Pastorale notitie
1989-03-03
In het vorige stukje gaf ik vier plussen aan de charismatische gemeente waarmee we kennis maakten.- Jaargang 33
- nummer 5
Nu volgen vier minpunten.
1. er was geen regelmatige woordverkondiging.
Nadat we op de eerste dag van ons verblijf een extatische doopdienst meemaakten, hebben we uitgezien naar een verkondigingsdienst.
Tot aan ons vertrek is die er niet geweest. Dat werd door de meesten niet als gemis ervaren.
Wel was er grote aandacht voor persoonlijk bijbelonderzoek. Ook maakten we een uitstekende homegroup (Bijbelkring aan huis) mee.
Maar wat zondag 38 zegt bij het vierde gebod... dat ik op de rustdag trouw tot de gemeente kom om Gods Woord te horen, ontbrak. Daar komt bij dat de gemeente antileerstellig dacht. AI met al, een uiterst griezelige situatie.
Men vroeg hoeveel duivelen ik uitgeworpen had tijdens mijn ambtsdienst.
Ik antwoordde in de geest van F.A. Schaefter: Als u denkt aan schuim op de lippen enz. dan heb ik nooit duivelen uitgeworpen. Maar ik heb boze machten bestreden en uitgeworpen door de prediking van het machtige WOORD van God. Dat maakte weinig indruk.
2. de open kerkvorm.
De kapel had geen ledenregister, alleen een adressen-, en telefoonlijst die snel verouderde.
Men vond het helemaal niet erg als gedoopten doorstroomden naar verwante groepen, zoals men het ook fijn vond als gedoopten van elders binnenkwamen. Men begeerde geen controle. Soms bedroeg het totaal van instroom en uitstroom 70% per jaar. De kerngroep bestond dan uit slechts 30%.
Men noemde dat: een heerlijke, relaxte vorm van kerk-zijn. Mijn vraag was: waar blijft het: "Weid mijn lammeren", en het "Hoedt mijn schapen", Joh. 21 slot?
3. een sterke horizontalisering van de religie vooral van de sacramenten.
De doop was in de charismatische gemeente vooral aanvaarding van de Heer. Het souvereine welbehagen, waarmee de Here eerst eenzijdig Zijn verbond met ons sluit; het 'Niet gij hebt mij, maar Ik heb U uitgekozen, (Joh. 15:16); dat wat de Leerregels tot uitdrukking brengen in I, 10; Gods souvereine welbehagen waarmee Hij ons doopt in het 'waterbad-door-het-woord'(Ef. 5:26); ... het kwam niet in zicht. Het avondmaal ging op in het liefdemaal. Bepalend voor het avondmaal was zo zei men - de koinonia (de gemeenschap).
De christelijke kerk had sinds de 2e eeuw gedwaald door er een plechtige ceremonie van te maken. Nu zag men weer dat het avondmaal ontspannen en spontaal gevierd moest worden, b.v. tijdens een picnic aan het strand, een barbecue in de tuin, kortom, als er koinonia (gemeenschap) was.
Mijn vraag: waar blijft Hij die de koinonia schenkt en sticht en spreekt: "Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt" en "Deze beker is het Nieuwe Verbond in mijn bloed, dat voor u wordt vergoten"
(Luc. 22)? En wat de verrukkelijke extase betreft: Ondiepte in de geloofsbeleving komt zo maar te liggen naast massa-psychose: een gevaarlijke situatie.
4. doperse wereldmijding.
De leden van de kern-gemeente toonden een diepe afkeer van staat en maatschappij.
"Men doet maar!", zei iemand die overigens een vooraanstaande plaats innam in het bedrijfsleven.
De krant werd slecht gelezen.
Zelfs toen we hoorden van een vreselijke aardbeving in Z.O. Rusland moesten we vragen het TV-nieuws te mogen zien. Alle aandacht ging uit naar de Kapel, en dan slechts naar die ene Kapel. Ook met verwante groepen was er nauwelijks contact: "We zijn opgehouden te luisteren hoe anderen het doen. De Heer gaat met ons een eigen weg".
Kortom: Wij kunnen veel leren van de charismatische gemeente. Maar die zou er goed aan doen, het oor te luisteren te leggen bij de reformatie.
We hebben daar helaas niets van gemerkt.