Woekeren met het ene talent (1)

1990-07-06
  • Jaargang 34
  • nummer 14
In het Nèderlands Dagblad van 15 juni jl. werd ik getroffen door het bericht over een akkoord dat tussen de kerkeraad van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede-Noord en de raad van de vrijgemaakte kerk ter plaatse door onderlinge samenspreking tot stand gekomen zou zijn. Afgezien van een zelfkritiek van de nederlands gereformeerden op het punt van de konkrete gang van zaken destijds in genoemde gemeente en haar omgeving (waarover ik het als betrekkelijke buitenstaander verder niet zal hebben) zou dit akkoord berusten op de volgende verstrekkende verklaring van de kant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede-Noord: "De Nederlands Gereformeerde Kerk van Enschede-Noord aanvaardt en waardeert ten aanzien van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) de intentie van haar strijd in de zestiger jaren, namelijk de integrale handhaving van de belijdenis, zoals de Nederlands Gereformeerde Kerk te Enschede-Noord diezelfde strijd ook in haar eigen kerkverband moest gaan voeren. De Nederlands Gereformeerde Kerk verklaart bereid te zijn bij hereniging binnen het Gereformeerde Kerkverband op grond van Gods Woord, zoals dat door de Kerk beleden wordt in de Drie Formulieren van Enigheid, de rechtsgeldigheid te erkennen van en zich con amore te zullen houden aan de besluitvorming die binnen de Gereformeerde Kerken heeft plaatsgevonden sinds het ontstaan van de breuk rondom 1967, uiteraard met behoud van gevoelen betreffende vormgeving en effectuering van bepaalde besluiten". Met deze verklaring wilde men, aldus het bericht, aan beide zijden eerst naar de eigen gemeente toe om er dan vervolgens het naaste kerkverband mee te benaderen. Beide raden hebben, zo werd gemeld, de hoop en de bede uitgesproken dat hun ('hun' - zo staat het er echt) 'Verklaring' als model gebruikt zal gaan worden op andere plaatsen waar men zoekt naar herstel van de kerkelijke eenheid.

Wat er op het spel staat
Laat ik eerlijk zeggen dat ik mij nog nooit zo nederlands gereformeerd heb gevoeld als bij en na het lezen van dit kranteartikel. Het was een heel goed gevoel dat ik nog vaak hoop te krijgen. Een gevoel van dankbaarheid voor wat wij als nederlands gereformeerden ontvangen hebben maar wat nu op de wijze van deze verklaring op het spel wordt gezet. Wat mag dat dan wel zijn?
Wat heeft het nederlands gereformeerde altijd gewild? - bij alle lek en gebrek dat ons ontsiert. Dit: aan de christenen van Nederland laten zien dat er van de vrijmaking nog een andere invulling mogelijk is dan die door de vrijgemaakten wordt aangeboden. Het is mij verre het alleenrecht op de vrijmaking te claimen.
Dr. H.B. Weijland heeft onlangs gezegd (het stond ook in het Ned. Dagblad, in het nr. van 31 mei jl.) dat het hem voorkwam dat de ware vrijgemaakten in de nederlands gereformeerde kerken zitten. Ik denk niet dat hij helemaal gelijk heeft, al deed zijn opmerking mij machtig goed. Er zijn van het begin af vrijgemaakten en vrijgemaakten geweest en wie nu de echte zijn - ik heb er geen behoefte aan dat uit te maken. Maar dat je ook anders in de vrijgemaakte traditie kunt staan dan degenen die zich de enige echte van die naam noemen, staat voor mij vast.

