Een vreemde zondag
1989-02-03
16 okt. 1988: een onvergetelijk schone zondagmorgen te Nandi, op de Fiji-eilanden. De palmen staan roerloos. Vogels fluiten diepe klanken.- Jaargang 33
- nummer 3
Een vroeg gezin schrijdt bijna plechtig ter kerke. Hoe vredig! De stilte zingt U toe oHere in uw verheven oord.
Voor ons zal er wel geen kerkdienst meer in zitten: we hadden om 8 uur in de morgen al in Auckland (Nieuw Zeeland) moeten zijn. Maar ons vliegtuig heeft weer eens vertraging, ditmaal 5 uur. Kunnen ook vliegtuigmotoren de Here lof zingen?
Dan is er toch een zondagsgeschenk.
Op de luchthaven staan we ineens oog in oog met zuster Daams, eertijds 'adjunct' van 'Het Havenlicht' in Pernis en toen lid van onze Rotterdamse gemeente. Nu met ons op weg naar Nieuw Zeeland.
Gemeenschap der heiligen in een vliegtuigstoel! Ongelooflijk! Dan zijn we op weg: in ruim 2 uur 2152 km naar Auckland. Daar dan een hartelijk weerzien. Een interessante autotocht door deze prachtige stad.
Een verrukkelijk huis aan de kust en daarna toch nog een kerkdienst, een doopdienst nog wel, in een charismatische gemeente.
" Voorin de hal staat een blauw plastic bad. Zes jongens en meisjes wil/en 'de Heer aannemen'. Ook twee jongelui van een jaar of 25.
Voor we het weten is de dienst begonnen: een onbeschrijfelijke jubel is losgebroken. Iedereen staat: handen in de lucht. Pauken dreunen.
Saxofoons schetteren. De melodieën zijn ons vreemd: slepend, innig. Het staccato van de drums houdt aan: tien minuten, of langer?
Verzet je maar eens tegen deze begeestering! Heb ik sinds Alberts eindexamen-slagwerk aan het conservatorium in Rotterdam zoveel decibels op mijn trommelvliezen gehad?
Eindelijk zwakt de muziek af en iemand bidt: "Lord, geef dat de jongelui deze dag nooit meer vergeten!"
De hele zaal bidt mee. Sommigen geven door luid zuchten te kennen hoezeer de bede hen uit het hart gegrepen is. Iemand roept luid: "Yeaah!" Het gebed duurt voort. De voorbidder valt in herhaling. Tenslotte vertraagt hijen verstilt.
Dan geeft de leider zijn getuigenis: Hoe hij er indertijd toe kwam de Heer aan te nemen. We verstaan niet alles. Het Nieuw Zeelandse accent is ons nog vreemd. We doen er ons best ook niet zo voor: we zijn moe. Wel horen we telkens, I, I, I, I, (ik,ik,ik,ik). Ook dát duurt lang: Het hoofd van mijn vrouw schiet plotseling naar voren.
Dan komen de dopelingen. De jongste, een magere jongen van 16 in een theeshirt met opdruk: Caballero.
Elke dopeling mag zijn of haar getuigenis geven. Dat lukt niet zo best, maar niemand die daar aanstoot aan neemt. Dan komen vrienden en vriendinnen support geven.
Een paar meisjes: omhelzen de jongen met het Caballero-shirtje en drukken zich stijf tegen hem aan.
Meerdere vrienden en vriendinnen volgen. Tenslotte heeft elke dopeling een kluwen van 1 meter doorsnee tegen zich aan en om zich heen. Alle hoofden buigen zich over de schouder van de voorbuurman/ vrouw naar het midden. Stemmengemurmel klinkt op. Ze bidden voor hun vriend en vriendin. Ze bemoedigen hem. Ze zeggen hoe geweldig Jezus is. Hoe fantastisch het is om de Heer aan te nemen. Ook deze fase duurt lang. Tenslotte zwakt de muziek af en alles wordt stil. Dan volgt de doop: Twee grote mannen midden in het bad, omhelzen het schriele mannetje. Ze spreken hem toe. Zeggen iets, "heel zachtjes, dat kennelijk alleen voor zijn oren bestemd is. Spreken ze de doopsformule uit: in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest?
Dan dompelen ze hem en direct daarna omhelzen ze hem opnieuw en praten weer zachtjes tegen hem.
Inmiddels is de muziek weer losgebroken.
Nu bijna extatisch. De kletsnatte dopeling komt terug in de kring en wordt opnieuw omhelsd door vrienden en vriendinnen. Het is alsof ze allen het doopwater wil/en meevoelen. Anderen gil/en en fluiten van vreugde, ,als bij het maken van een doelpunt in een voetbalwedstrijd.
De mond van de jongen is open gezakt van verrukking. Wat hij nu beleeft??? Geweldig!!! Hoe goed is de Heer!!!
Zo gaat het ook met de anderen.
Het beeldschone meisje van een jaar of 25 is de laatste. Zij kan vertellen van haar weg tot de Heer. De gemeente is verrukt en zingt en jubelt. Iedereen staat nog steeds.
De stoelen zijn rommelig terzijde geschoven. Alleen wij zitten. Een beetje verlaten en onwennig. Niemand die ons ziet.
Dan ineens is alles afgelopen.
Er valt nog wat te eten en te drinken.
Langzaam aan trekken de mensen weg. Ze hebben een heerlijke dienst gehad. Hoe goed is de Heer dat Hij zoveel jongelui uit de duisternis trekt tot Zijn wonderbaar licht. Binnen een paar weken zal er een nieuwe doopdienst nodig zijn. En daarna heel spoedig weer een. Iedere gedoopte wordt op zijn beurt evangelist. En ze stromen toe!
Als we kort daarna in bed liggen strijden zware vliegtuigmotoren met nog zwaardere bassen om de boventoon in onze vermoeide oren.
Dat is dan het eind van een vreemde zondag, zo sereen begonnen met: de stilte zingt u toe 0 Here, in uw verheven oord. Ps. 65.