Ex libris
1989-03-03
Man en vrouw hadden verschil van mening en ze besloten de zaak voor te leggen aan de rabbi. Toen die de man aangehoord had, zei hij: "Je hebt gelijk." Vervolgens deed de vrouw haar verhaal en weer zei de rabbi: "Je hebt gelijk." Toen mengde de vrouw van de rabbi zich erin: "Ze kunnen toch niet allebei gelijk hebben?" Waarop de rabbi zei: "Jij hebt ook gelijk."- Jaargang 33
- nummer 5
En nu het verhaal van oom Klaas in het kerkblad. Oom Klaas is boos op zijn neef. Oom had een bundeltje gedichten van Nel Benschop cadeau gekregen en zijn neef, de neerlandicus, zei met een minachtend glimlachje: "Veel genoegen ermee, oom." Daarmee was het plezier van oom grondig bedorven.
Hij vroeg zijn neef waarom die het bundeltje niet inkeek, hij was tenslotte toch vakman?
"Dat is het nu juist", was het antwoord.
"Voor mij als vakman zijn deze gedichten van geen enkel belang. Het zijn vrome preekjes op rijm. Ze hangen aan elkaar van tot op de draad versleten clichés. Er zit geen enkele originele gedachte in, geen enkele taalkundige vondst, geen enkel vernieuwend element.
Literatuur moet vernieuwend zijn.
Anders is het geen literatuur."
En toen werd oom boos. Oom vond het maar gedaas, zei hij.
,,Je moet je vleugels eens wat breder uitslaan en proberen vrij te komen uit dat stinkende literaire broeinest waar jullie allemaal in rondsnuffelen.
Vernieuwing? Laat me niet lachen. Jouw schrijvers tracteren hun lezers op smeerlapperij die al twintig eeuwen oud is. Het enige verschil met vroeger is dat de lui van toen tenminste talent hadden.
Die vernieuwing van jou is een terugzakken in de verliederlijking die de antieke wereld kenmerkte. De schrijvers die jij in jouw zogenaamde christelijke blaadjes hogelijk prijst, durf je niet eens te citeren.
En de goedgelovige lezer denkt dat hij met een kunstwerk te doen heeft, dank zij jou en je kornuiten."
Een stevige familietwist dus. En nog wel over smaak! Niet zo mooi. En wie heeft er nou gelijk? De neef! En Nel Benschop zou dat ook zeggen; ze zou er wel wat aan toevoegen, maar de neef heeft gelijk: haar gedichten zitten inderdaad vol clichés, er zitten niet veel originele gedachten in en ze zijn niet vernieuwend.
Haar gedichten zijn ook geen 'literatuur'.
Dat zegt Nel Benschop zelf en ze kan het weten, ze is net als neef neerlandicus.
Maar oom Klaas had ook gelijk!
Móet alle poëzie echt literatuur zijn?
Trouwens, wie bepaalt wat echte literatuur is? En daarom had ook oom Klaas gelijk toen hij boos werd.
Niet om 'het gedaas' van zijn neef.
Oom had toch zelf gezegd dat neef 'vakman' was? Dan had hij wel wat beter op de woorden van de 'vakman' in kunnen gaan. Maar dat minachtende glimlachje! Neef was beslist niet erg aardig toen hij het plezier van zijn oom bedierf. Neef was ook niet erg verstandig. Niet iedereen hoeft van literatuur te houden. Er zijn ook mensen die meer vreugde beleven aan 'Scheepken onder Jezus' hoede' dan aan de Mattheüs Passion. En tot die laatste soort hoort oom Klaas nu eenmaal. Dat had neef kunnen weten.
Oom houdt niet van poëzie "die loodzwaar is en alleen te begrijpen voor een select stelletje ingewijden of die zichzelf als zodanig beschouwen."
Oom wil poëzie die begrijpelijk is voor alledaags volk. Dat heeft hij ook al eens in het kerkblad verteld.
En het is zijn goed recht; hij mag zelf bepalen waar hij van houdt.
Toch, evenmin als de neef had oom helemaal gelijk. Oom scheert wel heel veel over dezelfde kam. En ik ken niet veel 'zogenaamde christelijke blaadjes' waarin liederlijke literatuur hoog geprezen wordt. Oom denkt in elk geval vast niet aan Opbouw, want daarin is herhaaldelijk betoogd dat juist de ethiek één van de belangrijkste elementen bij de beoordeling van literatuur moet zijn.
