Een gereformeerde adviesraad
2007-10-12
In het voorjaar van 2005 werd ik verrast door een telefoontje van ds. Gerrit de Fijter. Hij belde namens het bestuur (moderamen) van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), waarvan hij sinds kort de voorzitter is. De Fijter vroeg me of ik zitting wilde nemen in de op te richten Raad van Advies voor het Gereformeerd Belijden van de PKN (RAGB). Ik zei ‘ja’, en draai nu met veel plezier zo’n twee jaar mee in dit gezelschap. Graag vertel ik daar in Opbouw wat meer over.- Jaargang 51
- nummer 20
Zoals bekend is de PKN in 2004 ontstaan uit de fusie van twee grote kerkgenootschappen: de Nederlands Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken in Nederland. Minder bekend is dat er nog een derde fusie partner was: de (veel kleinere) Evangelisch Lutherse Kerk. Zo kent de PKN een grote verscheidenheid van gemeentes.
De opzet
De Generale Synode staat daardoor voor de taak, om een beleid te voeren dat ernst maakt met de samenvoeging van die verschillende tradities, en dat tegelijk recht doet aan de veelkleurigheid binnen de kerk. In dat kader is de RAGB opgericht. Het is de bedoeling dat hij de synode van advies dient vanuit gereformeerde perspectief. Als zodanig staat hij naast een vergelijkbaar orgaan dat de synode adviseert vanuit de Evangelisch Lutherse traditie.
Het aardige is nu, dat de synode bij de oprichting van de Raad ook heeft gedacht aan andere Gereformeerde kerken. Zij heeft leden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Nederlands Gereformeerde Kerken uitgenodigd, om binnen de RAGB mee te denken over het belang van de gereformeerde traditie voor het geheel van de PKN. Zo ben ik, samen met de vrijgemaakte professor Kamphuis junior en de Christelijke Gereformeerde professor Den Hertog, gastlid geworden van de Raad. In totaal telt hij 18 leden, onder wie de scriba van de Generale Synode, dr. Bas Plaisier. Voorzitter is de Haagse predikant dr. Paul Visser. Van de vier vergaderingen per jaar is er een gewijd aan diepgaander bezinning; dan is er ook een gezamenlijke maaltijd.
Onderwerpen
In de afgelopen twee jaar zijn al heel wat onderwerpen de revue gepasseerd. Ik som de belangrijkste op.
Er is een bezwaarschrift besproken tegen artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De indiener bepleitte bij de synode een duidelijke uitspraak over de scheiding van kerk en staat, onder andere ter wille van een zuivere verhouding tot de Islam. De Raad heeft commentaar geleverd bij de visienota Leren leven van de verwondering.
Er is een reactie gegeven op het voorstel, om hbo-theologen onder bepaalde voorwaarden toe te laten tot het ambt van predikant. Naar aanleiding van de gespreksnotitie Oecumene van A – Z (van Aduard tot Zimbabwe, van Zevenhuizen tot Australië) is binnen de Raad van gedachten gewisseld over moeilijkheden en mogelijkheden bij het streven naar kerkelijke eenheid. Op het programma staat voorts bezinning op het werk van de Heilige Geest. Verder zal in het komend jaar de vraag aan de orde komen, hoe de Raad staat tegenover de zegening van andere levensverbintenissen dan die tussen man en vrouw (lees: tussen homoseksuele mensen). De synode heeft bepaald dat een kerkenraad tot die zegening kan overgaan, maar die bepaling is binnen de PKN omstreden. Aan de synode is de vraag voorgelegd, hoe zij vanuit de Bijbel kan worden verantwoord. Op verzoek van de synode zal de RAGB zich hierover buigen.