De nodige korrektie
Or. Weijland zei bij die gelegenheid nog meer, dat namelijk de vrij gemaakten van nu even verkrampt zijn als de gereformeerden in de dertiger jaren. Daar zit meer waarheid in en de vrijgemaakten doen goed over die uitspraak eens diep na te denken.
Het is met name op deze verkramptheid dat het nederlands gereformeerde een korrektie wil bieden.
Er een korrektie op wil bieden - ja, en tegelijk het ervoor op wil nemen tegenover hen die van geen enkele binding meer schijnen te willen weten en iedere belijndheid gemakshalve voor verkrampt houden. Het een zowel als het ander is nodig. Ik wil ons tegenover de vrijgemaakten beslist niet te sterk profileren, daarvoor hebben zij veel te veel goeds.
En het is ook zeker niet in triomf dat ik het schild van meer vrijheid tegenover hen omhoog hef. Maar toch verbeeld ik mij dat zij onze korrektie nodig hebben. Want het wordt bijhen toch alles wat strak, ambtelijk en hoogkerkelijk. Met name wat de kerkdiensten betreft ben ik blij met de wat lossere vorm die hier en daar bij ons wordt nagestreefd. Gemeentes die daaraan werken hopen daardoor wat uit de sfeer van het militaire appel te komen. Ieder die wel eens een vrijgemaakte kerkdienst heeft bijgewoond weet wat ik met deze vergelijking bedoel: de onbewegelijke stramheid van een vast protokol. Ik verbeeld me dat onze nederlands gereformeerde kerkdiensten dichter bij de mensen staan, vooral als ze geleid worden door een van onze jongere predikanten.
Dit hangt rechtstreeks samen met de grotere vrijheid die wij onszelf ten opzichte van onze tradities toestaan.
Wij verachten deze tradities niet, wij eren het gezag ervan als dat van vader en moeder, maar af en toe zeggen we: lieve ouders, dat zagen jullie zo maar wij zien dat nu anders.
Heel gezond,dunkt me.

Nooit meer
Maar die korrektie, zou die niet het best nagestreefd kunnen worden in een herenigde kerk? Nee, is het antwoord. Het is bewezen dat dat niet gaat. Lange jaren van moeizaam pogen in de tijd aan 1967 voorafgaande hebben dat aangetoond. Ik kan dat uit eigen ervaring getuigen.
Tot schamens toe heb ik destijds in Wageningen getracht de boel bij mekaar te houden. Ik heb gesmeekt in de kerkeraad: broeders, alsjeblieft, als jullie dan niet achter mij kunt staan, ga dan naast mij staan, maar stel je niet tegenover mij op.
Het mocht niet baten. Ik weet wel, het was voor mij gemakkelijker dan voor hen, mijn standpunt veroorloofde mij meer ruimte dan het hunne hen deed. Ik was derhalve tot meer tolerantie verplicht. Ik voer deze ervaring dan ook niet op om alle schuld van de scheiding op hen te schuiven, maar gewoon om duidelijk te maken dat samenspreking en hereniging met hen volstrekt onmogelijk zijn tenzij men met pak en zak naar hun opvattingen overloopt. Dat is dan ook precies wat in Enschede-Noord gebeurt. Nu, ik geloof niet dat dat goed is. Voor ons niet maar voor hen ook niet. Ik voor mij geloof daarom niet in samensprekingen met de vrijgemaakten en ik zal er ook geen vinger voor verroeren. Het is verknoeide energie. Wel stel ik prijs op een goede verhouding met hen. Kerkelijk zijn zij onze naaste buren. Ik zal hen prijzen waar ik kan, ik zal met hen samenwerken waar dat mogelijk is, maar in hun kerk ga ik niet meer zitten. Als lid dan, wel te verstaan. Nooit meer. Weet u, eigenlijk zie ik de verhouding tussen onze beide kerken dialektisch: met elkaar meugen wij niet en zonder elkaar deugen wij niet. Maar daar zit dan wel in opgesloten dat de nederlands gereformeerde kerken voorlopig nog maar wat moeten blijven. Misschien wordt onze korrektie nog eens overbodig.
Maar dat zal ik niet meer meemaken. Ja, maar Johannes 17 dan, Christus' gebed om de eenheid van de zijnen? Daar moeten we het in een apart artikel over hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief