Liever geen bezoek, maar wel bloemen (1)
1990-07-06
Onbegrip en taboe- Jaargang 34
- nummer 14
Veel mensen die nog nooit te maken hebben gehad in hun directe omgeving met iemand die is 'vastgelopen' kunnen er daardoor weinig van begrijpen hoe het is om psychisch niet meer de energie te hebben om uit een 'als negatief ervaren situatie' te komen.
Mensen die er wel mee te maken hebben gehad, of die het zelf hebben ervaren, kunnen moeilijk begrijpen waarom de ander niet meer begrip voor hem of haar had. En zo ontstaat er wederzijds een wereld vol onbegrip.
Maar er is nog een andere reden waarom ik dit schrijf. Want wat ik heel sterk heb ervaren, is dat we nog steeds in een wereld leven waarin, ook anno 1990, 'psychisch' ziek zijn in een taboesfeer zit, en waarin er nog steeds in het alçe-' meen een onderscheid wordt gemaakt tussen 'gewone' zieken en 'psychische' zieken. De familieleden en vrienden van 'gewone' zieken praten heel gemakkelijk over de patiënt en over de aard van de ziekte omdat het gezien wordt als een lichamelijk ongemak, de 'machinerie' werkt niet zoals het moet, terwijl 'psychisch' ziek zijn iets is wat de geest raakt, iets onbegrijpelijks voor velen. En het komt nog steeds voor dat men bij een psychisch zieke direkt ook het geloofsleven betrekt en aanwijst als de oorzaak van de ziekte, te weinig geloofs-vertrouwen. En zelfs zijn er nog steeds mensen die denken: dat het alleen maar aanstellerij is en aandacht trekken. Maar vooral als christen mag het je eigenlijk niet overkomen want bij veel christenen leeft nog altijd de gedachte: als je maar goed gelooft overkomt het je niet. En overkomt het je wel dan is bidden de enige weg tot genezing.
Vastlopen, overspannen worden, psychisch ziek worden, vinden ze, is eigenlijk iets wat niet hoort. En je staat toch wel enorm te schrikken (om met Herman van Veen te spreken) als een mede-christen tegen je zegt, als ze hoort dat je hulp hebt gevraagd van een psychiater: weet je niet dat er in de bijbel staat, een ieder die de hand aan de ploeg slaat en omziet is het Koninkrijk Gods niet waardig. Naar een psychiater of andere deskundige op dit gebied gaan wordt nog steeds gezien als je overleveren aan duistere machten, mensen die iets met je ziel doen, je ziel die na je dood teruggaat naar God, zoals eens iemand tegen me zei. En een ander zei eens: zelfs al is je psychiater een christen, z'n therapie is dezelfde als die van een niet christelijke psychiater, en door er naar toe te gaan kies je tegen God.
Het overkomt je
Met dat 'het overkomt je' wil ik beginnen.
Het overkomt je. Zoals een 'gewone' ziekte je overkomt.
Ik kan dat zeggen omdat ik 'ervaring heb'. Jaren geleden overkwam het mezelf. AI een paar weken voelde ik me niet erg fit en zonder dat het te verklaren was erg onrustig en opgejaagd.
En toen, van de ene op de andere dag, overkwam het me. Wat het precies was wist ik toen nog niet, het enige dat ik wel wist was, ik moet naar iemand toegaan, iemand die in staat is en bereid is om naar me te luisteren. Zo iemand was er gelukkig in m'n vriendenkring, alleen veel te luisteren was er niet.
Het enige wat ik deed was alleen maar huilen en slapen. Maar het was wel een begin, een begin van het ontdekken dat er iets was misgelopen, en dat ik was vastgelopen. En al gauw kwamen we, in overleg met de huisarts, tot de beslissing: hier is deskundige hulp voor nodig. Nu was deze stap in mijn geval niet zo moeilijk omdat we door andere omstandigheden, al jaren een psychiater kenden, die nu onmiddellijk bereid was hulp te verlenen. Ik kwam dus terecht in een vertrouwde omgeving bij iemand waar we in de jaren ervoor veel steun en liefde van hadden ontvangen. Voor ons dus een heel logische en normale beslissing.
