Mens. dier en dood
1992-08-14
Opa en Oma hadden het van de week niet makkelijk. Ze moesten hun kleindochters vertellen dat Boef dood was.- Jaargang 36
- nummer 17
Boef was een blonde Labrador van bijna twee jaar oud. Een pracht van een hond. Een uur tevoren was alles nog O.K. Daarna troffen ze het beest aan in coma. De meisjes werden bij Opa en Oma gebracht. Een dierenoppasser van Ouwehand in Rhenen zag de zaak niet somber in. Dus aten we lekker patat. Toen kwam het telefoontje.
- Wie was daar aan de telefoon?
- Dat was Pappa.
- Wat zei hij van Boef?
- Dat het niet goed ging.
- Ooh!!!
Toen bleef het even stil. De patatzakjes lagen onaangeroerd.
- Is Boef dood?
Hun eerste kennismaking met de dood! Na-filosoferend vind ik dat ze heel zuiver reageerden. Hannah (5 jaar) snikte: Wat jammer, want we hebben vijf meisjes en we hadden maar twee dieren! Daar kun je natuurlijk van maken: We hadden beter één van de meisjes kunnen missen. Maar dat kwam in haar kleine hoofdje niet op. Ze bedoelde: Nu is onze gezinsstructuur totaal ontwricht. En dat is het toch wat de dood bewerkt? De dood gooit alle verhoudingen in de war. De oudsten, een tweeling van elf, reageerden eerst met ongeloof: Dat kan niet! Dat kan helemaal niet! En zo is het ook: we raken toch nooit gewend aan de dood? Toen brak agressie los: Dat wilIK niet!
Dat wil ik helemaal niet! Ik herinnerde me de agressie van de Here Jezus bij het graf van Lazarus: Dat wil Ik helemaal niet! Daarna werden ze overstroomd door verdriet. Als om de dood van een geliefd mens. Hoe innig is de verbondenheid tussen mens en dier. Zo heb ik jonge mensen zien huilen bij de dood van hun lievelingspaard.
In hun verdriet reageerden ze heel menselijk:
- Nu kan ik helemaal niet meer eten!
- Nu zie ik Boef nooit, nooit meer.
- Nooit, nooit zal er meer een hond zijn zo sterk als Boef!
- Nu kan ik nooit meer blij zijn!
- Nu kan ik vannacht helemaal niet meer slapen!
- Als ik dat op school moet vertellen, moet ik zo huilen. Dan kan ik helemaal niet meer leren.
Zo is het: de dood ontwricht ons totaal.
Verstoort ons hele zieleleven. We voelen ons tot niets meer in staat. Ruth, de middelste, snikte: We moeten Boef zijn riem om laten houden. Dan kunnen we hem herkennen op de nieuwe aarde. Dat is kinderlijk gedacht, maar leert de Schrift ons niet kinderlijk te denken?
Toen Luther stierf speelde zijn hondje onder zijn bed. Hij zei: God zal daar ook nieuwe hondjes scheppen. En Jesaja zegt dat straks een kind zijn hand zal steken in het hol van een adder. Het zal allemaal wel heel anders zijn dan we denken. Paulus duidt het verschil tussen nu en straks aan als dat tussen zaad en plant. Er is vlees van honden en vlees van mensen. Maar God zal Ja zeggen tegen zijn schepping.
Ik hoop dat onze kleindochters als ze groter zijn de rêverie mee kunnen dromen van C.S. Lewis als hij zich al op de nieuwe aarde waant.