Overheid en Bijbel. Theocratie?'
1989-02-17
1. De overheid moet / mag / kan dwingend de rechtsorde beschermen en met gezag leiding geven aan het openbare leven.- Jaargang 33
- nummer 4
Welke maatstaven behoort de overheid aan te leggen als zij haar wetten met dwang oplegt aan het volk?
Gelovige christenen zullen antwoorden, dat Gods Woord ook voor de overheid een "Iamp voor haar voet en een licht op haar pad" moet zijn.
Toch blijven er nog wel vragen over die niet door elke christen op gelijke wijze worden beantwoord:
a. Mag de overheid de Bijbel wel gebruiken als kompas?
b. Zowel het Oude als het Nieuwe Testament?
c. Moet de overheid ook dwingen als er zaken in geding zijn die samenhangen met een levensbeschouwing?
d. Mag de overheid geen dwang uitoefenen in geestelijke zaken?
e. Dient elke openbare uiting op geestelijk terrein te worden toegestaan?
(Satanskerk, godslastering)
f. Moet een besloten bijeenkomst van godslasterende aard, met de bedoeling straks de publieke opinie te beïnvloeden, door de overheid worden gedoogd?
De antwoorden op deze vragen hangen samen met visies over theocratie.
Binnen de christelijke politieke partijen komen meerdere opvattingen voor over theocratie. Deze standpunten zullen beknopt worden samengevat. Met cijfers tussen haakjes wordt de bron aangeduid; zie de literatuurlijst.
2. Verschillende opvattingen over theocratie.
1. Theocratie betekent letterlijk dat God regeert. Niet de kerk, niet het volk, niet de koning, niet de wet is uiteindelijk soeverein (= absoluut gezaghebbend), maar God. (1),(2),(3).
2a Theocratie betekent dat de overheid met dwang afgoderij en ketterij moet bestrijden. (3),(4),(5).
b Theocratie werd beëindigd na de ballingschap (goeddeels) en na de Opstanding van Christus (definitief).(5) .
3. Theocratie = De kerkelijke macht heeft voorrang boven de politieke macht. De regering van God daalt via de paus af op koningen (de klassieke RK opvatting) (3).
4. Theocratie = Overheidspersonen zijn rechtstreeks als zodanig door God aangewezen.
(Saul, David, Salomo, Jerobeam) (1) 5. Theocratie = Directe leiding van God over zijn volk Israël.
(beëindigd na de Richterentijd) Tot zover enkele betekenissen van het woord theocratie. Vrijwel iedereen kan zich vinden in de betekenissen: 1. God regeert en 2b.
Beëindigd na het Oude Testament.
Er heerst echter een dringend verschil van mening over de opvatting 2a: Moet de overheid ook nu nog (normatief) afgoderij en ketterij tegengaan?
3. Verschillen tussen de kleine christelijke partijen
Het GPV stelt dat de overheid geen geestelijke dwang mag uitoefenen, want Jer. 17:5, Zach. 4:6 en Matth.
13 zijn richtingwijzers voor de overheid.
Is het beroep van het GPV op deze Bijbelteksten wel terecht?
Wordt de praktijk, na de ballingschap, niet tot norm verheven? Is er geen verschil tussen volstrekte geestelijke vrijheid en vrijheid van geweten?
De SGP wil (onverkort) art. 36 NGB handhaven, maar zeer gematigd zijn in het uitroeien van ketters en van afgoderij. (6)(9) De RPF is intern over theocratie niet eensgezind. Toch speelt het onderwerp in de discussies veel minder een rol dan binnen het GPV en de SGP. Vermoedelijk komt dat omdat de RPF wel de opvatting uitdraagt dat Bijbelse normen absoluut geldend zijn, maar de RPF heeft zich (terecht) niet uitgesproken over uitroeiïng, noch over volstrekt vrijlaten, van afgoderij.
4. Een mogelijke uitweg
Mijns inziens kan elke politieke partij het beste uitgaan van de gedachtengang van Verplanke (7): De overheid is niet alleen geroepen om de Bijbelse grondslagen van de samenleving te verdedigen, maar. zij dient deze fundamenten in christelijke zin ook te verstevigen.
Het overheidsoptreden moet echter ook pedagogisch verantwoord zijn: het moet de heersende orde niet onverhoeds, maar geleidelijk ombuigen in de door God gewilde zin.
5. Literatuur
1. Christelijke Encyclopedie, 2e druk, Kampen, 1961. Trefwoord: theocratie.
,I 2. Bijbelse Encyclopedie, Kampen, 1975.
3. Dr. J. Douma, Politieke verantwoordelijk- ' heid, Kampen, 1984. Bladz. 16,19.
4. Ned. Gel. Belijdenis, artikel 36 (onverkort en uitg. Ger. Kerken (vrijg.)).
5. Dr. K. Veling, De dienst van de overheid, Barneveld, 1987, bladz. 21-23.
6. Ir. J. van de Graaf, In de Mozes en Aäronstraat, Amersfoort, 1976. pag. 70.
7. Mr. Dr. C.J. Verplanke, Moet de staat kleur bekennen? Jeugd en Politiek, sept.1977.
8. Ds. G. Janssen, Om de theocratie, OKkaternen 9, Moerkapelle, ± 1973.
9. Drs. H.G. Leertouwer, Om de theocratie: Zicht, 1986 - 3/4.·