(Voor anderen kan het een moeilijk te nemen drempel zijn uit angst voor het onbekende.) Maar al gauw kwamen we tot de ontdekking dat er in onze omgeving niet zo over werd gedacht. En vooral in de kerk merkte je dat er een weerstand was. (Wat ook gezegd werd.) En als je je dan al zo onzeker en ellendig voelt is dat het laatste wat je kunt gebruiken. Je bent niet in een weerbare positie en niet meer in staat om alle 'goed bedoelde' opmerkingen en meningen op hun waarde te schatten. En zonder dat ze het willen word je door familieleden, vrienden, gémeenteleden van de wal in de sloot geholpen.
En omdat ik dat toen zo ervaren heb, en helaas later nog eens, waardoor het onnodig moeilijk was geworden, wil ik daar graag iets van doorgeven.
Natuurlijk ben ik geen 'deskundige'.
Mijn deskundigheid bestaat alleen hierin dat ik weet hoe het is om vastgelopen te zijn, om overspannen te zijn. Ik weet hoe het voelt en dat er heel veel is dat je niet meer voelt. En daar wil ik iets meer over vertellen.
In de hoop dat anderen die hetzelfde overkomt er iets aan hebben, maar vooral in de hoop dat mensen die, op welke manier dan ook te maken hebben met iemand die is vastgelopen er iets positiefs mee kunnen doen.
Hoe het niet moet, en hoe het beter zou kunnen
Laat ik puntsgewijs maar wat dingen noemen die heel kenmerkend zijn voor iemand die is vastgelopen, wat je ervaart, hoe de omgeving reageert en hoe het anders zou kunnen.
Je voelt je lichamelijk tot niets meer in staat. Alles wat je daarvoor gewoon deed, je werk, hobby's, vergaderingen, naar de kerk gaan of gewoon uitgaan, alles leek onoverkomelijk zwaar. Niets was meer leuk, het huis waar je in woonde was niet meer je thuis, niet meer de plek waar je je veilig voelde. En om me toch nog een beetje veilig te voelen zat ik de hele dag met de gordijnen dicht en de lampen aan. De telefoon er uit en de bel af. Tenminste als ik opzat, want het liefst bleef ik in bed, de dekens over m'n hoofd, ver weg van alles wat me daarvoor zo lief was. Ver weg van de wereld die alleen nog maar een bedreiging leek. Eigen initiatieven had ik nauwelijks meer, en de initiatieven die anderen voor me bedachten maakten het alleen maar erger. "Laten we eens gezellig samen gaan winkelen, of samen uitgaan, iets gezelligs doen, kom gezellig even een kopje thee drinken, laten we...". Maar ik had er de energie niet voor omdat alle energie opging aan de psychische problemen. Problemen die alleen maar groter werden hierdoor; ze bedoelden het immers zo goed, ze wilden me helpen, en ik leek alle hulp af te slaan, en was, dacht ik, erg ondankbaar. En voelde me daardoor erg schuldig.
De fout die ze maakten was dat ze me niet zelf lieten bepalen wat ik wel of niet aankon. Zeker de eerste weken heb je al je energie nodig voor de meest gewone dingen van het leven; opstaan, je wassen en aankleden, eten en drinken. Dingen waar je anders niet eens bij nadenkt maar die nu zoveel energie vroegen dat er niets overbleef voor andere dingen.
Maar ook als de eerste 'klap' wat voorbij is, is het beter om de ander zelf met ideeën te laten komen. Dat geeft een gevoel van vrijheid en helpt je om je zelfvertrouwen te herstellen. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je als 'hulpverlener' nooit eens een beetje druk mag gebruiken om de 'patiënt' tot iets aan te moedigen. Maar let goed op hoever je kunt gaan.
Wat heel sterk kan afnemen is: de natuurlijke behoefte van een mens aan sociale kontakten. Was ons huis daarvoor zo nu en dan een bijenkorf, nu was elke bezoeker er één teveel.
Zelf noemde ik het: ik wil met rust gelaten worden. In werkelijkheid was het zo dat er een gevoel van falen was waar ik me voor schaamde en waarvan ik niet wilde dat iedereen me in deze situatie zag.
En ik denk dat het zeer terecht is dat je op zo'n moment nièt jan en alleman in je 'keukentje' laat kijken. Je mag en moet jezelf beschermen in zo'n situatie, omdat je toch al extra kwetsbaar bent. Maar ook hiervoor is weinig begrip, al deed mijn man nog zo z'n best om het ze uit te leggen.
Aan deze situatie heb ik de titel van m'n verhaal ontleend. Bezoek kon ik niet aan, maar een bloemetje, als blijk van belangstelling er! medeleven zou ik wel fijn hebben gevonden.
Een bloemetje of een kaartje.
En dan komt er vanzelf een moment dat je gaat reageren op die belangstelling en de zenders er van eens opbelt en nog later weer eens uitnodigt.
Tegelijk houdt dit in dat je anderen, die je nog wel graag ziet komen omdat ze je op je slechtste en beste momenten nemen zoals je bent, het liefst de hele dag bij je zou willen hebben. Want al wil je met rust gelaten worden, je bent ook bang voor de eenzaamheid. Voor mij waren het de mensen die door alle façades heen keken, onmiddellijk de stemming benoemden en die als je dat wilde er geen aandacht aan schonken, maar bij wie je ook kon uithuilen en met wie je dan even later weer gewoon over van alles en nog wat kon praten en plezier hebben.
Dat bleken dan ook m'n echte vrienden te zijn, echte 'hulpverleners'.
(Want het is niet altijd zo dat alleen deskundigen hulp kunnen verlenen.
Voor veel mensen is het zelfs niet eens nodig dat er een deskundige wordt ingeschakeld.) Beide boven genoemde dingen hebben ook heel sterk te maken met dat wat ik als eerste noemde (mensen die je steeds aanmoedigen om iets leuks te doen). Je radar voor echte vrienden wordt heel scherp, waardoor je sommige mensen gaat mijden en juist heel sterk geniet van het kontakt met anderen.
En diezelfde radar gebruik je ook om de stemming van de ander te peilen.
Juist doordat je jezelf zo onzeker voelt heb je erg veel behoefte aan de zekerheid en het begrip van de ander. Voel je bij de ander onbegrip of afkeuring van je gedrag dan heeft dat gevolgen voor je eigen stemming en gevoelens. Als voorbeeld noem ik hier het bezoek van een gemeentelid. Naar de kerk gaan was één van de dingen die ik niet meer kon. En ik merkte aan z'n houding dat hij daar weinig van begreep. Na wat heen en weer gepraat zei hij: "God wil niet dat je je voelt zoals je je nu voelt, en je doet Hem er verdriet mee dat je niet in de kerk komt.
En bovendien missen de mensen je heel erg." Ik deed dus mezelf tekort, ik deed de mensen tekort en ik deed God tekort. Erger kon het bijna niet.
(Het heeft tot het volgende bezoek aan de psychiater geduurd voor ik hier weer een beetje overheen was.) Maar zo zijn er nog veel meer gelegenheids- of verlegenheidsantwoorden.
Want dat is wat er op zo'n moment gebeurt. De ander weet geen raad met de situatie en om wat te zeggen zegt hij iets waardoor je soms weer weken achterop kunt raken, wat mede komt doordat je op zo'n moment nog niet voldoende weerbaar bent.
| In 'Opbouw' van 11 mei (1990/10) werd een artikel gepubliceerd onder de titel 'Vastgelopen '. In deze bijdrage ging het over Maarten, die door allerlei omstandigheden rust nodig had, om een nieuw evenwicht te kunnen vinden in zijn leven. Een lezer stuurde ons de volgende bijdrage. Ze vertelt daarin hoe zij het aan den lijve heeft ervaren om vastgelopen te zijn. We menen dat deze bijdrage (in twee afleveringen) een plaats mag hebben in ons blad, maar publiceren het artikel (vanwege de privacy-gevoeligheid) zonder de naam van de schrijfster. H. Algra, Den Helder |