelijke school, dan krijgt ze wel eens een fronsende blik: "Nederlands Gereformeerd, is dat niet net zoiets als Vrijgemaakt?". Men is bang om een fundamentalistische leerkracht in huis te krijgen, want wie weet wat voor ellende je er mee kunt krijgen: over christelijke identiteit, over bijbels onderwijs enz. Maar als diezelfde onderwijzeres solliciteert op een reformatorische school, dan is men wel eens beducht: "zou ze wel passen in onze kring? Zou ze zich wel weten aan te passen aan de gewoonten die bij ons gangbaar zijn?". Buitenstaanders associëren Nederlands Gereformeerden niet met traditionele kleding, taalgebruik en gedrag.
Maar ook niet met de brede oecumene en moderne theologie.
Niet echt een handige positie op de arbeidsmarkt trouwens, maar dat terzijde.
En dan...?
Zo bezien is het eerste deel van de titel wel duidelijk: geen tradities. De een vindt dat dat al zo is en de ander meent dat daar nog heel wat aan dient te gebeuren. Maar het tweede deel van de titel duidt erop, dat we hiermee toch nog niet klaar zijn. Het is niet het hele verhaal, 3 want waar houden we ons dan wél aan? Wat zijn voor onszelf normen en waarden om aan vast te houden en wat dragen we over aan onze kinderen? Vooral die vraag werd veel gesteld. Als je ziet dat je kinderen er andere normen op nahouden, dan wil je niet alleen zeggen: "zo hoort dat niet". Maar wat blijft er over? En dat niet alleen als vraag aan je kinderen, maar dat blijkt dan ook jezelf te raken. Wat is er echt? Waar stá je voor? Jn die richting gaat het in dit artikel.
Dan wil ik het eerst hebben over het woord "traditie". Wat is daar nu eigenlijk mis mee? Waarom zeggen we "geen tradities"?
Intuïtief zoeken we het in deze richting: traditie is alleen maar de buitenkant. Tradities zijn een beetje stoffig. Daarom willen we ons niet zomaar aan de traditie houden.
Bovendien hebben tradities het nadeel dat er doorheen geprikt wordt, vooral door jongeren. Ze hebben uiteindelijk geen gezag.
Tradities in de Bijbel
Zo voelen we het intuïtief aan. Maar nu wil ik daar de Bijbel bij openslaan.
Wat kunnen we hier uit de Bijbel over leren? Wel, het woord traditie zult u er niet in vinden, althans in onze vertaling. Maar wel het woord overlevering en dat is zakelijk precies hetzelfde. En woorden als doorgeven en toevertrouwen duiden hier ook op. En nu hoef je maar even een concordantie op te slaan bij het woord "overlevering"
om te zien: het wordt zowel in goede als in slechte betekenis gebruikt. Van elk een voorbeeld.
In Filip. 4:9 vinden we: "Wat u geleerd en overgeleverd is, .wat gij van mij gehoord en gezien hebt, brengt dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn". Het is duidelijk: hier wordt het woord "overlevering" positief gebruikt.
In I Petrus 1: 18 zegt Petrus "dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de .
vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus".
Daar vinden we het woord "overlevering"
ook, maar dan heel negatief.
De ijdele wandel, die u is overgeleverd.
Overlevering der ouden
Nu gaan we dat negatieve wat nader onderzoeken, aan de hand van een andere tekst, namelijk Marcus 7: 1-13. Die geschiedenis behelst een conflict tussen Jezus en de Farizeeën over de rituele manier van handen wassen. De Farizeeën zaten te wachten op een aanleiding om de Here Jezus ergens op te pakken. En ze vonden er ook een. Want bij een maaltijd gingen de discipelen zomaar aan tafel zonder hun handen ritueel te wassen.' Zonder er op een bepaalde manier water langs te gieten om zich daarmee te reinigen van de wereld. Dat hoorde wèl te gebeuren, volgens de overlevering der ouden.
En als de Farizeeën Jezus daarop aanspreken, en zeggen: "Waarom houden uw discipelen de overlevering der ouden niet?", dan wordt Jezus zö toornig! Want daar zit het hem helemaal niet in. En Hij zegt: "Gij maakt door uw overlevering het woord van God krachteloos!"
De overlevering verdringt het woord van God...
Nu is een probleem bij deze tekst, dat wij de Farizeeën eigenlijk bij voorbaat al slecht vinden. Het verbaast ons geen ogenblik dat Jezus hen verwijten maakt. Maar vergis u niet. ZÓ slecht waren de Farizeeën nu ook weer niet! Ze kwamen op voor het geestelijk heil van Israël. Voor waarden en normen en voor de bescherming van Gods gebod. Terwille van die bescherming hielden ze zich aan de tradities. En daar was best aanleiding toe. En toch wijst Jezus hen af. Waarom?
Ik denk om twee redenen. In de eerste plaats omdat bij hen de tradities gaan heersen over het woord van God. En in de tweede plaats omdat ze de omgang met God in de weg staan.
De tradities gaan heersen over het woord van God. Daar heeft Jezus in dit geval wel een heel kras voorbeeld van laten zien: "Gij verwaarloost het woord Gods en houdt u aan de overlevering der mensen". Daar bedoelt Hij mee, dat men het toelaatbaar vond om je ouders financieel in de steek te laten als je officieel uitsprak, dat je het uitgespaarde geld aan de tempel wijdde. God vraagt in zijn woord dat we onze ouders eren.
Daar hoorde ook bij dat je hen onderhield (er was natuurlijk geen oudedagsvoorziening in die tijd).
Maar er was een kwalijke traditie, die stelde dat je in plaats daarvan mocht zeggen: "het is korban, dat is offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken". Hier geldt het eerste bezwaar tegen bepaalde tradities: als ze gaan heersen over het woord van God. Dat is uiteraard helemaal mis.
De omgang met God
Het tweede bezwaar tegen de rol van de traditie bij de Farizeeën is dit: tradities staan de omgang met God in de weg. Ook als het op zichzelf goede regels waren, dan nog vervingen ze de omgang met God. Jezus prikte daar in zijn prediking doorheen, door de mensen te leren dat ze bij hun doen en laten tegenover de Vader staan en niet tegenover mensen. In de Bergrede is dat het hoofdmotief in alles wat Jezus zegt: de aandacht te vestigen op "uw Vader, die in het verborgene ziet". En de mensen stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hun heel anders dan de schriftgeleerden (Mat. 7:29).
De schriftgeleerden en Farizeeën wisten wel veel te zeggen over de omgang met God, maar het was alles uiterlijk. Ik stel me zo voor, dat ze aanvankelijk wel geweten hebben dat het slechts regels van mensen waren. Het was alleen een hulpje om de dienst des Heren te beschermen. Een muur van veiligheid om de geboden van God heen. Maar het werd zo'n mooi systeem, dat de mensen in Jezus' tijd alleen nog maar gewend waren elkaar en zichzelf te beoordelen op die uiterlijkheden. Dat geeft ook meer houvast. Dat is veel eenvoudiger dan dat de HERE ons vraagt om Hem lief te hebben, met ons hele hart. Om in Hem te geloven, Hem in alles te vertrouwen.
En zo kwam het zover, dat de regels het kennen van God gingen vervangen. Jezus moest ervan zeggen: "Gij hebt de sleutel der kennis weggenomen" (Lukas 11:52). Dat betekent: de weg om de Here echt te kennen zat op slot: De èchte omgang met Hem, die niet te vervangen is door regeltjes, was afgesloten. En daarom kwam Jezus de mensen leren: God in de hemel is uw Vàder! Hem mag u vertrouwen, en bij al uw daden gaat het niet om de vraag wat mèn ervan vindt maar wat Hij ervan vindt.
Schadelijke gewoonten
Nu lezen we deze geschiedenis, en dan zet ik de vraag ernaast: zijn er ook bij ons zulke schadelijke tradities? Gewoonten die ons hinderen in de omgang met God?
Psalm 139 gaat ons erin voor om te bidden: "zie, of bij mij een heilloze weg is, en leid mij op de eeuwige weg".
En dan denk ik, dat een van de kwalijkste gewoonten onder ons is de gewoonte (traditie!) om niet te praten over je geloof en de betekenis ervan. Om het geloof als zo iets intiems te beschouwen, dat je er niet over praat. Het is er wel, althans dat moeten we aannemen, maar je praat er niet over. Dat is de dood voor onze eigen omgang met .Hem. Het is ook de dood voor de overdracht aan jongeren. Als ze ervan uit moeten gaan, dat de omgang met God... vanzelf spreekt.
Het spreek niet vanzelf. Wij moeten er van spreken! Vergelijk bijvoorbeeld dit woord van de apostel: "met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis" (Romeinen 10:10). Wat je met je hart gelooft, drijft ertoe om er met de mond over te spreken. Jezus heeft daarop ook het oog als Hij zegt: "Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien"
(Johannes 7: 38). Dat wij laten merken waarom de vertrouwelijke omgang met God zó belangrijk voor ons is, dat is meer waard dan zeven preken.
Daarover trouwens ook iets. Zit er ook niet een stuk kwalijke traditie in de manier waarop wij terugkomen uit de kerk? Kijkt u zelf maar of u het verschijnsel herkent: de kerkdienst is afgelopen, en on~rweg naar huis weet de een al op te merken "dat die en die er zo gek uit zag vandaag" . .Een volgende weet te melden, dat de dominee het weer mooi wist te zeggen, maar er viel niet veel aan vast te knopen.
En dan nog een die zegt: "het is allemaal wel waar, maar ik wist het al lang". Wel, ik hoop dat dit een karikatuur is. Maar hebben we echt allemaal wel eens nagedacht wat
de uitwerking van onze reactie na .de kerkdienst is?
Nu nog een traditie. En dan een die eigenlijk heel goed is, maar die toch tot een gevaar kan worden. Ik bedoel onze zondagsindeling. Het is een
prima gewoonte om 's ochtends en 's middags de kerkdienst te' bezoeken en tussendoor keurig thuis te zijn. Maar als je elkaar daaraan gaat afmeten, en als dáár uit moet blijken dat je een kind van God bent, dan zit het mis.
Zeker als je tegen je kinderen zegt: "Wat je zaterdagavond doet moet je zelf weten, als je zondagochtend maar in de kerk zit", punt. Dan vervangt de uiterlijke regel het gesprek met je kinderen en zeker de band met God. Dan heb je een goede gewoonte, die niettemin de echte band met God vervangt.
Houdt u aan de overleveringen
Nu over het goede gebruik van tradities. We vinden er talloze voorbeelden van in de Bijbel. In woorden als "staat vast en houdt u aan de overleveringen, die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk geleerd zijn" (11Thes. 2:15).
Of "wat u geleerd en overgeleverd is, (...) brengt dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn"
(Filip. 4:9). Maar ik wijs nu met name op 11Timotheüs 1, waar we een voorbeeld vinden van de geloofsoverdracht aan jongeren.
Paulus herinnert daar aan de wijze waarop Timotheüs heeft leren geloven van zijn moeder en grootmoeder.
Dat betekent overigens niet, dat het alleen een taak van de moeders zou zijn om het geloof over te dragen. We vinden in de Bijbel juist vaak de opdracht aan de vaders. Maar bij Timotheüs lag dat wat moeilijker. Hij was de zoon van een gelovige Joodse vrouw maar van een Griekse vader. En die vader heeft niet bepaald bijgedragen aan de gelovige opvoeding van die jongen. Paulus heeft op geestelijk gebied de rol van de vader overgenomen, en hij spreekt van "mijn kind Timotheus". Maar wat een zegenrijke invloed hebben moeder Eunice en grootmoeder Lóïs gehad! Daar wordt Timotheüs aan herinnerd: laat dat voor je leven, wat je moeder en je grootmoeder je overgeleverd hebben!
Dat is ook traditie, maar dan in een goede zin. En Paulus zegt "Schaam u niet voor het getuigenis van onze Here" (vs. 8). Dàt was typerend geweest voor zijn moeder, dat moet het ook voor hem zijn.
"Bewaar door de heilige Geest; die in ons woont, het goede, dat u is toevertrouwd" (vs. 14). Je hóórt hier gewoon een vader die zijn kind aanspoort om de traditie in de goede zin van het woord vast te houden.
(Wordt vervolgd)