Het luistert nauw
De agendering van dat laatste onderwerp illustreert goed wat er wel en niet verwacht mag worden van deze adviesraad voor het gereformeerd belijden. Eigenlijk spreekt het vanzelf, dat men zijn kant op kijkt voor toetsing van een omstreden bepaling aan de Bijbel. Want als één ding in de gereformeerde traditie centraal staat, dan is het de overtuiging dat de Bijbel het laatste woord heeft over de christelijke leer en levenswandel. Wat een kansen worden zo ook geboden, om binnen de PKN op te komen voor een bijbelse benadering van deze problematiek. Tegelijk zijn er valkuilen. Zo zou het jammer zijn als de beeldvorming werd bevestigd, dat gereformeerden zich over niets zo druk maken als over (homo)seksualiteit. Bovendien dient de RAGB zijn doelstelling in het oog te houden.
Mogelijk leeft bij deze en gene de verwachting, dat de raad de positie van de gereformeerden binnen de PKN kan versterken, en druk op de synode zou kunnen uitoefenen om de gewraakte uitspraak terug te nemen.
Maar daardoor is hij niet opgericht. De RAGB is een adviesraad, geen pressiegroep; hij is er niet om de belangen van de gereformeerde vleugel te behartigen, maar om vanuit de gereformeerde traditie het geheel van de kerk te dienen. Voeg bij dit alles het gegeven, dat ook binnen de Raad het zeker niet koekoek-één-zang is, en het is duidelijk dat we een bezinning tegemoet gaan waarbij het nauw luistert.
Geestverwanten
Als gastlid merk ik bij zulke gesprekken, hoe veilig het is om binnen een ‘afgescheiden’ kerk te werken. Wij hebben als Nederlands Gereformeerden geen last van een vrijzinnig georiënteerde richting, maar kunnen elkaar zonder meer aanspreken op de ‘gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift’ (Preambule Akkoord van Kerkelijk Samenleven). Toch is er ook een andere kant. Ik ben geboeid en getroffen door de wijze, waarop de leden RAGB ernst maken met zowel hun gereformeerd zijn als hun verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk. Wat het eerste betreft: bij alle verscheidenheid binnen de raad is er een saamhorigheid die voortkomt uit geestverwantschap.
Die geestverwantschap ervaar ik zelf ook: ik voel me in deze kring thuis. Daarbij merk ik hoe verrijkend en verfrissend het is, dat allerlei schakeringen in ‘gereformeerd zijn’ in de raad zichtbaar worden. Het is een breed gezelschap – logisch, gezien de instroom uit zowel de vroegere Nederlands Hervormde Kerk als de Gereformeerde Kerken. Zo is er altijd volop geanimeerde discussie, waarbij de hoge kwaliteit van de bijdragen opvalt. Ik ervaar het daarom als een voorrecht om als ‘afgescheiden gereformeerde’ aan dit gesprek deel te nemen. Dan het tweede: de verantwoordelijkheid die deze gereformeerden willen dragen voor hun kerk, ondanks zorg en hartzeer. Want laat er geen misverstand over bestaan: er zit de nodige pijn. Nog afgezien van de soms heftige naweeën van de fusie: ik merk binnen de RAGB dat zwaar getild wordt aan het uitgesproken pluriforme karakter van de PKN.
De moeite die het daardoor kost om tot een helder, compromisloos christelijk belijden te komen gaat de leden ter harte. Het is voor hen niet de weg van de minste weerstand om binnen deze kerk hun plaats in te nemen.
Tegelijk achten zij het hun roeping om dat te doen, en om zo andere vleugels van de kerk niet te negeren maar het gesprek met hen waar mogelijk aan te gaan. Natuurlijk kun je je afvragen wat daarvan terecht komt. Maar dankzij het meedraaien met de RAGB heb ik ook meer respect gekregen voor de keuze van deze geestverwanten om binnen de PKN hun verantwoordelijkheid te dragen. Mijn gevoel van betrokkenheid bij het reilen en zeilen van deze kerk is toegenomen. Ik realiseer mij meer, dat ‘afscheiding’ er niet op mag uit lopen dat je de ander uit het oog verliest.
Mij dunkt: de synode van de PKN heeft er goed aan gedaan deze hand naar ons uit te steken.
Dr. Ad van der Dussen is kerndocent systematische vakken aan de NGP en predikant in de NGK van Eindhoven.