Geloven zonder ervaring
1989-02-03
Als er één is geweest, die geloofd heeft zonder God dichtbij te ervaren, dan is dat Habakuk wel. De profeet heeft het moeilijk gehad. Hij getuigt er echter van, dat hij weet, dat God Zijn woorden houdt. Hij spreekt over Gods grootheid. Temidden van het geweld blijft hij zeggen tegen God: 'Gij trekt uit tot redding van Uw volk ...' (3:13).- Jaargang 33
- nummer 3
In het derde hoofdstuk van het boek Habakuk staat een gebed van de profeet. Hij vraagt aan God of Hij in Zijn toorn genadig wil zijn. Want God komt er aan. Hij doet de aarde schudden. Hij splijt de aarde tot rivieren, Hij doet de bergen beven.
De profeet heeft het er niet op. Hij weet, dat God in Zijn toorn niet mis is. Hij heeft immers pijlen in overvloed.
God lust de volkeren.
Habakuk weet van Gods toorn, hij beleeft het geweld ervan, maar toch houdt hij er aan vast, dat God uittrekt tot redding van Zijn volk. Hij beeft temidden van het geweld, maar toch wil hij rustig wachten op de dag der benauwdheid.
Habakuk gelooft. Dát is zijn kracht.
Wat hij om zich heen ziet, is niet om over naar huis te schrijven. Daar zit niet zoveel in, waarmee hij zijn geloof kan bouwen. Habakuk kan niet steunen op ervaring. Als het er op aankomt, ervaart hij God helemaal .
niet. Dat is voor hem echter geen beletsel om te geloven, om biddend te zingen. Dat derde hoofdstuk van het profetenboek is immers een lied, een lied waarin de dichter teruggrijpt op wat God heeft gezegd. Niet alleen verwerkt hij in zijn lied o.a. Deut. 33:2 (de HERE is in lichtglans verschenen), maar hij wijst ook nadrukkelijk naar de geschiedenis van het verbondsvolk, toen God als de almachtige heerser het volk redde uit de handen van Egypte (vs. 14,15).
Nochtans…
Er kan van alles gebeuren, de wijnstokken geven misschien geen vruchten, het land brengt wellicht geen produkten meer voort, het kan zijn dat het vee is verdwenen. Habakuk houdt er rekening mee. Ook al wordt de narigheid huizenhoog, ook al is er van Gods aanwezigheid weinig of niets meer te zien, toch zal hij blijven zingen.
Nochtans ...
Al zou... nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil.
Geloven' is voor Habakuk niet iets, dat zijn grond vindt in wat hij ziet.
Geloven is voor hem 'uit het gehoor' en hij weet, dat 'het gehoor is door het Woord Gods'. Zo denkt hij aan Psalm 18:34 en gelooft hij, dat God zijn voeten zal maken als die der hinden (3:19).
Habakuk 3 is een hoofdstuk om te zingen. We vinden er iets van terug' in lied 448, maar het is te weinig.
Nog even enkele momenten;
HERE, ik heb een tijding aangaande U vernomen,
ik ben, HERE, met vreze voor Uw werk vervuld ...
God komt van Teman,
Zijn majesteit bedekt de hemelen,
en de aarde is vol van Zijn lof.
Hij staat en doet de aarde schudden,
Hij ziet rond en doet de volkeren van schrik opspringen,
de eeuwige heuvelen zinken ineen,
de eeuwenoude wegen zijn Zijne ...
Gij betreedt met Uw paarden de zee,
de schuimende vloed der grote wateren ..
Toen ik het hoorde...
beefde ik op de plaats waar ik stond.
Toch zal ik rustig afwachten ...
AI zou de vijgeboom niet bloeien ...,
nochtans zal ik juichen.
De HERE is mijn kracht.
Geloven is vaak 'nochtans' zeggen.