Vindt u ook niet?
1989-01-20
Ze kwam binnen en begon uitvoerig te vertellen over de problemen die ze had met haar man. "Ik heb zo'n moeite met hem, dokter" en ze schetste me zijn onaardige karaktertrekken; de dingen die hij steeds verkeerd deed, hoe moeilijk zij het had in de relatie met haar man. En steeds onderbrak ze haar relaas met de vraag: vindt u ook niet? En ja, Ik kon niet veel anders dan haar gelijk geven; als de zaken er werkelijk zo voor stonden, als haar man echt zo'n boeman was als zij me voorspiegelde, dan had ze het wel erg slecht getroffen met deze echtgenoot, dan had ze het heel zwaar.- Jaargang 33
- nummer 2
Daarbij kwam nog dat ze 's zondag naar verschillende kerken gingen.
Zij had heel bewust een keuze gemaakt, hij was gebleven waar hij was, en dat gaf natuurlijk ook weer de nodige problemen. AI met al, ik had echt met haar te doen.
Dat duurde evenwel niet lang, want korte tijd later kwam de man bij me.
En ook hij had zijn verhaal. Over zijn vrouw: hoe zij het hem onmogelijk maakte om aardig te zijn, hoe ze het hem onmogelijk maakte om te zijn zoals hij graag wilde. Zelfs stond ze het contact met zijn kinderen in de weg. Ook met hen kon hij niet omgaan zoals hij het zich voorstelde.
Ik begreep toen dat ik ook de man best gelijk wilde geven en als hij me zou vragen: vindt u ook niet?, dan zou ik hem dat zeker hebben gezegd.
Eigenlijk, achteraf, misschien wel liever tegen hem dan tegen zijn vrouw.
Soortgelijke situaties komen in de hulpverlening veel voor. De hulpvrager wil graag dat de hulpverlener door zijn bril naar het probleem kijkt.
En bijna altijd ligt de oorzaak van het probleem dan bij de ander. De hulpzoekende wil dan zijn gelijk, soms zelfs zijn gram halen via de hulpverlener . En als deze niet aan die vraag kan voldoen, ja, dan deugt die hulpverlener niet. Dat is, menselijk gezien, goed te begrijpen, maar op die manier geef je geen hulp; integendeel.
Wanneer mensen mij nu in zo'n situatie vragen: vindt u ook niet?, dan zeg ik eerder: ik vind helemaal niets, bovendien is het ook helemaal niet zo belangrijk wat ik vind, het is veel belangrijker dat u het samen weer vinden kunt.
Ik zou dit ook bijbels kunnen illustreren.
In 1 Cor. 12 willen de verschillende stromingen in Corinthe ook van Paulus horen wat nu eigenlijk het beste is: spreken in tongen of iets anders? Maar daar trapt Paulus niet in. Hij wijst een betere weg. En dat is 1 Cor. 13.
Jaren later kwam ik eens één van de kinderen van bovengenoemd echtpaar tegen. Ik heb toen gezegd dat hun gaan naar verschillende kerken voor mij meer een demonstratie was van de gespletenheid in hun huwelijk dan van werkelijk religieuze verschillen.
Als de liefde zoek is...
Vindt u óók niet?