En oom heeft natuurlijk helemaal ongelijk als hij zegt dat moderne schrijvers geen talent hebben en alleen maar smeerlapperij produceren.
Wie heeft er dan wel helemaal gelijk?
IK natuurlijk! Maar ik wil geen ruzie in de familie. En daarom zal ik voorzichtig omspringen met de bundeltjes gedichten die nu op mijn bureau liggen te wachten. Leest u eerst eens het volgende gedicht.
WAAROM NIET MEER BLIJ?
Waarom kun je niet meer blij zijn
En ontbreekt het je aan kracht,
't Zal niet altijd donker blijven
Of had je dat soms gedacht?
In je grote en kleine zorgen
Laat de Heer je nooit alleen,
Ga met alles wat je neerdrukt
Steeds maar naar je Vader heen;
Je zult zien, dan wordt het leven
Toch weer blij, en toch weer goed,
En je ziet weer zoveel dingen
Waar je Hem voor danken moet.
Dit komt uit de bundel 'Want Liefde kan', geschreven door M. Koffeman-Zijl. Als u het mooi vindt, kunt u de bundel gerust kopen, de andere gedichten hebben dezelfde eigenschappen.
Mieke de Jong schreef: 'Kinderen van mijn hart'. Daaruit neem ik over:
OUDERDOM
Wie komt tot hoge ouderdom
die heeft de tijd voor het verleden,
verstaat van nijd en nood de reden,
weet van de strijd maar ook van vrede,
die vreugde van de ouderdom.
Wie sterk bleef in de ouderdom
die proeft het zoet en zout der dingen,
het kwaad en goed der stervelingen
en vindt de moed, te blijven zingen
in vrede met de ouderdom.
Wie wijs werd met de ouderdom
die overziet geluk en plagen,
heeft veel verdriet en vreugd gedragen
ziet in 't verschiet een helder dagen:
de einder van de ouderdom.
Op de achterkant van dit bundeltje staat: "Deze poëzie mag door haar combinatie van verfijnde vorm, positieve inhoud en warme naastenliefde, werkelijk christelijke literatuur heten."
Als u beide gedichten met elkaar vergelijkt, ziet u dat beide een 'positieve' inhoud hebben. U ziet ook verschillen. Het eerste loopt gemakkelijker dan het tweede, het vraagt van de lezer ook net een klein beetje minder denkwerk. Het tweede bevat meer literaire 'techniek': dubbelrijm (tijd-voor-verleden en: nijd-nood-reden), alliteratie (zoet en zout, wie wijs werd) en ook het eindrijm getuigt van een zekere beheersing van het vak. Het tweede gedicht is zonder meer beter dan het eerste. Neem uit dat eerste de regels: 't Zal niet altijd donker blijven Of had je dat soms gedacht?
Dat lóópt niet, met die tweede regel is iets mis. Dat merkt u als u hardop gaat lezen. Van 'techniek' merken we niets. Geen aardige woordspeling, geen ritme dat bij de inhoud past, geen woord dat er ergens uitspringt. Verder zeg ik er geen kwaad woord over, het is allemaal heel goed bedoeld. Maar gaat van dat gedicht nu overtuigingskracht uit? Lees allebei de gedichten nu eens voor, laten we zeggen in een bejaardenhuis en op een jeugdvereniging, Ik ben er vrijwel zeker van dat het publiek in beide gevallen de voorkeur zal geven aan 'Ouderdom'.
Waar ligt dat aan? Niet alleen aan de vorm, maar ook aan de inhoud.
'Ouderdom' spreekt duidelijk tot een bepaalde gróep mensen die zich kunnen herkennen in wat gezegd wordt en die er troost uit kunnen putten. Het andere gedicht is algemeen gesteld en dat alleen al maakt dat bijna niemand zich erdoor voelt aangesproken. Je zult maar oud (of jong) zijn en heel erg ziek!
Volgende keer verder.
Wat Liefde kan. Door: M. Koffeman-Zijl. Uitgever Kok, Kampen. Prijs fl. 9,90.
Kinderen van mijn hart. Door: Mieke de Jong.
Uitg. Kok. Prijs fl. 9,95.